The Lady Sings the Blues

De Blues is overbevolkt met stoer mannelijk gezelschap. Sjofele "ramblers" als Charley Patton en Robert Johnson trokken met de gitaar in de hand door de delta van de Mississippi op zoek naar onderdak, drank en eten, feest en vrouwelijk gezelschap. In de jaren veertig en vijftig speelden de bluesmacho’s als Muddy Waters en Howlin’ Wolf hun elektrische "Urban Blues" vol testosteron. The Animals, Eric Clapton, The Rolling Stones en Led Zeppelin waren frisse jongeheren uit de hogere en witgetinte sociale klasse. Zij plaatsten aan het erind van de jaren vijftig en in de jaren zestig de blues weer op de wereldkaart met hun Britse variant. En in de jaren zeventig werd de blues gekaapt door langharig bebaarde, gitaarslingerende en gemotoriseerde rockers. 
Dus hey, waar zitten de vrouwen? Vrouwen zijn inderdaad steevast ondervertegenwoordigd in het bluescircuit. En dat komt niet door hun gebrek aan muzikaal talent, in tegendeel… de blueswereld - en bij uitbreiding de hele muziekwereld - is een wereld waarin voornamelijk mannen de scepeter zwaaien. Van artiest tot manager tot platenbaas, mannen - en dan vooral nog witte mannen - zijn oververtegenwoordigd in de muziekwereld.

Toch koesteren we ook genegenheid voor heel wat vrouwen in het vak. Zo fixeerden in de jaren '20 de vrouwen de 12-matenblues om de muziek vervolgens te verspreiden bij een heel breed publiek. Het eerste bluesnummer op vinyl staat op naam van een vrouw, een zwarte non hielp mee bij de schepping van de premature rock en ook vandaag nog tonen enkele grote Blues-sterren dat het vrouwelijke geslacht volstrekt niet immuun is voor het Bluesgevoel. Ik wil je dus heel graag laten kennis maken met enkele getalenteerde bluesvrouwen vroeger en nu, van over de hele wereld, en hun rol verduidelijken in de geschiedenis van de blues.

Minstrel- en Medicine-shows

Medicine Show
Terwijl in het prille Deltablues-tijdperk heren als Robert Johnson en Charley Patton zich gedroegen als rocksterren avant la lettre, als reizende straatmuzikanten, nachtbrakers en verleiders van het vrouwelijk schoon, sloten artistieke vrouwen zich bij voorkeur aan bij de "Minstrel shows" of "Medicine shows": rondtrekkende gezelschappen die allerhande middeltjes tegen irritante kwalen aan de man brachten en daarbij klanten lokten met behulp van theater, zang- en dansvoorstellingen ontleend aan de "deep south".
Deze "Medicine shows" hadden een formeler karakter dan het detlablues-circuit. Bij een variant, de "Minstrel show", werd gebruik gemaakt van stereotiepe en racistische grappen waarbij blanken zich tot "blackface" verfden. Veel Minstrel-shows groeiden uit tot grote ondernemingen met tenten, meerdere wagens en sommige hadden zelfs hun eigen treinwagons. De aankomst van een Minstrel-show werd bekend gemaakt door een brassband die het publiek opwarmde terwijl de tenten werden opgetrokken in de stad. De blues die er gebracht werd, gezongen met luide stem of door een megafoon, was niet de rauwe deltablues maar eerder met violen of banjo gladgestreken muziek waaruit de honky tonk-sound ontstond. Tot in 1950 werden nog Minstrel-shows opgevoerd.

The "Roaring Twenties"

Toen na de eerste wereldoorlog in de jaren '20 van vorige eeuw de economie in Amerika opleefde, kregen vrouwelijke vaudeville- en blueszangeressen de kans om op de theaterpodia van de Verenigde Staten hun faam en naam te verspreiden. Bovendien zorgde de opkomst van de vinylplaat en ook de radio als massamedium er voor dat bluesartiesten een breder publiek bereikten.
Het waren de dames uit de jaren '20 die de gestructureerde 12-matenblues, in 1914 neergepend door W.C. Handy, populariseerden. Improvisatie werd toegevoegd aan de melodie en nieuwe stemtechnieken zoals grollen, kreunen en roepen werden geïntroduceerd. De periode van "Classic Female Blues" of "Vaudeville Blues" was aangebroken. Het charisma en de vrijgevochtenheid van de bluesvrouwen inspireerde decennia later ook andere dames om de blues te vertolken.

I'm A Woman - Koko Taylor

Koko Taylor
"I’m a woman", duidelijker kan het niet zijn. Met die krachtige zin zet de 'Queen of Chicago Blues' Koko Taylor zich schrap voor een sterke feministische reactie op het machoistische "Mannish Boy" dat Muddy Waters' in 1955 had uitgebracht.

Koko Taylor is geboren in 1928 onder de naam Cora Walton en ze groeide op als gospelzangeres in Memphis. Cora had een grote voorliefde voor chocolade, zo kwam ze aan haar bijnaam "Koko". 
Vanuit Memphis verhuisde Koko Taylor naar Chicago en daar tekende  ze in bij Chess Records om zich toe te leggen op de blues. Haar grootste hit scoorde ze in 1964 met "Wang Dang Doodle", maar het brede publiek bereikte ze pas nadat ze in 1975 een contract had getekend bij Alligator Records. Koko Taylor bracht muziek met no-nonsense teksten en ze zong met een rauwe en rollende stem. Zo toonde Koko Taylor zich als een onverzetbare blueskoninging - en niet zo maar één, maar “one that could make love to a crocodile!".

Koko Taylor raakte in 1989 betrokken bij een ernstig auto-ongeluk. Haar echtgenoot en manager Pops Taylor overleefde het ongeval niet. Koko Tayler zelf maakte nog een comeback in 1990 en ze verscheen nog op verschillende folk- en bluesfestivals, tot ze in 2009 op 80-jarige leeftijd overleed.

She-Wolf - Jessie May Hemphill

Koko Taylor pareerde het stoere gedrag van Mudddy Waters, nu zoeken we nog een dame om het geweld van Howlin’ Wolf te verzachten. Wel, ik heb ze gevonden in de afgelegen ruigte van de Mississippi HIll Country: Jessie May Hemphill, met het ietwat grappige “She-Wolf

Jawel, met dit dreunend antwoord op "Smokestack’s Lightnin'" weet Jessie Mae Hemphill om het even welke gevaarlijke wolf te hypnotiseren. Zo’n zwoele trance, dat kan alleen maar afkomstig zijn uit Como, het stadje in de Mississippi Hill regio waar ook Mississipppi Fred McDowel, RL Burnside en Junior Kimbrough afkomstig zijn. Jessie Mae Hemphill is er geboren in 1923 en ze speelde nog de trommel in de five-and-drumband van haar grootvader Sid Hemphill, en zoals het hoort in die regio verzorgde ze optredens tijdens lokale feestjes en picknicks. Maar Jessie Mae Hempohill speelde ook de gitaar, terwijl ze met haar hiel een tamboerijn beroert - ze is trouwens één van de zeldzame vrouwen in de stijl van de Mississippi HIll Country Blues. "She-Wolf" is trouwens niet alleen een song, maar ook de titel van haar eerste album uit 1980. 

