Vrij van geest - een afspeellijst van DJ Moussa Rasé


De Amerikaanse contrabassist Charlie Haden zorgt voor een zoetzure introductie met Carla Bley's "Introduction To People". We schrijven de jaren '80, de nucleaire wapenwedloop en Ronald Reagan's moordende politiek in El Salvador en Nicaragua. Charlie Haden herenigt het Liberation Music Orchestra en roept op tot verbondenheid onder de revolutionaire slogan "The People United Will Never Be Defeated".

Charlie Haden werd geboren in 1937 in Iowa en was als tweejarige kleuter samen met zijn muzikaal gezin al geregeld op de radio te horen. Op zijn vijftiende werden echter zijn keelspieren en stembanden aangetast door polio en kon hij geen toonhoogte meer houden. Een jaar eerder raakte hij al in de ban van de jazz en was hij begonnen als contrabassist.

Ornette Coleman
Aan het eind van de jaren '50 maakte Charlie Haden samen met trompettist Don Cherry en drummer Billy Higgins deel uit van het onorthodoxe Omette Coleman Quartet. Saxofonist Ornette Coleman had minder interesse in het spelen van harmonie en akkoordenprogressie en legde zich vooral toe op dissonant solospel. Met zijn legendarische kwartet legde hij de basis van de "free jazz". Haden stond gekend om zijn zingende baslijnen en speelde een belangrijke rol door als bassist enerzijds een aanvulling te zijn voor de solist terwijl hij aan de andere kant de bas zelfstandig liet voortbewegen doorheen de melodie. "Free jazz" staat ook synoniem voor het orkest van de bevrijding: Haden ging met zijn muziek dan ook frontaal in tegen de gevestigde orde.

Charlie Haden had een heel globalistische wereldvisie. In 1968 organiseerde hij samen met pianiste Carla Bley het Liberation Music Orchestra dat zowel de vrije jazz als de politiek geïnspireerde muziek verkende. De oorlog in Vietnam woedde volop en in eigen land werden burgerrechten in verre mate geschonden. De inspiratie voor de protestmuziek putte hij uit de strijdliederen van de Spaanse burgeroorlog.
Twaalf jaar later voelde Haden zich dus diep gekwetst door de politiek die Ronald Reagan voerde in Latijns-Amerika en in het bijzonder in El Salvador. Haden contacteerde andermaal Carla Bley, het resultaat was het album "The Ballad Of The Fallen" uit 1982 dat commentaar leverde tegen de politieke instabiliteit in de Verenigde Staten en de Amerikaanse betrokkenheid in Latijns-Amerika.
"The People United Will Never Be Defeated" was gebaseerd op het strijdlied "¡El pueblo unido jamás será vencido!" ontstaan uit de Chileense coup van 1973, van de hand van de Chileense componist Sergio Ortega. Het werd voor het eerst uitgevoerd door de groep Quilapayún, protagonisten van de "Nueva Canción Chilena".

Sun Ra
Eveneens vrij van geest lokt het jonge jazzduo van saxofonist Binker Golding en drummer Moses Boyd ons als onvervalste "Rattenvangers van Hamelen" mee naar de eeuwige berg op de melodie van "Fete by the river", een speelse compositie waarbij de sax tot aan het einddoel organisch vrolijk heen en weer danst over de vloeiende percussie.
Bovenop de berg wacht Afrofuturist Sun Ra ons op voor de "Plutonian Nights", een clandestien feestje enkel toegankelijk voor aliens en voor zij die op aarde als aliens behandeld worden - Sun Ra zelf was trouwens afkomstig van Saturnus. In de donkere nacht borrelt de saxofoon op uit de diepe spelonken, opgejaagd door de schelle percussie van de hi-hat. Het bijhorende album "The Nubians Of Plutonia" uit 1959 dat oorspronkelijk slechts in heel beperkte oplage uitgebracht werd en enkel te koop was tijdens concerten of via mail-order, had een visionaire blik op de toekomst.

