De Blues doorheen de geschiedenis - Fife and Drum, Minstrel Shows en Country Blues


Spotify afspeellijst

Wat vooraf ging

Amerikaanse burgeroorlog

In april 1861 brak de Amerikaanse burgeroorlog uit: elf zuidelijke staten scheurden zich los van het noorden en organiseerden zich tot de “Confederatie” met een eigen president en zelfs een eigen "White House". Aan de basis van de breuk lag de verschillende economische situatie: De negentien noordelijke staten hadden de slavernij reeds afgeschaft terwijl in het zuiden de slavernij een immens belangrijke factor vormde om de economie draaiende te houden. Aan het begin van de burgeroorlog waren er maar liefst vier miljoen slaven, een mannelijke slaaf die veldwerk verrichte was daarbij tot 1500 dollar waard. Slaven vormden dus een immens kapitaal. Bovendien kwamen er een aantal nieuwe staten in het Westen die zich nog niet georiënteerd hadden naar noord of zuid.

Abraham Lincoln
Onder leiding van Abraham Lincoln groepeerden de noordelijke staten zich in de “Union”. Lincoln was er in geslaagd om president te worden zonder verkozen te zijn in de zuidelijke staten, waardoor hij in het zuiden ook geen enkele aanhang had. Aangezien de vlag van de Confederatie quasi identiek was aan de vlag van de Union, werd de "Confederate Battle Flag" als strijdvlag ontworpen, een vlag die op vandaag nog steeds veel controverse oproept.

Confederate Battle Flag
De Amerikaanse burgeroorlog was de eerste echte “industriële oorlog”. Er werd gebruik gemaakt van de telegraaf, van stoomschepen en van treinsporen en voor het eerst werden wapens in massa geproduceerd. De Amerikaanse burgeroorlog was met 620,000 doden en veel burgerslachtoffers de bloedigste oorlog uit de Amerikaanse geschiedenis. Het aantal slachtoffers onder de Amerikaanse strijdkrachten was groter dan dat van de eerste en de tweede wereldoorlog samen!

In september 1962 leken de vooruitzichten voor de beide strijdende kampen uitzichtloos. Abraham Lincoln besloot om de afschaffing van de slavernij als kruistocht te gebruiken. Hij legde in zijn “Emancipation Proclamation” vast dat er een eind moest komen aan de slavernij in het zuiden. Het zuiden was misnoegd, want op de plantages was de inzet van slaven economisch belangrijk.


De "Proclamation of Emancipation" was heel ambivalent. Lincoln was tegen slavernij maar hij was zeker geen abolitionist. In een brief liet hij noteren "Als ik de eenheid zou kunnen herstellen zonder ook maar één slaaf te bevrijden, dan zou ik dat zeker doen". Toch had de Proclamation het beoogde effect: slaven vluchtten weg uit het zuiden om zich aan te sluiten bij de legers van The Union. Al werden ze ook daar niet altijd even hartelijk ontvangen - er zijn getuigenissen van Noordelijke troepen die hun zwarte manschappen achterlieten, aan hun lot of aan de vijand overgeleverd. De ambitie kostte Lincoln ook het leven: hij werd op paasdag in 1865 in het theater neergeschoten door een aanhanger van de Confederatie.

Op 9 april 1865 overwon de Union het zuiden: de slavernij werd afgeschaft, de zwarte populatie had een nieuw in het vooruitzicht. Scholen en kerken werden open gesteld, zwarten kregen stemrecht en konden zich verkiesbaar stellen, zwarte Amerikanen konden vanaf heden ook land kopen – tenminste als het geld beschikbaar was.

Fife and Drum

Tijdens veldslagen, en dus ook tijdens de Amerikaanse burgeroorlog, werden strijdliederen gespeeld om de Amerikaanse strijdkrachten aan te vuren. En in de marge van het oorlogsgeweld werd ook muziek gespeeld om voor ontspanning te zorgen.
Aanvankelijk speelde de fife - een klein bamboefluitje - een heel prominente rol op het slagveld. Maar tijdens de burgeroorlog was het kabaal van de strijd zo groot, dat de fife enkel nog kon gebruikt worden als marsmuziek. De klaroen werd gebruikt als signaalhoord, samen met de militaire drum. Beide instrumenten kon men wel duidelijk onderscheiden doorheen het lawaai va de artillerie. De signaalhoorn droeg zelfs heel erg ver, waardoor het risico bestond dat de verkeerde troepen een opdracht zouden uitvoeren bestemd voor een andere eenheid. Om die reden werd het signaal meestal vooraf gegaan door een herkenbaar inleidend deuntje. De signaalhoorn werd ook gebruikt om de troepen te wekken en om rustpauzes aan te kondigen. Maar tijdens de burgeroorlog speelden de drum een heel belangrijke rol.

Om over voldoende longinhoud te beschikken waren de fluitspelers - de "fife-spelers" doorgaans stevig uit de kluiten gewassen mannen. De drumspelers daarentegen waren daarentegen vaak tienerjongens - en net deze jongens behoorden doorgaans tot de jongste slachtoffers van de burgeroorlog.

De fife is dus een soort piccolo gemaakt van een stuk suikerriet. Het fluitje vindt zijn oorsprong in de Angelsaksische cultuur en werd door de Schotten en de Ieren gebruikt in militaire fanfares. De fife klinkt schel genoeg om als leadinstrument boven de militaire drums uit te komen.