Jessie leefde een sober bestaan ver van de moderne wereld. Ze sliep in een vervallen trailer zonder stromend water en met een oude televisie als verlichting. Mannen had ze al lang afgezworen, na te veel gebroken harten, en ze sliep met een geladen geweer naast zich om elke indringer te vlug af te zijn. Al haar kracht en energie vloeide in haar muziek.
Helaas werd Jessie Mae in 1993 halfzijdig verlamd na een herseninfaract. Ze moest een punt zetten achter haar muzikale carriere, in 2006 overleed ze.

That Thing Called Love - Mamie Smith

Mamie Smith
Een heel belangrijke pioniersrol in de Bluesgeschiedenis was weggelegd voor vaudeville zangeres Mamie Smith

Op aandringen van componist Perry Bradford kon Mamie Smith immers als eerste Afro-Amerikaane artieste een vinyl-opname maken, en bij die opname werd ze begeleid door een band van witte muzikanten. "That thing called love" heette die eerste plaat, en ze werd opgenomen op 14 februari 1920 bij Okeh Records in New York City.

Mamie Smith was met haar magisch en diep ontroerend stemgeluid een topact en ze kreeg de terechte titel "America's first lady of the Blues". Mede dankzij de radio als nieuw massamedium kreeg Mamie Smith ook toegang tot het witte publiek en bij de platenmaatschappijen groeide een ongeziene interesse voor de muziek van de Afro-Amerikanen: een nieuwe markt werd aangeboord en de Afro-Amerikaanse muziek werd ondergebracht onder de categorie van de "race records".
In Mamie Smith's kielzog wisten vele andere vrouwelijke bluesartiesten de muziekmarkt te veroveren. Zo hadden Lucille Hegamin, Ethel Waters, Alberta Hunter, Mary Stafford, Katie Crippen, Edith Wilson en Esther Bigeou nog voor het eind van het gezegende bluesjaar 1921 hun eerste hit te pakken. Er heerste een nationale Bluesgekte waar de platenfirma's gretig op inspeelden.

Van Mamie Smith onthouden we natuurlijk haar grootste hit, “Crazy Blues”, uitgebracht op 10 augustus 1920. Van die bluessong rolden in minder dan een jaar meer dan een miljoen exemplaren over de toonbank.

St Louis Blues - Marion Harris


Marion Harris
In de jaren '20 werden bluesplaten verkocht als "race records", uitsluitend bestemd voor een zwart publiek. Toch profiteerden ook blanke vrouwen van de bluesgekte. Marion Harris had al enkele jazz-hits op haar naam staan toen ze als eerste blanke zangeres in 1920 een opname maakte van W.C. Handy's "St. Louis Blues", voor Columbia Records omdat haar platenbaas bij Victor Records geweigerd had om zwarte muziek op te nemen. Marion Harris bracht de Blues met zo veel overtuiging dat haar luisteraars dachten dat ze een Afro-Amerikaanse zangeres was.

Shout Sister Shout - Sister Rosetta Tharpe & Lucky Millinder & His Orchestra

De blues is des duivels. Toch waagde Sister Rosetta Tharpe het reeds in de jaren '30 en '40 om gospelmuziek te dopen in een bad van premature Rock 'n Roll, gebruik makend van venijnig wat oversturing op haar gitaar. Sister Rosetta Tharpe is een ondergewaardeerde legende!

Onder impuls van haar mama leerde ze op vierjarige leeftijd zingen en gitaar spelen. Als dochter van een zingende evangelist ging ze mee op pad door het zuiden van de Verenigde Staten om het woord van God te verspreiden. Ze was lid van de Church of God in Christ, een kerkgemeenschap die vrouwen aanmoedigde om het geloof zingend en te dansend te vieren, want net in de extase van de muziek was men helemaal voorbereid om de heilige geest te ontvangenRosetta Tharpe was een ster en als jong meisje werd ze al bovenop de piano geplaatst om haar ding te doen. Het was toen dat ze haar bijnaam kreeg: "Little Rosetta Nubin, the singing and guitar playing miracle".

Sister Rosetta Tharpe
Rosetta Tharpe werd door haar mama uitgehuwelijkt aan priester Thomas Thorpe, de man die tevens haar manager werd. Maar terwijl ze met hem toerde, ontdekte Rosetta ook de nachtclubs in de donkere straatjes achter de kerk, tot grote schrik van de kerkgangers onder haar fans, want de Blues en jazz die daar gespeeld werden, behoorden tot de muziek van de duivel. Sister Rosetta Tharpe was echter niet te houden en al gauw vloekte ze in de kerk met nummers als het onbeschaamd uitnodigende "Rock Me" (1938) en het expliciete "I Want A Tall Skinny Papa", een nummer dat thuis hoort in de categorie van de "dirty blues". "Tall Skinny Papa" werd uitgebracht in 1942, en als B-kantje kon je luisteren naar “Shout, Sister Shout”. En je kan er niet omheen: dit is geen wiegende bluesshuffle, dit nummer heeft een duidelijke rechtlijnige beat. Deze rechtlijnige beat noemt men de “backbeat”, en die backbeat is de kiem van de Rock ‘n Roll!

Je kan je voorstellen dat de leden van de kerkgemeenschap bij het horen van de muziek van Sister Rosetta Tharpe heel diep geschokt waren. En toch wist de populaire zuster dankzij haar charisma snel haar band met de geloofsgemeenschap te herstellen. Ze zou later bovendien verklaren dat ze contractueel verplicht was om alle nummers die men haar aanbood zonder meer uit te voeren.

Nu wat er ook van zij, de controversiële Rosetta Tharpe wist met haar verboden vrucht heel wat fans te bekoren. Ze had een eigen toerbus en trok rond met een band van witte muzikanten, The Dixie Hummingbirds. Een zwarte vrouw die begeleid werd door witte muzikanten, dat was echt een zeer vreemde combinatie in het streng gesegregeerde Amerika. Maar ondanks haar sterrenstatus bleef haar donkere huidskleur haar toch parten spelen. Want wanneer de leden van The Dixie Hummingbirds bediend werden in een restaurant, mocht Sister Rosetta Tharpe enkel bij uitzondering eens stiekem aan de achterdeur haar deel van de maaltijd oppikken.

Nadat 'The Godmother of Rock 'n Roll" over heel de Verenigde Staten faam had verworven, toerde ze in 1964 door Manchester met de "Blues and Gospel Train". Plots werd de Engelse jeugd geconfronteerd met de verschijning van de swingende non op een perron in Noord Engeland. Ze overdonderde haar publiek met een rauwe, krachtige stem en een ronkende Gibson-gitaar die ze "als een man" bespeelde. Sister Rosetta Tharpe werd aanbeden door latere bluesmuzikanten Chuck Berry, Elvis Presley, Bob Dylan en Johnny Cash.

