The cotton needs picking - een afspeellijst van DJ Moussa Rasé


Spotify-afspeellijst



Na een lange en indrukwekkende tocht door de onmetelijke ruimte van muziek, keren we naar de Aarde terug. Het is immers hoog tijd om te landen in het zuiden van de Verenigde Staten. Het katoen staat in bloei, we maken ons op voor de oogst.

Dr. John
Nog voor we onze voeten drenken in de moerassen van New Orleans, werpen we een laatste blik op de maan. Dr. John the Night Tripper bezong met zijn gekende rauwe stem de "Creole Moon", een eerbetoon aan de legendarische liedjesschrijver Doc Pomus.

Dr. John begon zijn carrière in de jaren '50 als gitarist. Hij raakte echter gewond aan zijn linker ringvinger toen de manager van een motel een kogel afvuurde, gericht op een medemuzikant die scharrelde met de vrouw van de moteleigenaar.
Dr. John's vinger werd hersteld, maar bleef stram. Dr. John besloot dan maar om piano te gaan spelen.

Dr. John the Night Tripper werd geboren in "The crescent city" als Malcolm John Rebennack Jr. Hij ontleende zijn artiestennaam aan een ver familielid, John Montaine alias Dr. John, die in 1800 samen met een Senegalese prins werd gearresteerd voor het drijven van handel in voodoo-talismans.

Aan het eind van de jaren '60 bracht Dr. John "New Orleans blues", een subgenre dat door de rol van de blazers en de piano dicht aanleunt tegen jazz. Deze mix van jazz, creole blues en voodoo maakt de muziek van Dr. John heel karakteristiek. Tijdens zijn psychedelische optredens droeg Dr. John in de stijl van Mardi Gras veelal extravagante, kleurrijke kostuums en maakte hij vaak gebruik van heel wat voodoo-symbolen. Dr. John was zo kleurrijk dat hij geïmiteerd werd in het karakter Dr. Teeth uit de Muppet Show.


Op 6 juni 2019 overleed Dr. John aan een hartaanval. Hij was toen 77 jaar jong. Met het heengaan van Dr. John verbrak de voodoo-bezwering en verloor de wereld een kleurrijke warmte die nooit meer zal terugkeren.

We migreren naar die andere grote bluesstad, Chicago, waar we na een nachtje stappen Otis Spann tegen het lijf lopen. Otis Spann werd in 1951 pianist bij de niet-te-kloppen live-band van Muddy Waters, toch heeft het twee jaar geduurd alvorens platenbaas Leonard Chess hem ook in de studio accepteerde. Die verloren tijd werd echter snel ingehaald, want al gauw kon Otis Spann aan de slag als sessiemuzikant bij het platenlabel, met op zijn curriculum de backings bij een dozijn grote namen uit de stal van Chess.
Otis Spann
Hoewel geleend uit de catalogus van de bluesstandards, zingt Otis Spann "Ain't Nobody's Buisiness" met een slepend gemak en het lijkt wel of hij de woorden ter plekke improviseert. De piano pingelt vooruit alsof Spann, verblind door de eerste zonnestralen, zijn evenwicht tracht te behouden op de oneffen kasseien van Chicago. Niemand minder dan Peter Green op gitaar ondersteunt Otis Spann, op zijn zwalpende tocht naar huis. Maar Spann is zonder zelfbeklag over wat er zich de voorbije nacht heeft afgespeeld. En nou ja, "It Ain't Nobody's Business"!

Gravend naar het origineel dacht ik trouwens uit te komen bij blueskeizerin Bessie Smith. Ik zat in de juiste periode, de Roaring Twenties, maar ook Bessie heeft dit nummer gecoverd, en wel van de voor mij nobele onbekende Anna Meyers.

Brittany Howard
Van Chicago naar Alabama voor een rendez-vous met Brittany Howard. In 2019 stapte de de leadzangeres van de Alabama Shakes even opzij voor een solo-project. Haar eigen album doopte ze Jaime, naar haar oudere zus die overleed toen beiden nog tieners waren, de zus die haar leerde piano spelen en van poëzie genieten.
Met het funky "Baby" richt Brittany Howard zich vastberaden tot haar ex-minnaar. Gedaan met die relatie waarin ze alles deed om hem te behagen. "How could you ever call me your baby?"

