De Blues doorheen de geschiedenis - Prille vormen van blues op de plantages


Wat vooraf ging

  • De Blues doorheen de geschiedenis - Slavernij en de Afrikaanse roots van de blues
  • Ondanks de pogingen van de settlers om de Afrikaanse cultuur de kop in te drukken, werd door de tot slavernij gedwongen Afro-Amerikanen op de plantages toch muziek gemaakt.

    Field Hollers

    De eerste “bluesnummers” waren dan ook louter vocaal, de zogenaamde "field-hollers". Bij de field-hollers zong de zanger gewoon voor zich uit, wat hij deed of wat hij verlangde. Met field hollers werd ook over langere afstand gecommuniceerd: waar je was, maar ook hoe je je voelde. De field holler leidde vaak tot een vraag-antwoordpatroon over de velden. Het gezang werd ook gebruikt om het vee te kalmeren. Er waren "Cornfield Hollers", "water calls" en "whoops".
    Field hollers werden typisch gezongen met een falsetto stem, waarbij men gebruik maakte van een grote tonale variatie. De toon van de field holler kan vergeleken worden met de oproep voor het gebed in de islam. We mogen ook niet vergeten dat 30% van de slaven de islam als cultuur had.

    De "boll weavil" was een kever die zich tegoed deed aan de knoppen en de bloemen van de katoenplant. Aan het eind van de negentiende eeuw migreerde deze kever vanuit Mexico naar de Verenigde Staten om er grote schade aan te richten in de katoenindustrie. Het is dan ook niet verwonderlijk dat heel wat bluesnummers de boll weavil als onderwerp hebben.
    "I woke up this morning and was feeling bad" is een elementaire, heel krachtige zin die de hele sfeer van de bluesmuziek omvat!

    Worksongs

    Of de zang werd ritmisch begeleid met behulp van de werkinstrumenten in de "worksongs". Werkliederen werden gezongen op de plantages, bij het aanleggen van spoorwegen, bij het vellen van bomen en in de scheepvaart.


    Een voorzanger start een zanglijn en een koor van arbeiders dient hem van antwoord. Deze vraag- antwoordpatronen kennen dus hun oorsprong in de Afrikaanse cultuur. De lichaamsbewegingen van de arbeid bepaalden het ritme en het tempo van de muziek. De melodie was doorgaans heel eenvoudig: de tekst vertelde over het dagelijkse leven, of kanaliseerde woede en frustraties. Soms bevatte de tekst een verdoken boodschap die doorgegeven werd en niet mocht begrepen worden door de aanvoerder van het werk. 
    Worksongs zorgden voor eenheid en samenhorigheid. Bovendien verzachtten ze de zeden en hielpen ze bij het vergeten van de tijd tijdens de lange arbeid.

    Worksongs kunnen beschouwd worden als de voorlopers van de protestsongs. Bovendien behoren ze samen met de spirituals tot de oudst gekende vormen van bluesmuziek. Worksongs speelden een heel belangrijke rol bij het ontstaan van de blues.

    Met de machinisatie van de arbeid raakte de traditie van de worksongs verloren. Enkel op de afgelegen en geïsoleerde "prison farms" in het zuiden van de V.S. werden nog worksongs gezongen door de Afro-Amerikaanse gevangenen. De meeste opnames die we nu hebben zijn dan ook vaak in de jaren '30 en '40 ingezongen door dwangarbeiders van die staatsgevangenissen.
    De oudst gekende versie van deze worksong is een opname van Alan Lomax uit 1933. In 1939 werd deze worksong ook opgenomen door Huddie Leadbelly. De betekenis van "Black Betty" is het onderwerp van heel wat discussie. Sommigen beweren dat de Black Betty slaat op een geweer met een zwarte kolf, "bam-ba-lam" slaat dan op de geweerschoten. In het gevangeniswezen geeft men de naam "Black Maria" aan de transportwagen voor gevangenen, alsook aan de zweep waarmee gevangenen gestraft werden.
    In 1930 bezochten John en Alan Lomax de staatsgevangenis van Sugerland. Ze maakten er kennis met een zeventig jarige gevangene met de naam "Clear Rock". Hij bracht het nummer "Pick A Bale Of Cotton", een song die vermoedelijk al gezongen werd in de periode van de slavernij, aangezien in de oorspronkelijke versie de aanspreektitel "massa" gebruikt werd. 
    Leadbelly zorgde later voor een ruime bekendheid van het nummer. De oorspronkelijke tekst had een sterk racistische ondertoon: "That nigger from Shiloh kin pick a bale o' cotton, dat nigger from Shiloh kin pick a bale a day".