In de liefde had Sister Rosetta Tharpe minder succes. Ze had relaties met zowel mannelijke als vrouwelijke partners, maar weinig hield stand. In 1951 werd munt geslagen uit haar turbulente relationele leven: ze huwde voor de camera's in het honkbalstadium van Washington en gaf haar ja-woord voor het oog van maar liefst 25.000 betalende bezoekers, een initiatief van haar platenlabel waar ze mee had ingestemd. De hele ceremonie werd opgenomen op een langspeelplaat. De man die voor die gelegenheid enkele weken voordien werd uitgekozen, benoemde zich meteen ook tot haar manager. Tot overmaat van ramp, want hij liet haar carrière doodlopen. Rosetta Tharpe overleed in 1973 aan een beroerte.

They Call Me Big Mama - Big Mama Thornton

Big Mama Thornton

Willie May Thornton of "Big Mama" Thornton was “big” in alle betekenissen van het woord. Ze woog 350 pond of zo’n 160 kilogram, en ze had een stem die daar perfect bij paste. Als we het al hadden over de blues shouters, blueszangers die zo luid konden zingen dat ze geen microfoon nodig hadden, dan was Big Mama Thornton daar het schoolvoorbeeld van. Nu, als vrouwelijke blueszangeres in de jaren veertig kon je maar best indruk maken, zeker als je niet voldeed aan de normen van “schoonheid” terwijl de ene fluisterde dat Willie May Thornton bovendien bisexueel was, en de andere beweerde dat ze transseksueel was. Ze had dan ook een heel mannelijke look en wanneer men haar op haar uitterlijk aansprak dan antwoorde ze laconiek: “I don’t go out on stage trying to look pretty. I was born pretty.

Willie May Thronton paste dus niet in het conventionele vakje. Ze was heel intimiderend, en ze kon ook hefitg uit de hoek komen. Er werd haar wel eens aangewreven dat ze agressief reageerde naar haar promotors - maar zelf stelde ze dat ze alleen maar duidelijk wou maken dat men haar correct moest uitbetalen. 
Maar mensen die haar echt kenden, die omschreven haar eerder als intelligent, lief, charmant, grappig en getalenteerd: Big Mama Thornton lijkt wel een beetje Jekyll and Hyde. Maar uiterlijk was ze dus groot van gestalte, ze had een zwarte huidskleur en een grote mond - en dat waren en zijn op zich al kenmerken genoeg om heel wat mensen te intimideren.

In 1952 grolde Big Mama Thornton de eerste opname van "Hound Dog", een ode aan de vrouwelijke macht over een onverbeterlijke gigolo. Het nummer werd geschreven door Jerry Leiber en Mike Stoller. Maar iedereen kent “Hound Dog” natuurlijk in de versie van Elvis Presley, die het drie  jaar na Big Mama Thornton uitbracht. En voor Elvis was de Hound Dog een goudmijn: van de opname werden maar liefst tien miljoen exemplaren verkocht.

En Big Mama Thornton, die bleef verweesd achter: halverwege de jaren zestig was ze eerder een obscure bluesmadam die door gebrek aan optredens moeite had om een vaste band te houden. Maar dat veranderde toen Chris Stratchwitz haar aan het werk zag. Chris Strachwitz was de platenbaas en oprichter van Arhoolie Records, en die man zag Big Mama Thornton aan het werk, begeleid door een groep muzikanten waarin onder meer gitarist Buddy Guy schitterde. Strachwitz was meteen overtuigd: hij besloot om de sfeer van die avond vast te leggen in de studio. Chris Strachwitz had enkele dagen voordien al kennis gemaakt met Muddy Waters, en in zijn hoofd was de combinatie compleet! Muddy presenteerde voor de gig James Cotton op mondharmonica, Otis Spann op piano, Sammy Lawhorn op gitaar, Luther “Guitar Junior” Johnson op bas en Francis Clay op drums. Grote namen dus, mannen die stuk voor stuk, en zonder vooraf te repeteren, Big Mama Thornton in haar rauwe eigenheid lieten schitteren. 

Well, they call me Big Mama
Cause I weigh 300 pounds
Call me Big Mama
Cause I weigh 300 pounds
I can rock and I can roll them
And I can really go to town

They Call Me Big Mama - Big Mama Thornton

Big Mama Thornton toerde in 1965 met het American Folk Festival door Europa. Ze overleed op 57-jarige leeftijd aan de gevolgen van overmatig alcoholgebruik.

Tell Mama - Etta James

Etta James
In de collectie van Chess Records ontdekken we ook de muziek van Etta James.

Jamesetta Hawkins werd geboren in Los Angeles in 1938 en kreeg al op vijfjarige leeftijd zangtraining. Tijdens die zanglessen werd het meisje echter mishandeld: in een poging om tijdens het zingen de buikademhaling aan te leren sloeg haar leraar het jonge meisje hard op de borstkas. Maar het waarschijnlijk door die harde leerschool dat Jamesetta al op jonge leeftijd een ongewoon krachtige stem ontwikkelde.

Jamesetta trad op onder het anagram "Etta James", maar ze stond ook bekend als "Miss Peaches". In 1960 tekende ze een contract bij Chess Records, en daar werd haar grootste hit  uitgebracht: "At Last", een song die verscheen op het gelijknamige debuutalbum. 

Amper zeven jaar later zat Etta James echter in een dieptepunt: de roem eiste haar tol en Etta James ging ten onder aan druggebruik. Om haar te beschermen liet platenbaas Leonard Chess haar weghalen uit de stad, naar het meer landelijke Alabama waar ze in de  de FAME studio een nieuw album zou opnemen. De titeltrack van die plaat werd de song “Tell Mama”.
"Tell Mama" zweeft tussen Rhythm and Blues en Soul. Het is eigenlijk een adaptatie van het nummer “Tell Daddy”, een nummer dat Clarence Carter in 1966 had uitgebracht. “Tell Mama” zette de carrière van Etta James opnieuw op de rails. En toch… zelf heeft ze eigenlijknooit veel om het lied gegeven: de tekst duwde haar immers te veel in het vakje van de gemakkelijk bereikbare vrouw, de dame waarbij je langs gaat voor comfort en vlugge sex.

You thought you'd found a good girl
One to love you and give you the world
Now you find that you've been misused
Talk to me, I'll do what you choose, I want you to
Tell Mama, all about it
Tell Mama, what you need
Tell Mama, what you want
And I'll make everything alright

Tell Mama - Etta James

Op de B-kant van de single “Tell Mama” kon je trouwens luisteren naar “I’d Rather Go Blind”, een bluesballad die uitgroeide uit tot een ware evergreen. Etta James overleed op 73-jarige leeftijd na een turbulent leven.