We trekken diep in het hart van de Mississippi Delta. Op de wieg van de Delta Blues staan drie roemrijke namen gedrukt: aartsvader Charley Patton, de ietwat vergeten Willie Brown en de indrukwekkende Son House. Eddie James "Son" House kende een hard leven. Zijn vader was drankverslaafd, zijn mama nam hem mee naar de overkant van de Mississippi om zich nabij New Orleans te vestigen. Son House werkte op verschillende katoenplantages, maar voelde zich nog het best in de kerkgemeenschap waar hij als predikant aan de kost kwam. Zijn huwelijk liep spaak en hij raakte betrokken bij een schietincident waarbij hij, naar eigen zeggen uit zelfverdediging, zijn belager verwondde. Son House werd veroordeeld tot vijftien jaar strafarbeid, na twee jaar kwam hij weer vrij.

Op 25-jarige leeftijd maakte hij in een plaatselijke juke joint kennis met een muzikant die bottleneck-gitaar speelde. Son House was diep onder de indruk en vergat heel snel zijn afkeer van de blues. Die keuze moet hartverscheurend zijn geweest, want zijn nieuwe passie rijmde heel moeilijk met het feit dat bluesmuziek door de kerk als duivels en zondig werd beschouwd.

Son House speelde tot op oudere leeftijd met een krachtige, eenvoudige, zuivere slide en bracht  negro-spirituals met een beangstigende intensiteit. Hij liet zijn snaren knallen tegen de nek van zijn gitaar, predikte zijn eigen blues en kreunde als een ware holler.



The Como Mamas
Ben je na het aanhoren van "John The Revelator" nog niet bekeerd, laat dan nog even naar de rauwe en grollende gospel van het geestdriftige trio van The Como Mamas tot je doordringen. Como is een klein dorpje in Mississippi waar The Como Mamas het woord van de Heer vertolkten. De boodschap die ze brengen zindert in de geest, is waarachtig en dringt door tot in de ziel. "Count Your Blessings"!

Our Native Daughers
Toch zijn de zegeningen niet evenredig verdeeld. Het ontmenselijken van de zwarte slaven tot werktuig van het blanke geldgewin op de katoenplantages legde mee de basis van het racisme waar de wereld ook vandaag nog van is doordrongen. De verdere geschiedenis van de Afro-Amerikaanse gemeenschap in de V.S. werd geschreven met bloed en tranen op pikzwarte bladzijden.

Dat ondervond ook Amythyst Kiah: zij groeide op in een blanke buurt, en eens ze de puberteit bereikte bleven de deuren van de buren  voor haar gesloten.
Gedreven door de slavenverhalen uit haar land, verenigde Amythyst zich met haar banjo-spelende lotgenoten Rhiannon Giddens, Leyla McCalla en Allison Russell tot Our Native Daughters om vanuit de positie van de dochters, moeders en grootmoeders het hardnekkige racisme in Amerika aan de kaak te stellen.
De tekst van "Black Myself" is geïnspireerd op de lyrics uit "John Henry" van Sid Hemphill . In dat nummer verwoordt de Mississippi bluesman de interraciale discriminatie met de woorden "I don't like no red-black woman. Black myself, black myself".

De blanke overheerser heeft trouwens lang geprobeerd om de Afrikaanse cultuur uit te wissen. Om die reden werden aan boord van de slavenschepen naar Amerika geen instrumenten toegelaten. Toch reisde met de slaven af en toe een fluit of een Senegalese halam, de voorloper van de banjo, mee. En later vervaardigden de Afro-Amerikanen op de plantages instrumenten die veel gelijkenissen vertoonden met hun Afrikaanse voorlopers. Zo waren de banjo en de fiddle aanvankelijk de meest populaire instrumenten in de bluesmuziek, later maakten ze plaats voor de gitaar en de saxofoon.