    De tekst van "Pick A Bale Of Cotton" was trouwens schromelijk overdreven, een vorm van satire, want geen enkele potige arbeider was in staat om dagelijks een baal katoen van 225 kilogram te plukken.
    Het vellen van bomen was een gevaarlijke klus. Om het tempo hoog te houden, liet men een groep arbeiders in de boom hakken terwijl een andere groep arbeiders de bijl uit de boom verwijderde om in de volgende ronde in de stam te hakken. Het was dus noodzakelijk om dit werk goed te synchroniseren: hiervoor maakte men gebruik van "cross cutting songs".


    Sommige geprivilegieerde slaven kregen ook toelating om de blanke te entertainen met dans en muziek. Daartoe vervaardigde men instrumenten die leken op de Afrikaanse instrumenten, zoals de banjo. Van deze gelegenheid werd soms gebruik gemaakt om op een verborgen manier ongenoegen te uiten of een verhaal over een ontsnapte slaaf te vertellen. "Dubbele bodems" in de teksten maken tot op heden deel uit van het bluesrepertoire.

    Rond 1800 werd de "Cotton Gin" of cotton-engine in dienst genomen: een machine die de katoenvezels machinaal van de zaden kon scheiden waardoor er plots meer katoen kon verwerkt worden en dus meer arbeiders nodig waren om katoen te plukken. Er werd vanaf dan ook katoen geplant in het zuiden, en niet alleen meer aan de kust. Daardoor liet men slaven migreren vanuit het noorden om hen op de zuidelijke katoenplantages aan het werk te zetten. Men plukte zelfs in Engeland kinderen van de straat om hen naar Amerika te ontvoeren: hier is de term "kidnapping" aan ontleend!
    De aanleg en het onderhoud van de spoorwegen behoorden tot het zwaarste werk. Treinsporen werden vastgespijkerd op houten dwarsliggers die rustten op een ondergrond bestaande uit puin van rotsstenen.

    In de bochten duwden de treinen de sporen door de middelpuntvliedende kracht wat naar buiten. De rails moesten dus op geregelde tijden opnieuw "opgelijnd" worden. Daartoe duwden de werkmannen met een zogenaamde "lining bar" en door middel van hun hele gewicht de rails weer in positie. Ook moesten de ontzettend zware rails die verzakt waren, af en toe opgetilt worden om nieuw ballast van rotssteen onder de sporen te duwen. Rotte dwarsliggers werden vervangen. Het werk verliep heel langzaam. Ander werk bestond uit het vastnagelen van de sporen, het verwijderen van onkruid en het lossen en laden van de wagens met nieuwe rails.


    Tijdens de zeer zware fysieke arbeid werd gezongen om het werkritme te behouden, om de duwkrachten te synchroniseren en het moraal van de arbeiders te versterken. Meestal zong de voorzanger twee zanglijnen bestaande uit vier maten. De arbeiders klopten hun bar tegen de rails tot ze in een gelijk ritme waren. Op de derde beat duwden de arbeiders synchroon de rail terug op zijn plaats - de "huh" in de worksong "Can't You Line 'Em". Het werk verliep vaak tergend traag: meerdere duwbewegingen waren nodig om één rail op zijn plaats te brengen. Omwille van de ritmische bewegingen die de arbeiders maakten, werden ze "gandy dancers" genoemd. De zangers waren bedreven en in staat om zelfs tien uur per dag te improviseren zonder een enkele zanglijn te herhalen.
    Het laden en lossen werd begeleid door tragere ritmes, bij het hameren werd dan weer aan een sneller tempo gezongen.

    Niet enkel zwarten werkten als "gandy dancer", ook Chinezen, Mexicanen en Indianen, Ieren en Oost-Europeanen.