Evil Gal Blues - Dinah Washington

Etta James hield niet van de status van gemakkelijk bereikbare vrouw, Dinah Washington daarentegen zong zichzelf de titel van “Evil Gal” toe.

Dinah Washington werd geboren onder de naam Ruth Lee Jones. Op jonge leeftijd verhuisde ze van haar geboorteplaats in Alabama naar Chicago waar ze piano speelde in een eigen gospelkoor. Haar eerste hit werd ogpenomen in 1943, het kreeg de titel "Evil Gal Blues": een nummer dat perfect de drang van de zwarte vrouw naar onafhankelijkheid en vrijgevochtenheid reflecteert

I'm an evil gal, don't you bother with me
Yes, I'm an evil gal, don't you bother with me
I'll empty your pockets and fill you with misery
“I've got men to the left, men to the right
Men every day and men every night!
I've got so many men, mmm I don't know what to do
So I'm tellin' you daddy, I ain't no good to you!

Evil Gal Blues - Dinah Washington
 
Dinah Washington
In 1959 brak Dinah Washington door bij het grote publiek met de pop ballad "What A Difference A Day Made", gevolgd door "Unforgettable" en "A Rockin' Good Way (To Mess Around And Fall In Love)". Dina Washington was dus zeker thuis in verschillende muziekstijlen van pop over jazz tot dirty blues. En dat ze meerdere mannen kon hebben, dat heeft ze ook bewezen: Dinah Washington stapte maar liefst zes keer in het huwelijksbootje. Zelfs haar slechte manieren had ze van de mannen geleerd: Evil Gal Blues is immers een herwerking van “Evil Man’s Blues”, een song uitgebracht in 1941 door het trio van de jazz trompetist en vocalist Hot Lips Page, .

Evil Gal Blues is ook de titel van de documentaire die BBC in 2010 over Dinah Washington uitbracht.  En de Evil Gal zelf, Dinah Washington, zij overleed in 1963 aan een overdosis slaappillen. Ze was toen net 39 jaar jong.

Sister Morphine - Marianne Faithfull

Seks, Drugs and Rock ‘n Roll - niet alleen de mannen waren er onderhevig aan. Ook Marianne Faithfull leidde een heel turbulent leven waarin alcohol en drugs een belangrijke rol speelden. 
Sister Morphine” schreef ze samen met Mick Jagger (haar toenmalig liefje) en Keith Richards. Het was haar eigen nummer, een song waarin ze zich helemaal kon geven met de bloedloze, kille stem die haar zo typeerde. “Sister Morphine” werd in 1969 uitgebracht als B-kantje van “Something Better”. 
De song werd opgenomen tijdens de opnames van "Let it Bleed" van The Rolling Stones en op de originele versie hoor je trouwens Mick Jagger op gitaar, Ry Cooder op slidegitaar en basgitaar en Charlie Watts, de drummer van de Rolling Stones speelde, nou ja, die speelde dus de drums.

Marianne Faithfull & Mick Jagger

Maar ook het nummer zelf kende een heel bewogen leven: er waren slechts 500 platen verkocht toen het label Decca plots doorhad waar Marianne Faithfull eigenlijk over zong: over een morfineverslaving. En Decca besloot om de productie in Groot Brittanie dan maar onmiddellijk stop te zetten. In het ruimer denkende Nederland, maakte men, net als in Italie en Japan, de omgekeerde beweging: daar verscheen “Sister Morphine” als A-kantje op de single. En toen “Sister Morphine” in de Verenigde Staten werd uitgebracht, was plots de naam van Marianne Faithfull als co-auteur verdwenen. In 1971 was “Sister Morphine” opnieuw te horen in de versie van The Rolling Stones, op het album “Sticky Fingers”. En ook daar werd nergens gewag gemaakt van van Marianne Faithfull als co-auteur. Het kostte  haar een juridisch gevecht om de roylaties terug te krijgen.


Marianne Faithfull moet aan haar relatie met Mick Jagger een stevige kater hebben over gehouden - en dan bedoel ik het niet alleen financieel. Twee jaar lang doolde ze door de straten, 'craving for the drug': Sister Morphine had haar naam niet gestolen. Uiteindelijk lukte het haar om de verslaving te overwinnen, maar intussen hadden de heroïne en een ernstige ontsteking van het strottenhoofd hadden wel haar stem definitief aangetast.  En alsof dat nog niet genoeg was, werd In 2006 werd bij Marianne Faithfull de diagnose van borstkanker gesteld. Maar dankzij een operatie werd ze ook van deze kwaadaardige aandoening verlost. En Marianne Faithfull hield stand: in 2018 maakte ze opnieuw naam met haar album “Negative Capability”.

Young Woman's Blues - Bessie Smith

Bessie Smith
Dat Bessie Smith een dame was met een sterk karakter, een grote mond, een onverzadigbare drang naar whiskey en een seksuele voorkeur voor mannen én vrouwen, dat hoef ik je intussen niet meer te vertellen. Bessie Smith leidde een bestaan dat ook vandaag nog veel indruk zou maken op heel wat rocksterren.

Nadat Ma Rainey haar onder de vleugels had genomen, tekende Bessie Smith in 1923 een platencontract bij Columbia Records - maar liefst drie platenfirma's hadden haar tot dan toe afgewezen. Met een versie van Alberta Hunter's "Downhearted Blues" werd Bessie Smith op slag beroemd en groeide ze uit tot de best verdienende zwarte bluesartieste uit de Classic Blues-periode.

In 1926 zette Bessie het nummer “Young Woman’s Blues” op plaat, en dat nummer wou ik vooral omwille van de frappante tekst nog aan deze afspeellijst toevoegen. Ik citeer even uit de tekst:



I'm a young woman and ain't done runnin' 'round
Some people call me a Hobo
Some call me a bum
Nobody knows my name, nobody knows what I've done
I'm as good as any woman in your town
I ain't no high yeller
I'm a deep killer of brown
I ain't gonna marry, ain't gonna settle down
I'm gonna drink good Moonshine
And rub these browns down
See that long lonesome road
Lawd, you know it's gotta end
And I'm a good woman
And I can get plenty men

Young Woman's Blues - Bessie Smith

"Young Woman’s Blues" was een heel populair nummer en je kan het dan ook vaak terugvinden op compilatiealbums van Bessie Smith.

In My Girlish Days - Memphis Minnie

Memphis Minnie & Kansas Joe McCoy
Lizzie Douglas alias Memphis Minnie leerde al vroeg banjo en gitaar spelen. In 1910 liep ze weg van huis, ze ging muziek spelen op Beale Street in Memphis onder de naam 'Kid Douglas'. Af en toe, wanneer de beurs leeg was, keerde ze terug naar haar familie. 
Memphis was in die periode gekend om zijn 'jug-bands' - muziek waarbij de baslijn gespeeld wordt door op een kruik te blazen - en in één van die jug-bands ontmoette Memphis Minnie haar tweede echtgenoot "Kansas" Joe McCoy. Joe McCoy was een belangrijke naam, want samen met hem maakte Memphis Minnie de eerste opnames van hun composities. Het koppel bleef bij elkaar tot in  1935.