Voor de documentaire "Throw Down Your Heart: The Complete Africa Sessions" nam de Amerikaanse banjo virtuoos Béla Fleck zijn lievelingsintrument terug mee naar de geboorteplek, Afrika waar hij samen met de populaire gitarist D'Gary uit Madagaskar het nummer "Kinetsa" componeerde.

Om het katholieke geloof tot in de afgelegen dorpen te brengen, werden rondtrekkende dominees ingeschakeld. Deze rondreizende predikant kreeg de titel van Country Circuit Preacher (C.C.), in de volksmond "C.C. Rider". De C.C. Rider verkondigde het geloof in een "preaching circuit", een afgebakend gebied dat meerdere kerken insloot. Omdat de preacher te paard rond trok, werd hij ook wel eens "saddlebag preacher" genoemd. De C.C. Rider stond symbool voor entertainer en vrijbuiter tegelijk.

"See See Rider Blues" is een 12-matenblues over een ontrouwe man of "easy rider". Het nummer werd voor het eerst door Gertrude "Ma" Rainey opgenomen in 1924, in een jazzy versie met Louis Armstrong op kornet en Fletcher Henderson op piano.
Maar zoals het hoort in de blues, voelde later vooral een lange rij mannen zich bedrogen door hun "easy rider".

Delta-bluesman Big Bill Broonzy beweerde dat hij op tienjarige leeftijd het nummer "See See Rider" hoorde zingen door een voormalige slaaf die een één-snarige fiddle bespeelde. Big Bill Broonzy was één van de eerst bluesmannen die in de jaren '50 door de V.S. en Europa toerde, als leidende figuur van de "Folk Blues Revival".

Big Bill Broonzy

De 51-jarige bluesman Samba Touré komt uit de leerschool van Ali Farka Touré, de grootmeester die de Mali-blues op de wereldkaart plaatste. Zijn discipel Samba zet de traditie verder. Tijdens het toeren met Farka Touré nam Samba heel wat verschillende invloeden in zich op en ontwikkelde hij een geheel eigen stijl die een mix is van River Niger Blues met Westerse en Shongai-invloeden. Samba Touré wordt beschouwd als de beste gitarist van Mali. Met "Be Ki Don" - "Iedereen dansen" -  nodigt hij ons met zijn doorleefde stem uit tot een hypnotiserende dans in de Sahara. Samba Touré stelt zich immers tot doel om iedereen rond hem te verenigen, terwijl hij zingt "Everybody welcomes Samba Touré".
Elke katoenplukker en ook elke bluesliefhebber kent de dreigende woorden "I'm gonna get up in the morning, I believe I'll dust my broom". Robert Johnson zong de legendarische waarschuwing toen hij in 1936 "Dust My Broom" speelde in kamer 414 van het Gunter Hotel in San Antonio, een kamer die voor de gelegenheid was omgebouwd tot opnamestudio.

Uiteraard was het niet de mondharmonica-speler Sonny Boy Williamson II die het nummer coverde zoals Spotify beweert, maar wel Elmore James. Elmore James speelde het nummer al aan het eind van de jaren '30, toen hij nog ronddoolde door de delta van de Mississippi. Elmore James speelde er wel vaak samen met Aleck Rice Miller, de man die de naam van Sonny Boy Williamson plagieerde. In '51 kreeg Sonny Boy de kans om een opname te maken voor Trumpet Records, waar hij zich liet begeleiden door zijn makker Elmore James. Aan het eind van die opnamesessie speelde Elmore James zijn "Dust My Broom", met Sonny Boy Williamson II op mondharmonica. Omdat de studio nog geen gebruik maakte van een tape-recorder, werd de opname rechtstreeks op plaat gezet en met gebruik van slechts één microfoon.

Elmore James transformeerde de delta-bluessong met zijn versterkte slide-gitaartechniek tot een elektrische, versterkte en overstuurde rockversie. Elmore's slide-gitaar interpretatie van Robert Johson's triplets groeide uit tot één van de meest typerende bluesgitaarriffs aller tijden.
Omdat Elmore James voor Trumpet slechts één opname maakte, werd zijn hit later toegevoegd aan Sonny Boy's album "King Biscuit Time".