John Scofield
Dansend doorheen de interstellaire ruimte ontmoeten we John Scofield, éminence grise du jazz, voormalig gitarist in de band van Miles Davis en geroemd om zijn rijke klank, zijn subtiele timing en zijn vlotte stijl. Scofield bleef echter niet op zijn lauweren rusten en snuisterde in "Jungle fiction" met de sampler in de hand door een scala van technologische snufjes om zijn warm en funky jazzpalet verder uit te diepen.
Tenor saxofonist Walter Dewey Redman plaatst ons met genoegen terug met de voeten op de aarde om de vrijheid van het leven te proeven in het opwekkend improviserende "Dewey's Tune". De song werd geschreven voor zijn jazzband Old and New Dreams waar Charlie Haden en Don Cherry deel van uitmaakten, samen met Ed Blackwell, de invloedrijke drummer die in 1960 de plaats van Billy Higgins overnam in het kwartet van Ornette Coleman.

Zoon Joshua Redman gunt de dartele dansvoetjes een korte rust. Toch leidt de zachte rustpauze niet tot verstarring; traag slepend trekt de jonge Redman in "The Rest" iedereen mee vooruit, langzaam maar zeker in een luchtige en toch statige danspas.
De geschiedenis van Ornette Coleman en Joshua's vader Dewey Redman plaatst Joshua in een gewichtige positie. Joshua Redman selecteerde dan ook heel nauwkeurig de bandleden die eer brengen aan het kwartet van zijn vader: bassist Scott Colley was een student van Charlie Haden, drummer Brian Blade ontsproot net als Ed Blackwell uit de traditie van New Orleans en trompettist Ron Miles haalt Don Cherry aan als grootste invloed. Oude en nieuwe dromen versmelten tot prachtige muziek.

Charlie Haden
Charlie Haden was altijd erg begaan met de natuur. Samen met het Liberation Music Orchestra koesterde hij de droom om een album op te nemen over het milieu. Haden stierf echter in 2014, nog voor hij het album kon voltooien.
Op "Song for the Wales" dompelt hij zich onder in een bevreemdende onderwater-akoestiek waar hij met behulp van zijn basgitaar een gesprek aan gaat met... walvissen. De sonorische geluiden die Haden op zijn bas produceert zijn op zijn minst indrukwekkend te noemen. Als antwoord laat pianist John Taylor zijn vingers spelend over het klavier huppelen, enkel nog onderbroken door een respectvolle stilte. Waarna Haden andermaal de walvissen aan het woord laat.

Ook het spannende en funky "Playing" is van de hand van Charile Haden en werd als tribuut uitgebracht door rietblazer Joshua Redman.

Henry Threadgill
De Amerikaanse componist Henry Threadgill staat gekend om zijn atypische jazz-ensembles en zijn bewerkingen van verschillende muziekgenres. In de jaren '80 verlegde hij muzikale grenzen met het "Very Very Circus" waarin tuba's, trombones en twee gitaristen het woord voeren en waarvan, geïnspireerd door een calypso-gevoel, het vrije en complexe "Hope A Hope A" afkomstig is.

Topjazzgitarist John Scofield warmt de kamer verder op met het groovy "A Go Go" waarin de expressieve funky-bluesy gitaarlead van Scofield op de voet gevolgd wordt door de zwoele bas en percussie van de avant-jazz-funkband Medieski, Martin & Wood.

Drummer Brian Blade neselt zich in een laid-back positie en kleurt de rustgevende en warmte-uitstralende geluidsmuur die opgebouwd wordt door zijn Fellowship Band. Blade groeide op in de gospelscene van Louisiana waar hij samen speelde met talrijke grote namen, onder meer Bob Dylan, Joni Mitchell en Joshua Redman. Na een korte improvisatie met "The Sunday Boys" komt een driedelig "Variations Of A Bloodline", een aanklacht over ethische kwesties.
Dwight Trible
De jammerende, dreunende blues galmt uit de uiterst wendbare baritonstrot van de de uit L.A. afkomstige en intussen bijna legendarische zanger Dwight Trible. In de borstkas van Trible klopt een groot soul hart, de subtiele doorslag in de ballad "Trying' Times" komt echter van trompettist Matthew Halsall uit Manchester. Terwijl Halsall de smart door zijn instrument blaast, wringt Trible zich met alle positieve energie van de wereld door de pijnlijk relevante tekst van soulzanger Donny Hathaway. Een meesterlijke demonstratie van "spiritual jazz" - en of het woelige tijden zijn!