Op het podium presenteerde Memphis Minnie zich als een nette, gepolijste dame, gehuld in dure kleedjes en getooid met juwelen. Maar in het echte leven kauwde ze tabak, droeg ze een revolver en liet ze geen enkele vechtpartij aan haar voorbij gaan. Van de jaren '20 tot de jaren '50 stond Memphis Minnie flink haar vrouwtje in de door testosteron gedomineerde blueswereld. En zo kon ze tot halverwegen de jaren vijftig haar dromen, fantasieën en verlangens delen in ruim 200 autobiografische nummers. Zoals over die dag lang geleden… Lizzie lag in haar bed, ze was toen nog een jong meisje. In haar “girlish day”s, zo vertelt ze. en een man kroop door het raam. Tja, ze wist toen niet beter, in haar meisjesjaren. Maar ze werd de schande van haar ouders, ze liep weg van huis. In haar 'Girlish days'. Maar zoals het hoort in de blues, eindigt elk miserabel verhaal met een kwinkslag. 

I had to travel 'fore I got wise
I found out better
And I still got my girlish ways

In My Girlish Days - Memphis Minnie

Dus… Memphis Minnie heeft haar jonge meisjesstreken niet verloren!

Wayward Girl Blues - Lottie Kimbrough

Lottie Kimbrough
Sommige meisjes worden besmet met de blues nadat een man door  het raam is gekropen, bij sommige meisjes werd de blues gewoonweg overgedragen van mama op dochter. Zo verging het althans Lottie Kimbrough. Zij leeftde in de buurt van Kansas City waar ze tijdens de Roaring Twenties optredens verzorgde in de nachtclubs en de 'Speakeasy’s' - de clubs waar je aan de deur een wachtwoord moest fluisteren om binnen te mogen. Kimbrough, die door haar fans de 'Kansas City Butterball' werd genoemd, zong met haar krachtige stem nummers die later nog heel vaak werden gecovered. 

In “Wayward Girl Blues” krjigt ze een aanzoek om naar het cabaret te gaan, maar ze heeft er weinig zin in: Lottie heeft last van de blues. En die blues, die kreeg ze van moeder op dochter.

Well I've got the blues from my mother to me
Well I've got the blues from my mother to me
And I know she got the blues from me
I been thinkin' all day
Thinkin' about the past
I said thinkin' and thinkin' about the past
Well I been thinkin' about my dear mother last

Wayward Girl Blues - Lottie Kimbrough

Lottie Kimbrough maakte haar laatste opnames in 1928, daarna verdween ze uit de aandacht. 

Maar Rory Block, de bluesdiva op hoge hakken, besloot in 2020 om een eerbetoon te brengen aan enkele minder gekende of vergeten bluesvrouwen - en daar maakte Lottie Kimbrough deel van uit. Je kan de door Rory Block verzamelde songs beluisteren op het album “Prove It On Me”, een album dat zoals je merkt wel heel toepasselijk genoemd is naar het nummer van Ma Rainey. En op dat album vind je Rory Blocks versie van “Wayward Girl Blues”.

Power - Sister Gertrude Morgan

Andere vrouwen krijgen de blues dan weer als een geschenk uit de hemel. Zoals Sister Rosetta Tharpe misschien, maar er was nog een blueszuster: Sister Gertrude Morgan. Zij laat de kracht van de vrouw van bovenuit komen. Met de intensiteit van gesyncopeerde Afrikaanse polyritmiek op een tamboerijn brengt Sister Getrude Morgan een doortastende godsdienstige boodschap: "Power".

Sister Gertrude Morgan

Getrude Williams werd geboren uit een arme familie in Lafayette, Alabama. In 1938 verliet ze haar echtgenoot om zich definitief te vestigen in New Orleans, een stad die ze omschreef als "het hoofdkwartier van de zonde". Maar zoals het hoort in een spiritueel bluesverhaal sloot ze zich na enkele openbaringen aan bij een kerkgemeenschap en "Geleid door God" illustreerde ze haar religieus verhaal met fel gekleurde schilderijen en tekeningen, gemaakt op goedkope en gemakkelijk beschikbare materialen zoals papier, houtafval of zelfs toiletrolletjes. Sister Gertrude Morgan was een pionier van de  "Outsider Art".

Samen met twee andere gelovigen trok Sister Gertrude Morgan de straat op, gehuld in zwarte klederen, om zingend en dansend het geloof aan de wereld te verkondigen. Vaak schreeuwde ze haar boodschap door een eenvoudige papieren megafoon. Met het geld dat ze op straat inzamelden, stichtte het drietal een weeshuis. En ze verleenden geestelijke begeleiding aan gevangenen.

Maar daar bleef het niet bij: In 1957 ontving Sister Gertrude Morgan een nieuwe openbaring en daarin werd haar verteld dat… ze de bruid was van Christus. Zwarte kledij bleek daar niet echt meer bij te passen, dus veranderde Gertrude haar zwarte kledij in een wit gewaad. Ze verhuisde bovendien naar een witgeschilderde woning, de 'Everlasting Gospel Mission', waar ze een studio inrichtte en gospelmissen organiseerde. In 1980 ruilde Sister Gertrude Morgan deze Aardse plek voor eht hiernamaals, nadat ze was overleden in haar slaap.

Een ousider was ze. Zeer zeker. Maar een outsider met kracht. Met power!

Angel From Montgomery - Bonnie Raitt

Laten we terugkeren met de beide voeten op Aarde. Want daar staat Bonnie Raitt, met beide handen in het schuim van de afwasbak, te mijmeren over haar wilde jeugd. Kwam er nu maar een reddende engel uit de hemel… misschien heeft Gertrude Morgan nog een tip voor Bonnie? 

I am an old woman
Named after my mother
My old man is another
Child who's grown old

Angel From Montgomery - Bonnie Raitt

De ballad "Angel From Montgomery" lijkt wel echt op het lijf geschreven van de roodharige lady Bonnie Raitt. Maar niets is wat het is, want "Angel From Montgomery" werd eigenlijk geschreven door… een man. John Prine was zijn naam. “Angel from Montgomery” verscheen voor het eerst in 1971 op zijn debuualbum met de verassende titel ”John prime”.

De karakterisatie in het nummer is aangrijpend en John Prine wist het zelfs als man zo levendig voor te stellen: een vrijgevochten vrouw stapt in het huwelijksbootje om op een dag met het hoofd in de sleur van de dag  te beseffen dat al haar dromen met de wind zijn vervlogen. 'How the hell can a person go out to work in de morning, come home in the evening and has nothing to say'.