Point of no return - Gorée, Senegal
Op drie kilometer voor de kust van Senegal ligt het kleine eiland Gorée. Slechts 900 bij 300 meter groot, vult het eiland een heel donkere bladzijde in de geschiedenis: Gorée was in de periode tussen de zestiende en de negentiende eeuw een belangrijke knooppunt voor de slavenhandel. In de kerkers of wachtkamers werden slaven vastgehouden tot ze weggevoerd werden langs het "Point of no return",  ingescheept om hen te ontvoeren naar de "Nieuwe Wereld". Slechts een derde van de gevangengenomen Afrikanen overleefde de overtocht naar Amerika waar ze ingezet werden als slaven op de katoenvelden.

Papa Nouroudine Kane of kortweg Nuru Kane is een Senegalese singer-songwriter met een ziel gedrenkt in de blues en een hart voor de Noord-Afrikaanse gnawamuziek. In "Goree" brengt hij de droevige geschiedenis van het eiland in herinnering.

John Brown
Marc Ribot is niet alleen een boeiende gitarist maar ook een maatschappelijk geëngageerde muzikant. Ribot ziet een verband tussen de onderdrukking van de zwarten door de Trump-administratie en de decennialange onderdrukking van de Afro-Amerikanen in zijn land.
Met muziek als wapen eert Ribot "John Brown", de negentiende-eeuwse abolitionist die mee het einde van de slavernij in gang zette. Terwijl mensen geketend lagen in de achtertuin van de blanken, werd de opstandige John Brown als een gek weggeschreven. John Brown nam de wapens op en werd voor zijn activisme ter gelyncht. Toen hij tot de strop werd veroordeeld, sprak hij de woorden:
"If it is deemed necessary that I should forfeit my life for the furtherance of the ends of justice, and mingle my blood further with the blood of my children and with the blood of millions in this slave country whose rights are disregarded by wicked, cruel, and unjust enactments, I submit. So let it be done!

En zo geschiedde dat de geest van John Brown nog steeds rond dwaalt in het racistische Amerika.

Lizzo houdt van ons. En dat toont ze met alle energie, alle zelfvertrouwen en alle melodramatische pathos die ze als vrouw in zich heeft. En wie kan nu nog weerstaan aan haar dwingende charme? "Cuz I love You"!
Laten we elkaar dus liefhebben. Geen oorlog meer. "Het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren" - zo sprak de profeet Jesaja. "Ain't gonna study war no more", klonk al uit de stem van het volk aan de beginjaren 1800.
"Down By The Riverside" dateert van voor de Amerikaanse burgeroorlog. De spiritual werd het eerst opgenomen in 1920 door het Fisk University Jubilee Quartet, de gospelgroep die tegen heel wat weerstand in de geschiedenis van de spirituals levendig hield.

In 1954 wist Brother John Sellers met succes de traditie van de gospel en de blues met elkaar te verenigen. Geboren in Clarksdale, Mississippi, kan hij dan ook de nodige geloofsbrieven voorleggen. Met volle overtuiging draagt hij de pacifistische boodschap verder om ook in de moderne wereld gehoord te worden.

Maar we praten allemaal door elkaar, zo klaagt Tom Waits. "Talking At The Same Time". Hoofdpijn krijgt hij ervan. Dus wijst de veelzijdige muzikant ons terecht. Hij zingt zijn klagerige vocalen met een fijne falsetto-stem terwijl hij ons vast kluistert aan zijn bluesy shuffle-slidegitaar verhaal.

Well it’s hard times for some
For others it’s sweet
Someone makes money when there’s blood in the street
Don’t take any lip
Stay in line
Everybody’s talking at the same time

Talking At The Same Time - Tom Waits

Sidney Bechet
Sidney Bechet legt iedereen het zwijgen op. De tijd is rijp voor een stukje rustige, traag slepende instrumentale blues. Klagen kan ook zonder je stem te verheffen en Sidney Bechet, pionier in de jazz-solo, neemt hiervoor het liefst de klarinet in de hand. Met breekbare blue notes, een eindeloos treurige kadans en een diepe tremolo is "Blue Horizon" traag slepende tristesse van de allerhoogste plank.