    Om de zware arbeid te rechtvaardigen, hanteerde de witte mensen een aantal sterotiepen rond de zwarten. Zo stelden men dat de Afro-Amerikanen geen diepe emoties kenden, dat ze weinig slaap nodig hadden en dat ze hun impulsen niet onder controle konden houden.

    Juba dance of "body patting"

    Naast de gemeenschappelijke worksongs op de velden werd ook individueel ritmische muziek gemaakt door met het benige gedeelte van de hand ("hand-bone" werd verbasterd tot "hambone") te slaan op de klankholtes van het lichaam: de borstkas en de kaken. De Juba werd van generatie tot generatie overgeleverd via een bekend Amerikaans kinderrijmpje. En het is het ritme van dit kinderrijmpje dat rock 'n roll-ster Bo Diddley inspireerde voor zijn "Bo Diddley Beat". De Juba ligt ook aan de basis van de "tap-dance".


    Bush meetings

    In de velden organiseerden de slaven soms illegale "bush" of "camp meetings" waar "ring shouts" en extatische dansen georganiseerd werden. Omdat deze meetings illegaal waren, zijn er maar weinig voorbeelden van overgebleven. 

      Bij de "ring shouts" werd gedanst in een grote cirkel. De cirkel was een belangrijk symbool in Afrika. In de Westerse cultuur daarentegen, dacht men eerder "rechtlijnig" of lineair. En alles was niet rechtlijnig was, was barbaars. Rechtlijnig denken betekende ook gepolariseerd denken: de Westerling dacht in goed en kwaad, in God en Duivel. Voor de Afrikanen geldde dit niet: men liet alles meer circulair in elkaar overvloeien, tussen de extremen goed en kwaad bestonden ook veel meer overgangsvormen.

      In het midden van de circle dance werden geesten ontvangen, geesten die contact legden tussen de dansers en de spirituele wereld. Hoe heftiger men danste, hoe vlotter het contact met de geestenwereld tot stand kwam. Men danste op blote voeten in tegenwijzerzin, men klapte in de handen en stampte met de voeten, men maakte ritmische versnellingen en men maakte - voor de westerling - obscene bewegingen met de heupen die seksuele interactie simuleerden.

      De McIntosh County Shouters zorgen voor een authentieke demonstratie van de dansstijl tijdens "bush meetings":



      Praise House
      De Ring Shout werd gehouden in de "praise house" op de plantage: in het weekend volgden de slaven hun meesters naar de kerk, maar daarnaast hadden ze hun eigen spirituele beleving in dit praise house. Deze ruimtes waren amper van meubilair voorzien. Men schoof ook alle banken en stoelen opzij om voldoende plaats vrij te maken voor de dans. En om de geluiden min of meer te dempen, plaatse men soms een vat met water aan de ingang van het lokaal.

      In Afrika waren de Ring Shouts een uniform gegeven. Op de plantages waren Afrikaanse mensen verenigd afkomstig uit verschillende stammen en zelfs regio's in Afrika. Ze spraken vaak dus geen gemeenschappelijke taal en hadden geen echte verbintenis met elkaar. De Ring Shout was voor hen een gemeenschappelijke belevenis die verwees naar een vertrouwde cultuur.

      Het doel van de ring shout was het aanroepen van de trickster "Eshu-Elegbara", een Afrikaanse geest die de Aardse bewoner toegang verschaf tot het spirituele. De witte mannen die toekeken, interpreteerden Legba als "Satan", een duivelse figuur. Deze visie was echter niet correct: Legba was een trickster, een dubieuze figuur die onderhandelde tussen het individu en de spirituele wereld, en die spirituele wereld was voor de Afro-Amerikaan een continuüm tussen goed en kwaad. 

      Het is dus in die context dat we de teksten van Tommy Johnson en Robert Johnson moeten beschouwen, wanneer zij de duivel aanroepen. Onder invloed van de Westerse kerk werd later de polarisatie tussen goed en kwaad groter. 

      Muziekinstrumenten

      In deze vroege vormen van bluesmuziek kan je duidelijk Afrikaanse kenmerken ontwaren: het gebruik van gesyncopeerde ritmes, vraag- en antwoordpatronen zowel vocaal als vocaal/instrumentaal, het functionele element van de muziek en het gebruik van afgevlakte tonen zoals de "blue note". Ook het gebruik van grollende vocalen en falsetto stemmen kent zijn oorsprong in de Afrikaanse cultuur. 