Toen Angel From Montgomery in 1974 op Bonnie Raitt haar album “Streetlights” verscheen, was het al enkele keren gecoverd - maar het is de versie Bonnie Raitt die voor een brede erkenning zorgde.
 De roodharige lady had op dat ogenblik al heel wat waters doorzwommen. Op haar twaalfde leerde ze gitaar spelen, en na de middelbare schooltijd speelde ze Rythm and Blues in de nachtclubs. Ze werd in 1970 ontdekt toen ze speelde aan de zijde van haar mentor Mississippi Fred Mc Dowell.

Helaas verbrak Warner Bros Records haar platencontract in 1993 omwille van alcohol en druggebruik. Maar de Californische bluesmama hield stand, en vandaag showt ze nog steeds met veel levenslust op de planken haar indrukwekkend oeuvre.

Bonnie Rait zou het nummer nog heel vaak live brengen, ook samen met de schrijver zelf, John Prine. Tot John Prine in 2020 overleed aan de gevolgen van covid-19.

Voodoo Woman - Susan Tedeschi

Neen, geen engel die verschijnt uit de hemel. Wel een voodoo-woman die een vloek klaarstoomt. Ach ja, het maakt niet uit: ‘s aonds de blues in de juke joint, daags nadien in de kerk dezelfde muziek maar met een andere tekst, toch?

En het is geen 'black magic woman', deze keer, neen, de voodoo woman is een witte madam. Maar maak je geen zorgen, want 'White ladies can sing the blues'! En bij Susan Tedeschi zal de bluesvlam niet doven. Als jong meisje luisterde ze naar de platencollectie van haar vader, en tussen al dat kostbare vinyl ontdekte ze de bluesgoden Mississippi John Hurt en Lightnin' Hopkins.
In 1993 vormde ze haar eigen Susan Tedeschi Band waarbij ze zichzelf gitaar leerde spelen. Gewapend met haar instrument en haar krachtige stem zweeft ze intussen ergens in de muzikale ruimte tussen Bonnie Raitt en Janis Joplin.

Haar tweede studio album "Just Wont Burn" werd uitgebracht in 1998. Het album oogstte veel succes omwille van de krachtige stem en de emotionele geladenheid waarmee Tedeschi haar nummers brengt.
In 2010 liet Susan Tedeschi haar band samensmelten met de band van haar echtgenoot, Derek Truck Sindsdien toeren beiden samen onder de naam Tedeschi Truck's Band.

Ik laat je heel graag kijken en luisteren naar een live-opname uit 1999 in Den Haag, waar ze Koko taylor’’s “Voodoo Woman” met verve vertolkte.



Voodoo Woman” werd pas later op plaat uitgebracht, met name in 2004 op het album “Live in Austin, Texas”. Maar we moeten toegeven: de Haagse versie uit 99 overtreft nagenoeg alle varianten!

They call me the voodoo woman
And I know the reason why
Lord if I raise my name
You know the sky begin to cry

Voodoo Woman - Susan Tedeschi

Wild, Wild Woman - Shemekia Copeland

Shemekia Copeland
Wild, wilder en allerwildst zijn die vrouwen! Net als Shemekia Copeland, trouwens. Shemekia kreeg de Blues met de paplepel ingegeven van haar vader, Johnny Copeland. Als tiener ging ze mee met hem op toernee, en toen het met zijn gezondheid bergaf ging liet Johnny Copeland zijn dochter de opening act verzorgen. Zo verwierf ze al snel naam en faam en als negentienjarige had ze een eerste album ingeblikt: "Turn The Heat Up!". En sindsdien gaat het Shemekia Copeland voor de wind.

De dochter van de Texaanse bluesheld zet de traditie van Koko Taylor en Etta James verder met soulvolle nummers die ze zingt met een mature, krachtige en dynamische stem. En hou je vast, want Shemekia Copeland is dus… eh… 'a wild wild woman'! En die wildse kracht komt niet alleen uit haar stem, maar ook uit haar gitaar. Of om het met haar eigen woorden te citeren:

Wild woman and you'e a lucky man
I'm wilder than a tiger ready to attack
wait until you feel my claws all across your back
Don't bother fighting don't give me no lip
You can't tame me baby unless you got a whip
'cuz I'm a wild, wild woman
Yes, I'm a wild, wild woman
Oh I'm a wild, wild woman
And you're a lucky man

Wild, Wild Woman - Shemekia Copeland

Janis Joplin

Janis Joplin
In een tijd waarin racisme hoogtij vierde in Texas, profileerde Janis Joplin zich al op jonge leeftijd door het op te nemen voor de Afro-Amerikanen. De aandacht voor de studieboeken ging echter verloren door de aantrekking van alcohol samen met een leven van "seks, drugs en rock 'n roll". Beïnvloed door Leadbelly, Bessie Smith en Big Mama Thornton smeedde "The Pearl" een samenwerking met Big Brother & the Holding Company waarmee ze in 1967 doorbrak, na een optreden op het Monterey Pop Festival. Met hun album "Cheap Thrills" zette ze een stempel op haar status als blueszangeres. Joplin was ook één van de sensaties op het Woodstock Festival in 1969. Janis Joplin leidde een turbulent leven, waardoor haar bijnaam "Pearl" veranderde in "speedfreak". Ze overleed op 27-jarige leeftijd en verwierf zo, samen met Jimi Hendrix, Robert Johnson, Kurt Cobain en enkele anderen het tragische lidmaatschap van de "Club 27".

Met het nummer "Summertime" toont Janis Joplin haar unieke talent om een jazz-standard - oorspronkelijk een opera-aria van de Amerikaanse componist George Gershwin - te herwerken tot een rauwe, emotionele en pakkende song.



Rory Block (°1949)

Rory Block
Ruim veertig jaar na hun overlijden brengt Aurora "Rory" Block de legendarische delta-bluesramblers Son House en Robert Johnson terug tot leven met haar versie van "If I Had Possesion Over Judgement Day". Met een frisse zang, een krachtige slide-techniek en een eigentijdse sound, klinkt ze toch heel traditioneel.
Rory Block maakte op 14-jarige leeftijd kennis met gitarist Stefan Grossman die haar introduceerde bij niemand minder dan Reverend Gary Davis, Mississippi John Hurt en Son House alvorens te verhuizen naar California om te spelen in het "coffeehouse-circuit".
Rory Block trok zich terug en stichte een gezin, waarna ze in 1982 een comeback maakte met het album "High Heeled Blues". Ook op heden staat Rory Block nog steeds garant voor delta-blues op hoge hakken, met een indrukwekkende bottleneckgitaar-ode aan Mister Robert Johnson!

Bonnie Raitt (°1949)

Bonnie Raitt
Over "The Thing Called Love" zijn al heel wat noten gevloeid nadat John Hiatt, de auteur van het nummer, ze heeft neergepend. Toch ging Bonnie Raitt bij het filmen van de videoclip niet over één nacht ijs. Om zich helemaal comfortabel te voelen, mocht enkel een getrouwe vriend de rol van de tegenspeler op zich nemen. Bonnie Raitt bloosde doorheen de hele opname, maar het sensuele resultaat was geknipt voor de doorbraak van haar meest succesvolle album "Nick Of Time".