You keep telling me
To climb this ladder
I've got to pay my dues
But as I rise
The stakes get higher
I've got the capitalist blues

"The Capitalist Blues" van de Haïtiaans-Amerikaanse muzikante Leyla McCalla houdt ons nog even gekluisterd in haar thuisstad New Orleans, want ook daar is de maatschappij vergiftigd door het "steven naar de top-principe". Maar wie hoog klimt, kan laag vallen  - en dan blijft er voor velen niets meer over dan het cabareteske "Capitalist Blues".

Victoria Spivey
The lady sings the blues, zo belanden we naadloos in de jaren '20 van de vorige eeuw. De "Roaring Twenties" dus, aan de vooravond van "The Great Depression". En zelfs tijdens die economische hoogconjunctuur van de jaren twintig vielen heel wat mensen uit de boot. Vooral de armere populatie, de zwarte bevolking uit de dichtbevolkte wijken van de stad, kreeg niet met evenveel gemak toegang tot de hogere sporten van de kapitalistische ladder.

in diezelfde periode regeerden vrouwen als blueskoningin Victoria Spivey op de vaudeville-podia. Spivey zong graag over bloeddorstige, seksuele of weerzinwekkende onderwerpen: in "T.B. Blues" beschrijft ze hoe de hoestende, kortademige tuberculose-lijder aan zijn lot wordt over gelaten. Spivey's zelfgeschreven nummers waren haar sterkste, en zelf wist ze wel op te klimmen op de sociale ladder: dankzij haar talent als businessvrouw, entertainer en zangeres beheerste ze ook in de moeilijke jaren '30 en '40 de podia en samen met Lonnie Johnson stichtte ze haar eigen platenlabel "Spivey Records". Victoria Spivey bleef opnames maken tot aan haar overlijden in 1976.


Vertegenwoordigt Mali-blues de oorsprong, of eerder de terugkeer van de blues naar het thuisland? Het doet er niet toe. Touareg-blues is de blues an sich, in volle ornaat, in al haar schoonheid, warmte en tristesse. En de populariteit van de Mali-blues kan gemakkelijk terug gebracht worden tot de koning van de desert blues Ali Farka Touré. Deze legendarische Malinese griot en multi-instrumentalist werd zo vaak omschreven als de "Afrikaanse John Lee Hooker" dat het wellicht op beide artiesten hun zenuwen is gaan werken.

Toch houdt de vergelijking steek; Farka Touré, geboren in Niafunké aan de oever van de Niger op 300 kilometer afstand van Timbuktu, mengde niet alleen de traditionele Malinese muziek met elementen uit de blues, hij zong zijn nummers ook met een lage stem en in een slepend en stampend ritme, vaak met minimale begeleiding - net als John Lee Hooker dus. Beide artiesten putten hun inspiratie uit eeuwenoude muzikale Afrikaanse tradities.

Ali Farka Touré & Ry Cooder
Zijn ouders noemden hem "Farka" of "ezel" omwille van zijn koppig doorzettingsvermogen. En vastberaden was hij zeker: de sound van Ali Farka Touré verspreidde zich in de jaren '80, toen op cassette, over geheel Afrika en al gauw ook wereldwijd. Zo ontmoette hij in 1992 in een club in Londen de Canadese bluesman, slide-gitarist en muzikale kameleon Ry Cooder. Deze collaboratie leidde tot het prachtige album "Talking Timbuktu" dat een brug sloeg tussen Mali en de Mississippi-delta.
Het wondermooie "Ai Du" gaat over vertrouwen. Als je wil geloven in de toekomst, moet je immers eerst geloven in jezelf. Het is een ode aan de samenwerking, waarbij twee gitaren met elkaar communiceren en elkaar de ruimte laten om het woord te voeren.
Ali Farka Touré overleed in 2006. Hij was een muzikale grootmeester en stond aan de wieg van de Touareg-blues.
Boogiekoning John Lee Hooker werd groot op de muzikaal vruchtbare grond van Clarksdale, Mississippi. Hij stotterde, maar dat was in zijn half-gesproken "talking blues" niet te merken. Toen hij 26 jaar was, in 1943, verhuisde John Lee naar Detroit om in de autofabriek te gaan werken. Vanuit de industriestad ontwikkelde hij zijn hoogstpersoonlijke stampende, verhalende, tot het merg doordringende en intussen vermaarde boogie-bluesstijl.