James Brandon Lewis
James Brandon Lewis brengt een vrijgevochten en tegendraads manifesto, een ode aan het surrealisme en een eresaluut aan bassist Charlie Haden, maar evenzeer aan de baanbrekende saxofonist Ornette Coleman en trompettist Don Cherry. "Haden Is Beauty" schreef hij na de dood van de legendarische bassist. In het nummer spelen sax, trompet en gitaar een spannend unisono-spel, wervelend en draaiend rond de tegendraadse percussie.

De meester zelve zet ons opnieuw met beide voeten op de grond. Live in de Blue Note Jazz Club in Tokyo wandelde Charlie Haden in 2005 op de rand van de wereld, hand in hand met pianist Gonzalo Rubalcaba, een verbroedering tussen twee zielsverwanten in het poëtisch rustgevende "En La Orilla Del Mundo (The Edge Of The World)".

Joshua Redman
"Sun On Sand" beschrijft het licht in al haar melodische kleuren, samengesteld door de New Yorkse componist Patrick Zimmerli. Het is kruising tussen klassieke muziek en moderne jazz waarbij Joshua Redman uitnodigt in een melancholische dans om nadien het tempo aan te trekken. In zijn kielzog schrijdt het experimentele eclectische strijkensemble, de "toekomst van de kamermuziek", Brooklyn Rider. De opvallende baslijn wordt verzorgd door Scott Colley, de Japanse percussionist Satoshi Takeishi zorgt voor een warme, exotische toets.

"Song for Chè" werd door Charlie Haden in 1969 geschreven als protest op de politieke moord op de Argentijnse revolutionair Ché Guevara. De interactie tussen de muzikanten is bijna griezelig te noemen.
In 1971 toerde Charlie Haden met het Ornette Coleman Quartet door Portugal. Portugal stond toen onder een fascistische dictatuur en Haden besloot om het indrukwekkende "Song for Chè" op te dragen aan de anti-koloniale revolutionairen in de Portugese kolonies van Mozambique, Angola en Guinee-Bissau. Daags nadien werd Haden opgepakt op de luchthaven van Lissabon, gevangengenomen en verhoord door de Portugese geheime dienst. Na een tussenkomst van het Amerikaanse culturele attaché werd hij op dezelfde dag weer vrijgelaten. Ook de Amerikaanse FBI onderwierp hem later aan een ondervraging.

Ornette Coleman Quartet

Het begon allemaal op de avond van 17 november 1959, toen het Ornette Coleman het podium van "The Five Spot Cafe" in New York beklom. Een gerucht deed de ronde over de bizarre jazzmuziek die de band vanuit de West Coast met zich had mee gebracht. Coleman hield zich immers niet aan de gangbare akkoorden en matenschema's, hij beproefde eerder of de luisteraar open stond voor dissonantie. In het publiek, die avond, niemand minder dan Leonard Bernstein, Miles Davis en John Coltrane. Maar de 29-jarige Coleman en de zijnen lieten zich niet intimideren en speelden een set waar niemand uit het publiek was op voorbereid. In de ritmesectie speelden Charlie Haden en Billy Higgins allebei met een klassiek jazzgevoel, terwijl er ook ruimte was om te experimenteren. Zo hield Haden zich tijdens "Lonely Woman" niet aan het tempo aan en speelde hij een langzame klaagzang terwijl Higgins twee tot drie keer sneller speelde dan het tempo. Op dat ogenblik was het eerste album, "The Shape Of Jazz To Come" met daarop "Lonely Woman" reeds op de markt. En al werd Coleman door de grote namen uiteenlopend bekritiseerd, een nieuw talent was ontegensprekelijk geboren.