      Het gebruik van muziekinstrumenten was verboden. Na slavenopstand in 1739 werden drums verboden in South Carolina, nadien ook in andere staten. Omdat slaven uit Congo en Angola vaak musiceerden op hoorns van dieren, werden met de "Slave Act 1740" ook andere blaasintstrumenten verboden. En na revolutie 1831 zelfs verbod tot lezen en schrijven. Er restte dus enkel nog de stem en het gebruik van intonaties.

      De voorloper van de banjo kan getraceerd worden tot in Afrika, alsook het gebruik van een één-snarig instrument, de "didley-bow".


      Congo Square

      In de voormalige Franse kolonie Louisiana werden op zondag de slaven vrijgesteld van het werk en was er een bijeenkomst op de “Place de Negres” of informeel “Congo Square”. Er werd markt gehouden, gedanst en gezongen. De plaats trok veel nieuwsgierige bezoekers en verspreidde de Afrikaanse muziekcultuur over de hele stad.

      Met de Amerikaanse burgeroorlog kwam een einde aan deze traditie, niettegenstaande het plein ook later nog een belangrijke rol zal blijven spelen in de muziekgeschiedenis. Congo Square was ook de plaats waar later het "New Orleans Jazz & Heritage Festival" van start zou gaan.

      Rebellie onder de slaven


      Uiteraard ontstonden er ook opstanden onder de slaven. Eén van de meest roemruchtige was de opstand geleid door Nat Turner in augustus 1831. Nat Turner was een geletterde en diep religieuze slaaf in Southampton, Virginia. Hij predikte de Bijbel voor andere slaven en werd vergeleken met een profeet. In de overtuiging dat voor hem een hoger doel was weggelegd, zag hij in een zonsverduistering een teken van God: de zwarte hand die de zon maskeerde was een signaal om de vijanden van God te verslaan met hun eigen wapens. Turner verzamelde rond meer dan 70 slaven en vrije zwarten en ging op tocht om andere slaven te bevrijden. Bij die actie werden talrijke blanken, mannen, vrouwen en kinderen, met stompe wapens gedood. De infanterie kon slechts met dubbele mansterkte de opstandelingen verslagen. Nat Turner ontvluchtte en werd pas zes weken later ontdekt, schuilend in een hol onder de grond.

      In de nasleep van de rebellie heerste heel wat angst bij de blanken. Het gerucht deed de ronde dat de opstand zich uitbreidde over het zuiden en dat meerdere slavenlegers optrokken naar de hoofdstad. In een wilde wraakactie werden nog eens 120 zwarten gedood en heel wat anderen doorverkocht naar andere staten, de meesten onder hen onschuldig aan de rebellie.
      Nadat de rust hersteld was, werden nieuwe wetten aangenomen waarbij onder meer onderwijs aan zwarten verboden werd. Bovendien mochten zwarten enkel het geloof belijden onder leiding van een gecertificeerde blanke priester.

      Ontsnappen uit de slavernij

      Het aantal slaven dat poogde te ontsnappen was algemeen vrij klein. De mogelijkheden waren dan ook beperkt: de afstanden waren groot, er was geen transport, geen eten noch onderdak. Het was slaven ook verboden om te leren lezen en schrijven, waardoor ze weinig georganiseerd waren.

      Wanneer een eigenaar stierf, werden de slaven verdeeld over verschillende plantages. Vaak was dit een aanleiding voor een slaaf om terug te keren naar zijn of haar familie. De ontvluchte slaven werden echter meteen achtervolgd, er werden opsporingsberichten geplaatst in de kranten, de slaven werden door meerdere mensen gezocht en meestal snel gesnapt en bestraft.