De roodharige lady had op dat ogenblik al heel wat waters doorzwommen. Op haar twaalfde leerde ze gitaar spelen, na de middelbare schooltijd speelde ze Rythm and Blues in nachtclubs. Ze werd in 1970 ontdekt toen ze speelde aan de zijde van haar mentor Mississippi Fred Mc Dowell. In 1983 verbrak Warner Bros Records haar platencontract omwille van alcohol en druggebruik. Maar de Californische blues mama hield stand, en showt vandaag nog steeds met veel levenslust op de planken haar indrukwekkend oeuvre.


Victoria Spivey (1906 - 1976)

Blues diva Victoria Spivey begon een muzikale carrière op haar twaalfde als zangeres in het theater om op te treden in saloons, goktenten en prostitutiehuizen. Ze werkte onder meer samen met Blind Lemon Jefferson. Spivey, beïnvloed door vaudeville-pionier Mamie Smith, was ook een grote fan van de ruwe stijl van Ida Cox, bij wie ze de inspiratie vond om te zingen over de vaak hardvochtige mannenwereld waarin vrouwen zich moesten handhaven.

In 1926 maakte Victoria Spivey haar eerste opnames voor Okeh Records. Dankzij haar krachtige stem, de meeslepende teksten en haar gedrevenheid groeide ze uit tot één van de meest populaire artiesten van de "Classic Blues" periode. In 1929 speelde Spivey ook mee in de eerste film met enkel zwarte acteurs. 

Tijdens de jaren '30 verloor de vaudeville-bouwstijl aan populariteit. Victoria Spivey resoneerde de intensiteit van de blues die de "Great Depression" met zich mee bracht - een economisch dieptepunt waarin ze zelf als artieste uitzonderlijk wist stand te houden. Victoria Spivey kon zich ook vlot aanpassen aan nieuwe en gerelateerde muziekstijlen en speelde onder meer in jazz-combo's samen met King Oliver en Louis Armstrong. Na een periode van afwezigheid, eind jaren '50, werd ze opnieuw een veelgevraagde artieste tijdens de blues-revival in Amerika en Europa, waar de inhoud van haar songs stevig omarmd werden door de seksuele revolutie.
In "Detroit Moan" kreunt Victoria Spivey over de armoede die de stad Detroit doormaakte tijdens de economische crisis van de jaren '30. 

Ida Cox (1888 of 1994 - 1967)

Ida Cox
In 1924, lang voor Aretha Franklin "Respect" eiste in een wereld gedomineerd door mannen, bracht vaudeville blueszangeres Ida Cox al een sterke feministische boodschap met "Wild Woman Don't Have The Blues".

Ida Cox, "The Uncrowned Queen of the Blues" leerde vroeg haar mannetje te staan in de "White and Clark's Black & Tan Minstrels Show". In de jaren '20 stapte ze over naar het theaterpodium waar ze macabere nummers bracht als "Graveyard Dream Blues" en "Death Letter Blues", uitgebracht samen met haar toenmalige echtgenoot Jesse "Tiny" Crump. Haar overweldigende présence op het podium lag mee aan de basis van haar populariteit. In 1939 werd ze door John Hammond naar New York gehaald om radioprogramma's te maken en platen op te nemen met Hot Lips Page. Op 24 december 1939 beleefde ze een hoogtepunt tijdens het Spirituals-to-Swing-concert.

Met haar sterk vrijgevochten karakter was Ida Cox een voorbeeld voor veel andere vrouwen uit de "Classic Blues Era", waaronder Bessie Smith, Ma Rainey, Sippie Wallace en Victoria Spivey. In 1944 kreeg Ida Cox een beroerte, ze herstelde en bracht tot in 1961 nieuwe albums uit.

Ma Rainey (1886 - 1939)

Ma Rainey
Gertrude Pridgett, alias "Ma" Rainey, werd in 1886 geboren als dochter van "Minstrel troupers". Tijdens een tentshow in Missouri maakte ze kennis met de Blues. Later werd ze de hoofdact van een Minstrel show met bekendheid tot in het diepe zuiden en zelfs tot in New York. Haar eigen tenshow sloot ze steevast af met een blues over een verloren liefde.

Ma Rainey mag zich terecht de "Mother of the Blues" noemen. Samen met Bessie Smith bracht ze een rauwere, meer wereldse klank in de vaudeville blues, wat bij het publiek heel erg werd geapprecieerd.

C.C. Rider was de zwarte benaming voor een Country Circuit Preacher (C.C.), een rondreizende predikant die het geloof verkondigde in een "preaching circuit", een afgebakend gebied dat meerdere kerken insloot. Omdat de preacher te paard rond trok, kreeg hij ook de bijnaam "saddlebag preacher". De C.C. Rider stond symbool voor entertainer en vrijbuiter tegelijk.
"See See Rider Blues" is een 12-matenblues over een ontrouwe man of "easy rider". Het nummer werd voor het eerst door Gertrude "Ma" Rainey opgenomen in 1924, in een jazzy versie met Louis Armstrong op kornet en Fletcher Henderson op piano. Ma Rainey zong het nummer vermoedelijk ten aanzien van een prostitué, met "Now Your Man Done Come" als reactie op haar ongepast seksueel gedrag.

Zoals het hoort in de blues, voelde vooral een lange rij mannen zich nadien ook bedrogen door een "easy rider". Onder meer Lightnin' Hopkins, Big Bill Broonzy, Mississippi John Hurt, Leadbelly, The Animals, Wee Bea BoozeElvis Presley, Jerry Lee Lewis, Ray Charles, Chuck Berry, The Everly Brothers en Janis Joplin brachten een cover van het nummer. Sonny Til & The Orioles maakten er zelfs een Doo-wop versie van. In 1963 werd de bluesstandard ook uitgebracht door Ella Fitzgerald.

Ma Rainey huwde niemand minder dan William "Pa" Rainey en samen met hem trok ze zingend en dansend door de Verenigde Staten. In 1939 overleed Ma Rainey aan een hartaanval.

Alberta Hunter (1895 - 1984)

Alberta Hunter
Alberta Hunter was een populaire blueszangeres in de periode 1920 - 1950. In 1957 overleed haar mama, waarna ze  stopte met optreden en zich toelegde op de roeping van verpleegkundige. In 1970 werd Alberta Hunter door haar werkgever gedwongen om op pensioen te gaan - het ziekenhuis dacht dat ze 70 jaar geworden was, in werkelijkheid was Alberta Hunter op dat ogenblik 82 jaar. Ze legde zich dan maar opnieuw, en met succes, toe op muziek.