Ornette Coleman vertelt over "Lonely Woman" dat hij ooit in een galerij een schilderij ontdekte van een heel rijke blanke vrouw, een dame die alles bezat wat men maar kan wensen. Maar uit haar ogen sprak een diepe eenzaamheid. De confrontatie met het schilderij inspireerde Ornette Coleman om het nummer "Lonely Woman" te schrijven, één van de meest melodische en meest gecoverde composities van Coleman. Naast de treurendce saxofoon van Coleman horen we een legendarische bezetting met op de dreunende bas Charlie Haden, op de cornette Don Cherry en aan de roffelende drums met de opjagende cimbalen Billy Higgins.
De Amerikaanse methodist Charles Albert Tindley componeerde rond 1900 de gospelsong "I'll Overcome Some Day". Rond 1945 werd de protestsong voor het eerst gezongen tijdens een staking op een tabaksplantage. In 1959 werd het nummer een belangrijke hymne voor de burgerrechtenbeweging.
Charlie Haden was diep geraakt door "We Shall Overcome" dat door de protesten heen klonk. Zijn versie is terug te vinden op het album Liberation Music Orchestra. In augustus 1963 zette de toen 22-jarige Joan Baez een massa van maar liefst 300.000 mensen aan tot het zingen van "We Shall Overcome" op het Lincoln Memorial. En in zijn laatste preek, net voor hij vermoord werd, citeerde Dr. Martin Luther King de woorden:

We shall overcome. We shall overcome. Deep in my heart I do believe we shall overcome.
And I believe it because somehow the arc of the moral universe is long, but it bends towards justice.
We shall overcome because Carlyle is right; "no lie can live forever".
We shall overcome because William Cullen Bryant is right; "truth crushed to earth will rise again".
We shall overcome because James Russell Lowell is right: Truth forever on the scaffold,
Wrong forever on the throne.
Yet that scaffold sways the future,
And behind the then unknown
Standeth God within the shadow,
Keeping watch above his own.

With this faith, we will be able to hew out of the mountain of despair a stone of hope.
 With this faith, we will be able to transform the jangling discords of our nation into a beautiful symphony of brotherhood.
With this faith, we will be able to speed up the day. And in the words of prophecy, every valley shall be exalted. And every mountain and hill shall be made low. The rough places will be made plain and the crooked places straight. And the glory of the Lord shall be revealed and all flesh shall see it together. This will be a great day. This will be a marvelous hour. And at that moment—figuratively speaking in biblical words—the morning stars will sing together
 and the sons of God will shout for joy

Tijdens zijn begrafenisplechtigheid werd "We Shall Overcome" gezongen door 50.000 aanwezigen.

De New Yorkse bassist John Patitucci beperkt zich tot een sober trio om de rijke en warme klank uit zijn basgitaar zwoel swingend tot haar recht te laten komen, terwijl saxofonist Joe Lovano danst rond de percussie van balletdrummer Brian Blade.

Het laatste project van jazzmeester-bassist Charles Mingus was een samenwerking met de Canadese Joni Mitchell op het experimentele album "Mingus" uit 1979. Mingus schreef de muziek. Joni Mitchell leverde de teksten - "The Dry Cleaner from Des Moines" - aan. Geen sinecure, me dunkt...



Billie Holiday
Shakespeare's karakter Don Pedro sprak de woorden "Speak low if you speak love". Want met liefde ga je niet lichtvaardig om. De song "Speak Low" is van de hand van de Duitse componist Kurt Weill en werd gebruikt in de musical "One Touch Of Venus" uit 1943. De tune groeide uit tot een jazz-standard met opnames van onder meer Billy Holiday, Tony Bennett en Dee Dee Bridgewater. Het werd uitgevoerd door Chet Baker, Bill Evans, John Coltrane en Ella Fitzgerald.