      Underground Railroad


      De "Underground Railroad" was een netwerk dat ontsnapte slaven op weg hielp naar de vrijheid. Aanvankelijk werd dit netwerk verkocht als een heel goed georganiseerde organisatie waar ook witte mensen bij betrokken waren. In de jaren '60 ontstond een nieuwe opvatting dat de Underground Railroad nooit heeft bestaan. Maar de waarheid ligt waarschijnlijk tussenin: er bestonden inderdaad kleine groeperingen die slaven hielpen bij hun ontsnappingspoging, door hen kledij aan te bieden - een slaaf was immers heel herkenbaar aan zijn of haar kledij, door onderdak of voedsel te voorzien of door hen te helpen bij het zoeken naar transport. Maar finaal was een ontsnappingspoging meestal iets heel individueel. 
      Het thema van de Underground Railroad wordt doorheen de jaren graag verteld, omdat het ook de witte mensen in een beter daglicht stelt ten aanzien van de slavernij.

      Fugitive Slave Acts

      Tussen 1793 en 1850 werden de "Fugitive Slavery Acts" in voege gesteld. Vanaf dan werden alle staten verplicht om ontsnapte slaven aan te geven, en het helpen van voortvluchtige slaven werd strafbaar. Tot dat ogenblik was de slavernij enkel een aangelegenheid van de zuidelijke staten, maar nu werd ook het noorden bij de slavernij betrokken. Deze maatregelen verhoogden sterk de spanningen tussen de noordelijke en de zuidelijke staten.

      In het noorden werden zelfs vrije Afro-Amerikanen ontvoerd en naar het zuiden gedeporteerd. Witte mensen konden de zwarten aanwijzen als voortvluchtige slaven en de bewijslast vrij te zijn lag bij de Afro-Amerikaan. Het proces werd gevoerd zonder jury en zelfs zonder advocaat. Meer nog, indien een rechter een uitspraak deed in het voordeel van de plantage-eigenaar, kreeg hij een loon van 10 dollar, indien hij een uitspraak deed in het voordeel van de slaaf werd hij maar 5 dollar betaald.

      Follow The Drinking Gourd

      Een legende vertelt dat er liedjes gezongen werden waarin hints werden gegeven hoe de slaaf kon ontsnappen. Eén van die liedjes is "Follow The Drinking Gourd", een Afro-Amerikaanse folksong die eigenlijk pas gepubliceerd werd in 1928 en waarvan de tekst pas na de burgeroorlog werd neergepend.

      De "drinking gourd" was de kalebas waaruit de slaven dronken - een onschuldig thema voor de witte toehoorder - maar de "drinking gourd" stond ook als metafoor voor het sterrenbeeld van de Grote Beer. De grote beer diende daarbij als referentie om niet te verdwalen op weg naar het noorden. Volgens de legende werd de song gebruikt door een medewerker van de Underground Railrond, een man met de naam "Peg Leg Joe". Mogelijks verwijst de song naar een klein en verloren gegaan fragment uit de geschiedenis.

      "Follow The Drinking Gourd" speelde later een belangrijke rol bij de Afro-Amerikaanse burgeroorlog. 

      Spirituals

      Uiteindelijk ontstonden in de jaren 1700 ook onder de Afro-Amerikanen, voornamelijk in de noordelijke staten, religieuze groepen en zelfs onafhankelijke kerken. In deze kerken zong men spirituals. Kerkleider en voormalige slaaf 
      Richard Allens verzamelde "A Collection of Spiritual Songs and Hymns, Selected From Various Authors".

      Een theorie van de Yale University stelt dat bluesmuziek sterk beïnvloed werd door Schotse spirituals. In sommige koloniën werd de zwarte gemeenschap gedwongen om het oude geloof af te zweren en zich aan te sluiten bij de kerken van Schotse kolonisten en andere blanke congregaties. De psalmen van de Schotse gelovigen bevatten veel passages in de vertrouwde "call-and-response stijl" waardoor de adaptatie gemakkelijker verliep.