Geboren in Memphis, Tennesse kende Alberta Hunter een heel moeilijke jeugd. Haar vader verliet het gezien toen ze nog jong was. Om in het levensonderhoud van de familie te voorzien, moest Alberta Hunter als meid werken in een bordeel. Op 11-jarige leeftijd trok ze naar Chicago in de hoop als zangeres aan de kost te komen. Na een aantal optredens in bordelen wist ze in de Panama Club - een club enkel door blanken bezocht - een enthousiast publiek te bekoren. Alberta Hunter trad op in een kamertje boven de hoofdruimte, maar het publiek bleef niet beneden zitten en trok naar boven om Hunter's blues te aanhoren. Een belangrijke troef was haar gave om ter plekke tekst te improviseren.

Vanaf die dag schilde Alberta Hunter overdag de aardappelen en trad ze 's nachts op in de clubs. Het harde werken loonde: in 1917 toerde Alberta Hunter ze door Europa met optredens in Parijs en Londen. Haar carrière piekte in de jaren '20. In 1922 bracht ze het nummer "Downhearted Blues" op de markt.

Sippie Wallace (1898 - 1986)

Sippie Wallace
Beulah "Sippie" Thomas zong en speelde piano in de kerk van haar vader. Haar prille carrière startte tentshows waar ze de bijnaam "The Texas Nightingale" verwierf. In 1923 tekende Sippie Wallace bij Okeh Records in Chicago, waar ze de bluesstandards "The Country Blues" en "I'm A Mighty Tight Woman" opnam. In 1930 verliet ze de muziekwereld om zich te engageren als kerkorganist en koordirecteur in Detroit.

In 1966 werd Sippie Wallace "herontdekt" en bracht ze twee nieuwe albums op de markt, waarop ze de vrouwen advies geeft met haar meest gekende nummer "Woman Be Wise". In 1970 overleed Sippie Wallace aan een beroerte.

 Marcia Ball (°1949)

Marcia Ball
Geïnspireerd door de New-Orleansstijl en bluesstijl van Fats Domino, James Booker, Professor Longhair en Irma Thomas begon Marcia Ball al op vijfjarige leeftijd met piano-spelen. Getogen in New Orleans versmelt ze op de piano de Texas-blues met zydeco en boogiewoogie accenten.
In 1970 begon ze de countryband Freda and the Firedogs. In 1974 begon de energieke toetseniste Marcia Ball aan een solo-carrière. De eerste gitaarsolo op het nummer "Soulful Dress" werd ingespeeld door niemand minder dan Stevie Ray Vaughan.

Ana Popovic (°1976)

Ana Popovic
De dubbelbloedige Servisch-Amerikaanse bluesmuzikante Ana Popovic doet vele harten smelten. Geboren in in 1976 in Belgrado, hoofdstad van het voormalige Joegoslavië, nam ze op haar vijftiende de gitaar ter hand en vormde ze de funky bluesband Hush. In 1998 was de groep een veelgevraagde act op festivals in Oost-Europa. Toen ze naar Amsterdam verhuisde om jazz te studeren, kwam er een einde aan de succesvolle band. Amper een jaar later onderbrak Popovic haar studies, ondertekende ze een platenconctract en ging ze solo optreden. In 2012 verscheen haar debuutalbum "Hush".

Ana Popovic werd in 2003 uitgenodigd door Salomon Burke om mee te spelen in zijn set op het Belgian Rythm And Blues Festival te Peer, waarna ze hem tijdens de rest van de toer als gaste mocht vergezellen. In 2012 verhuisde Ana Popovic naar de Verenigde Staten waar ze verder bouwt aan een eclectische muziekstijl.

In het melancholische "Johnnie Ray" beschrijft ze emotioneel de gemiste kans, want J.R. heeft nu "a wife and child; now I’m back but just too late".

Samantha Fish (°1989)

Samantha Fish
Wie delft in de hedendaagse bluesmuziek, ontmoet weldra de Amerikaanse blueszangeres Samantha Fish. Als kind leerde ze drummen, op vijftienjarige leeftijd wisselde ze haar instrument voor de gitaar. Nadat ze in 2009 haar eigen album "Live Bait" had geproducet, trok ze de aandacht van talentenscouts - onder meer Mike Zito - en kreeg de verlegen tiener, samen met bluesartiestes Cassie Taylor en Dani Wilde, de kans om mee te werken aan het album "Girls With Guitars". En na een decade op de baan is het compliment "Pretty good for a girl" een zwaar understatement!
Shemekia Copeland verhoogde de huiskamertemperatuur met enkele graden, Samantha Fish zorgt voor ingetogen akoestische intimiteit met het pakkende "Let's Have Some Fun".

Fatoumata Diawara (°1982)

Fatoumata Diawara
Actrice en zangeres Fatoumata Diawara is de dochter van Malinese ouders, geboren in Ivoorkust. Van haar vader leerde ze dansen en gitaar spelen, later migreerde ze naar Frankrijk. In 1997 werd ze ontdekt door cineast Cheick Oumar Sissoko die haar aannam voor de vrouwelijke hoofdrol in de film "La Genèse", waarna ze ook nog in andere speelfilms een rol vertolkte. In 2002 ontvluchtte Fatoumata een gedwongen huwelijk en sloot ze zich gedurende zes jaar aan bij de straattheatergroep Royal de Luxe.

In 2007 kreeg de goedlachse Fatoumata Diawara het aanbod om als achtergrondzangeres mee te werken aan de opnames van het album "Red Earth: A Malian Journey". Ook Oumou Sangaré vroeg haar om mee te werken aan het album Seya, waarna Diawara besloot om verder te gaan in de muziek. Met haar album "Fatou" werd ze in 2011 in één klap een wereldster. De laatste jaren reisde ze de wereld rond met muziek waarin ze de tradities van de Wasssoulou-volkeren uit het zuiden van Mali mengt met Afrikaanse blues en internationale klanken.

Oumou Sangare (°1968) 

Oumou Sangare
Oumou Sangare is afstammelinge van een oude griotfamilie uit de regio Wassoulou in het zuiden van Mali. In 1989 nodigde Oumou een groep muzikanten uit in Ivoorkust om haar debuucassette Moussolou ("vrouwen") op te nemen. In enkele maanden tijd werden van deze opname maar liefst 200.000 exemplaren verkocht. Een nieuwe Malinese superster was geboren die al spoedig ook internationaal erkend werd.

Oumou de "zangvogel van Wassoulou" creëert eigenzinnige Afrikaanse muziek en vult haar betoverende stemgeluid aan met zorgvuldig geselecteerde achtergrondzangeressen die vaak op hun beurt een muzikale solo-carrière starten.
Oumou's vader liet het gezin in de steek toen hij een tweede vrouw aannam, waardoor ze genoodzaakt was om op jonge leeftijd op straat te zingen om het gezin te ondersteunen. Vandaag is Oumou Sangare een felle tegenstander van polygamie en wordt ze geloofd om haar strijd voor de rechten van de Afrikaanse vrouw. Ook in haar liedjes zingt ze over sociaal bewogen thema's als ongelijkheid, vrouwenbesnijdenis en polygamie.

Bb Bm B



Reacties

Populaire posts van deze blog

De Blues doorheen de geschiedenis - The Roaring Twenties

Worksongs