De carrière van de rebelse zangeres Billie Holiday, bijgenaamd "Lady Day", overspant maar liefst drie decennia maar werd geplaagd door alcohol- en drugproblemen. Omwille van haar vernieuwende manier van fraseren, door de wijze waarop ze met tempoveranderingen omging en door haar verrassende improvisatie-vaardigheden, ontwikkelde ze een vocale stijl waarmee ze bekroond werd tot één van de meest invloedrijkste zangeressen uit de jazz-geschiedenis.
We maken even tijd voor een woordje culinaire en vestimentaire semantiek. Een "Pork Pie"? Da's een traditionele Britse vleestaart. Een "Pork Pie Hat" is dan weer een typisch hoedje, smal en rond met een kleine opstaande rand. Het hoedje, aan de zijkant versierd met een paar veren, werd typisch gedragen door Britse en Amerikaanse vrouwen in de periode tussen 1830 en 1865. Tot Buster Keaton, acteur in stomme films in de jaren '20, het hoedje opnieuw populair maakte, ditmaal in de herenmode. In de jaren '30 was de Pork Pie Hat ongezien populair. En zo komen we aan bij jazz saxofonist Lester "Pres" Young, die geregeld een "Pork Pie Hat" droeg tijdens zijn optredens. "Pres" - zijn fans beschouwden hem als de "President" van de tenor-saxofoon - fabriceerde zijn Pork Pie-hoedjes overigens zelf, uit een ordinaire hoed.



Lester Young
Na de dood van Lester "Pres" Young in 1959 schreef Charles Mingus het instrumentale rouwlied "Goodbye Pork Pie Hat". In 1976 voegde Rashaan Roland Kirk een tekst toe aan de melodie, terwijl ook de Canadese singer-songwriter Joni Mitchell in 1979 voor het album "Mingus", enkele maanden voor diens overlijden, woorden schreef voor Mingus' compositie:

You know someone great has gone
The sweetest swinging music man
Had a Porkie Pig hat on
A bright star
In a dark age

Goodbye Pork Pie Hat - Jonie Mitchell
Tuto Puoane

De gedreven jazz-zangeres Tuto Puoane werd geboren nabij Pretoria in Zuid-Afrika en belandde na een studie aan het "University of Cape Town" aan het Conservatorium van Den Haag. Intussen verblijft ze in Antwerpen en werkte ze samen met het Brussels Jazz Orchestra waarmee ze enkele unieke creaties uitbracht, op een afstand van de jazz-standards.
Over het Brussels Jazz Orchestra, opgericht in 1993 onder aanvoering van saxofonist en artistiek leider Frank Vaganée en uitgegroeid tot een internationaal gerenommeerde bigband, loopt momenteel de film "Bring It To The People".

In een passionele kreet voor rechtvaardigheid bracht Tuto Puoane, naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van het overlijden van Martin Luther King, het album "We Have A Dream" op de markt, waarop bewerkingen van wereldwijde protestsongs en nummers uit het persoonlijke archief.

"It's Not Easy Being Green" werd door de Portugese componist Joe Rapaso geschreven in 1970 voor het eerste seizoen van Sesame Street. Later bracht Kermit het ook nog in twee afleveringen van The Muppet Show. Het nummer werd ook vertolkt door Frank Sinatra, Lena Horn, Sophie Milman en Della Reese.
Neen, het is niet gemakkelijk om anders te zijn... Maar aan het eind van de klaagzang lijkt Kermit zich toch te verzoenen met zijn huidskleur. Tenslotte begint naastenliefde bij jezelf. 'Bein' Green' werd een belangrijk statement...


In de afspeellijst "Vrij van geest" gaat DJ Moussa Rasé voor structurele vrijheid en het denken out-of-the-box. Vertrekkend vanuit het onorthodoxe kwartet van Ornette Coleman, Charlie Haden, Billy Higgins en Don Cherry verkent Moussa de rebelse wereld van de "Free Jazz". In het kielzog van de grootmeesters volgt een jonge generatie van vrijgevochten jazzmuzikanten die free jazz verder verheffen tot hogere sferen.
"Vrij van geest" is een afspeellijst waar conventionele bassisten hun vingers aan snijden, waarbij rietblazers hun handen verbranden aan de ventielen en waarmee puristen die gaan voor melodie en structuur hun oren kastijden. Free jazz is misschien intellectueel uitdagend, tegelijkertijd werkt free jazz echter stimulerend en geestverruimend. Zet een onconventioneel hoedje op, blaas te hoge noten en verf je aangezicht groen, want "It's OK to like free jazz!"

Bb Bm B


Spotify afspeellijst

Reacties

Populaire posts van deze blog

De Blues doorheen de geschiedenis - The Roaring Twenties

Worksongs

De Blues doorheen de geschiedenis - The Golden Sixties