      Pas na de rebellie van Nat Turner in 1831 veranderden de blanken ook in het zuiden van gedacht: men ontdekte dat de christanisering van slaven kon helpen om hen onder de knoet te houden. "Ring shouts" werden nu ook in het openbaar opgevoerd. Er werden wel strenge regels opgelegd: het was de slaven verboden om de voeten hoog van de grond te heffen, het was ook verboden om de voeten te kruisen. 
      Door deze beperkingen werden de ring shouts begeleid door een eerder schuifelende beweging van de deelnemers. Wel was er het patroon van vraag- en antwoord: de voorzanger improviseert een lijn, het koor antwoordt met een refrein. 
      Soms zaten in deze spirituals ook gecodeerde boodschappen verborgen: woorden van protest of verhalen over intenties tot ontsnappen. Ook onderdelen uit het Oude Testament kwamen voor in de muziek, zoals het verhaal van "Samson" dat gebracht werd door Deacon Sylvester Johnson en opgenomen is door field-recorder Alan Lomax. "Samson" verhaalt de Bijbelse weerstand tegen het ketenen. De song werd later uitgebracht door Blind Willie Johnson onder de titel "If I Had My Way I'd Tear The Building Down". Dankzij deze Afro-Amerikaanse kerkgemeenschap bleven dus ook enkele Camp Meeting Songs bewaard. In 1887 werd "That Great Getting Up Morning" gepubliceerd, een spiritual die een student geleerd had van zijn oom die het zong tijdens de camp meetings. Het nummer is vandaag gekend onder de alternatieve titel "Fare Ye Well".


      Na de emancipatie oordeelden sommigen dat de spirituals tot het verleden van de slavernij behoorden. Toch was lang niet iedereen die mening toegedaan: in 1871 organiseerde John Welsey Fork de Fisk Jubilee Singers rond zich, een gospelgroep waarmee hij aanvankelijk veel kritiek oogstte. De eerste toer van de Fisk Jubilee Singers liep trouwens langs de stations van de "Underground Railroad". Hun versie van "Swing Low Sweet Chariot" werd opgenomen in 1909.

      Groeiende ongelijkheid tussen de noordelijke en de zuidelijke staten

        In de loop der eeuwen ontstond een groeiende ongelijkheid tussen de noordelijke en de zuidelijke staten. De federatie wou taksen heffen aan de staten, en deze taksen werden betaald "per capita", per individu aanwezig in de staat. De zuidelijke staten reageerden dat hun slaven minder productief waren dan de betaalde arbeiers  - een heel hypocriete stelling, want het arbeidstempo van de slaven werd opgedreven met behulp van de zweep: de laatste in de rijd werd met de zweep opgejaagd.
        Anderzijds werd ook het aantal volksvertegenwoordigers dat de staat mocht afvaardigen in het parlement, bepaald door het aantal individuen in de staat. En daarbij oordeelden de zuidelijke staten wel dat ze recht hadden op een groter aantal vertegenwoordigers.

        De controverse werd "opgelost" met de "3/5 Clause", het "compromis van de drie-vijfden", waarbij de populatie aan slaven voor 3/5 werd meegerekend bij de telling. Het noorden moest dit compromis aanvaarden om het voortbestaan van de Verenigde Staten te verzekeren. Het zuiden verwierf dus een grotere politieke macht, dankzij een groter aantal volksvertegenwoordigers, maar deze volksvertegenwoordigers vertegenwoordigden de slaveneigenaars en helemaal niet de slaven waarop ze geteld werden. De "3/5 Clause" had een belangrijk gevolg voor de besluitvorming, een besluitvorming die ten voordele van de zuidelijke staten verliep. Je voelt het aan je kleine teen, de Amerikaanse Burgeroorlog is nakend.

        Onderdrukken van de vrije meningsuiting

        In 1830 werd plots de vrije meningsuiting onderdrukt: anti-slavernijpamfletten werden geboycot en geblokkeerd. Wie tegen slavernij was, werd mishandeld, geslagen en weggestuurd uit de staat. Vond een postmeester een anti-slavernijpamflet, dan werd dit verwijderd. De burgers waren ziedend: niet omdat de post niet werd geleverd, maar omdat ze vonden dat de maatregelen niet ver genoeg gingen. Het postkantoor werd bestormd en de anti-slavernijpamfletten werden openbaar verbrand. En de overheid, die keek gewoon toe. Waarna beslist werd om de afzender van de pamfletten publiekelijk aan de schandpaal te nagelen: de afzender verscheen met naam en toenaam in de krant.

        Bb Bm B

        Wat volgt



        Reacties

        Populaire posts van deze blog

        Swing Low Sweet Chariot

        Worksongs

        De Blues doorheen de geschiedenis - The Golden Sixties