John Lee Hooker

John Lee Hooker's "Crawling King Snake" is verwant aan de hokum "Black Snake Blues" van Victoria Spivey en het dubbelzinnige "Black Snake Moan" van Blind Lemon Jefferson. Big Joe Williams showde als eerste met zijn kruipende zwarte slang in 1941, "Crawling King Snake" werd één van de meest succesvolle  nummers van de boogieman met populaire covers van Muddy Waters en The Doors. Voor het album Mr. Lucy liet John Lee Hooker zich bijstaan door Keith Richards en Ry Cooder vulde aan met huiveringwekkende slide-gitaar.


C.W. Stoneking
Op en naast de katoenvelden van de blues zwaaien voornamelijk mannen de scepter. Het was in de jaren '20 van de vorige eeuw dat ook de zwarte vrouwen de bluespodia beklommen. Intussen lijkt de toekomst voor black mama minder hoopvol. En niemand minder dan Christopher Wiliam "C.W." Stoneking weet de kater na de Roaring Twenties beter te belichamen. In "Mama Got The Blues" verwoordt hij het gevoel op zijn eigen tegendraadse manier, slepend en klagend, rauw gekookt en overgoten met een heet sausje jungleblues.

De naam van Ry Cooder is intussen al enkele keren gevallen. Een kameleon, virtuoos op de slide-gitaar, multi-instrumentalist, gerespecteerd antropoloog en muzikale globetrotter. En toch lijkt Ry Cooder altijd op de achtergrond te blijven, terwijl hij ronkende namen als Captain Beefheart, Taj MahalEric Clapton, John Lee HookerAli Farka Touré, Buena Vista Social Club en zelfs The Rolling Stones meer dan een stevig duwtje in de rug gaf.
Cooder reisde van Hawai over Cuba naar Mali. En hij zwierf rond door de delta van de Ganges in Indië, waar hij samen met Vishwa Mohan Bhatt het zintuig-prikkelende "Ganges Delta Blues" componeerde. Bhatt speelt in het geïmproviseerde nummer met een metalen slide op de helder klinkende "Mohan veena", een snaarinstrument dat hij zelf heeft ontworpen.

De blues laat zich dus niet inblikken door harde grenzen. Sainkho Namtchyla - oefen alvast op de naam - ontdekte het gevoel van de zwoele woestijnblues van Tinariwen en de "Nomadic Mood" mee naar haar thuisland, de Volksrepubliek Toeva.
Toeva is een onderdeel van Rusland en staat tot ver buiten de grenzen bekend om zijn rendieren en kamelen - tot daar de referentie naar woestijnblues en nomaden. Maar Toeva is meest gekend om de traditionele "boventoonzang", een vorm van keelzang waarbij simultaan tot drie hoge, fluitende tonen worden voortgebracht. De boventoonzang is in Toeva eigenlijk enkel een aangelegenheid voor mannen, maar Namtchylak wist ook die culturele barrière te overwinnen.
Dit is Sainkho Namtchyla, live in Paris 2016: geniet van een indrukwekkende multicultureel gelaagde geluidsmuur!

Laila Amezian
Laila Amezian is een Belgisch/Marokkaanse zangeres die haar sporen verdiende in verschillende wereldmuziekbands. In een tweestrijd tussen licht en duisternis, liefde en dood brengt ze een ijzersterke en van pijn doordrongen versie van Billie Holiday's "Strange Fruit".

We begonnen er al mee: "Ain't Nobody's Business". Pianist Jason Moran en vocalist Meshell Ndegeocello delen de mening en brengen de stelling nog eens onder de aandacht met een trage maar stijlvolle en overtuigende jazzy-jam.

Een Japanse man beweert dat hij een afstammeling is van een Cherokee-chief. Om een glimp op te vangen van een andere wereld, moet hij eerst de dood aanraken. Sjamanisme en chaos. Blues zonder grenzen. Het mysterieuze hoofdpersonage, Asagaya, is een Japanner met thuisadres in Parijs. Hij trekt met ons mee naar de top van zijn surrealistische wereld, "In the Mountain of Bliss".

Howe Gelb
De Amerikaan Howe Gelb trok door de woestijn met zijn rockband Giant Sand, nu verlaat hij het zandpad om zich toe te leggen op het adembenemende poëziewerk van Leonard Cohen. Het intieme "A Thousand Kisses Deep" is een bluesy ballad die tranen van eenzaamheid laat druppelen op een broeierig hete plaat.

Met gepijnigd hart zoeken we opnieuw zielerust in de desolaatheid van de woestijn. Lobi Traoré gidst ons op het ritme van John Lee Hooker's boogie-shuffle door zijn land, Mali. En daar vallen de eerste tranen uit de lucht, het regenseizoen kondigt zich aan. "A Lamèn" is het indringende testament van de Touareg-bluesman: in 2010 overleed Lobi Traoré onverwacht op 49-jarige leeftijd.

Ben Harper & Charlie Musselwhite
God kent dan ook geen genade in dit land. Ben Harper en harmonicagod Charlie Musselwhite zoeken spirituele en muzikale steun bij elkaar: "No Mercy In This Land". Het was trouwens John Lee Hooker die beide heren in '98 aan elkaar voorstelde en hen liet jammen  op diens legendarische boogie "Burnin' Hell". Het paden van Ben Harper en Charlie Musselwhite waren kronkelig, maar op de crossroads kwamen ze elkaar steeds opnieuw tegen.
"No Mercy In This Land" brengt ontegenssprekelijk "Death Don't Have No Mercy" van Reverend Gary Davis in herinnering. En Charlie Musselwhite voelt zich bij de modderige deltablues die Ben Harper ten berde brengt, overduidelijk als een vis in het water van de Mississippi.

De blues op zaterdagavond, de gospel op zondagochtend. Zo mijden we de toorn gods terwijl onze ziel de nodige rust vindt. "King of Soul" Sam Cooke wist er alles van: geboren in 1931 in Clarksdale - jawel - en opgegroeid als zoon van een priester van de "Church of God in Christ" zong hij de gospel. Op negentienjarige leeftijd werd hij leadzanger van de legendarische Soul Stirrers alvorens zich in 1956 te bekeren tot de goudmijn van de soul- en popmuziek. Hij had een innemend uiterlijk, een zuivere stem en als voortrekker van de zwarte beweging oogstte hij veel succes. Met "Lost and Lookin'" gooit hij als een ware field holler al zijn emoties los.

Sam Cooke

Sam Cooke overleed in minder vrome omstandigheden: de getrouwde Sam Cooke werd neergeschoten door de manager van een hotel, nadat hij dronken en halfnaakt in haar kantoor binnen stormde. Net voordien zou Sam Cooke een vrouw hebben gedwongen zich om naakt op zijn bed te gaan liggen. De vrouw ontsnapte, en nam in haar vlucht uit de kamer ook de kleren van Sam Cooke mee onder de arm. Later bleek deze vrouw echter een prostitué die er vermoedelijk op uit was om Sam Cooke te beroven. De exacte omstandigheden van Sam Cooke's dood blijven echter gehuld in een mistige rook. Het overlijden verscheurde het imago van "Mr. Elegance", Cooke's geest blijft nu voor eeuwig dwalen door de velden van het muzikale hiernamaals.

Bb Bm B

Spotify-afspeellijst

Reacties

Populaire posts van deze blog

Swing Low Sweet Chariot

Worksongs

De Blues doorheen de geschiedenis - The Golden Sixties