Na de Amerikaanse revolutie en tot aan het eind van de negentiende eeuw kenden deze fife and drumbands een enorme opgang. Men trof ze vooral aan in de Hill Country, een regio in het noorden van Mississippi tegen Tenessee. Bij de fife en drumbands worden drums gebruikt met sterk uiteenlopende klanken, maar de grote militaire trommel kreeg de voorkeur. Het ritme is een mix van Afrikaanse polyritmiek en blues met Europese en Amerikaanse militaire drumtradities. De fife and drum is enig in zijn soort! En zoals heel vaak in de blues spelen vraag- en antwoordpatronen een belangrijke rol.

De fife and drummuziek wordt vaak begeleid door een danser en opgevuld met shouts, whoops en moans. De techniek van "whooping" kan trouwens getraceerd worden tot bij de Pygmeeën in Afrika.

Naast "Sittin' On Top Of the World" zijn ook de spirituals "When The Saints Go Marchin' In" en "When I Lay My Burden Down" deuntjes die vaak voorkomen in het repertoire vande de fife en drumbands.

Fieldrecorder Alan Lomax maakte in 1942 als eerste opnames van de fife and drumbands. Hij ontdekte Sid Hemphill, een blinde muzikant een een virtuoos op zowel de fife, de banjo, de gitaar, de piano en het orgel. "The Devil's dream" speelt Sid Hemphill op een suikerriet fluitje dat begeleid wordt door twee snares en een basdrum. Hij speelt een sterk gesyncopeerd ritme dat doet denken aan de Afrikaanse traditie, en hij vult de zang op met shouts, whoops en moans. Doet deze blaastechniek je niet denken aan de manier waarop Sonny Terrry in de jaren zestig de mondharmonica bespeelde? Luister maar naar "Blues With A Whoop"!

Henry Thomas
De panfluit, de blokfluite en de fife zijn instrumenten die vandaag doorgaans niet meteen geassocieerd worden met bluesmuziek. Toch was het ooit anders, luister maar "The Bull Doze Blues", een nummer uit 1928 waarin Henry Thomas zichzelf begeleidt op de panfluit.
Canned Heat leende dit nummer voor hun hit "Goin' Up The Country".

Othar Turner (1907 - 2003)

Othar Turner
Othar Turner bespeelde de fife, een klein bamboofluitje waarvan de schelle toon boven de drummers uitkwam.

Othar Turner bewerkte een stuk grond in Como, een dropje in het noorden van Mississippi en de regio van de Hill Country Blues. Tijdens feestjes op boerderijen entertainde hij zijn gasten met The Rising Star Fife & Drumband. Vanaf de jaren vijftig organiseerde Othar Turner ook de "Labor Day Picknick". Hij slachtte eigenhandig een geit die hij kookte in een grote kookpot, en tijdens het smullen vrolijkten de band de gasten op met hun muziek. Later zouden deze Labor Day Picknick muziekliefhebbers aantrekken van over de hele wereld. Het album "Everybody Hollerin' Goat" verwijst naar deze picknicks.

De melodie van "Granny Will Your Dog Bite" ontstond in de bergen van de Apalachen en is uitgegroeid tot een wijd verspreid Amerikaans deuntje waarop door de jaren heen verschillende teksten werden verzonnen. De versie van Othar Turner is een compositie met een heel sterke Afrikaanse polyritmiek.

Othar Turner overleed in februari 2003. 

Emancipation and Reconstruction Period

De periode tijdens en ook na de Amerikaanse burgeroorlog was voor de Afro-Amerikanen een heel verwarrende periode. De term "Emancipation Proclamation" was politiek een heel gewichtig woord en werd door Lincoln opgesteld om internationale steun te verwerven. Maar in de praktijk was de  uitvoering niet altijd even rechtlijnig, er waren heel wat uitzonderingen en regeltjes.
Het zuiden werd uiteraard ook niet in één slag bevrijd. Soms werd een gebied door The Union veroverd, slaven waren vrij, waarna het leger zich moest terugtrekken en de slaven opnieuw in handen kwamen van het zuiden. Sommige slaven boden zich aan bij het leger van The Union, maar de soldaten beschouwden hen als een last en boden hen niet de noodzakelijke bescherming.

Voor de zogenaamde "freedman" - bevrijdde slaven - golden er nog heel wat beperkende wetten. Afro-Amerikanen mochten niet samen rondhangen of verenigen, men was immers bang dat ze een opstand zouden ontketenen. De nieuwe regels werden ook niet meteen overal toegepast: de communicatie verliep traag, op sommige plantages wist men niet dat er nieuwe regels waren en op andere plantages waren de eigenaars vrijgesteld van regels als dank voor de trouw die ze getoond hadden.

Eens vrij poogden de voormalige slaven zich te herenigen. Maar ook dat was een moeilijk proces: slaven hadden geen naam en er waren geen archieven beschikbaar. De mensen hadden ook geen middelen om naar elkaar toe te reizen. In kranten verschenen artikels waarin familieleden werden opgespoord, en om hen terug te vinden gebruikte men de namen van de handelaars en van de slaveneigenaars.
Er werden "Freedman Bureau's" opgericht met als doel de families te herenigen, maar de steun was niet altijd even hartelijk. Enkele dollars voor een treinrit werd geweigerd omdat men de nieuwe vrije burgers niet wou "afhankelijk maken van de staat" en soms werd zelfs onderhandeld om een nieuw contract te tekenen bij de voormalige slaven-eigenaar op opnieuw voor hem te gaan werken.


Na de "Emancipation" gingen de hekkens van de plantage open voor de Afro-Amerikanen, maar de houding van de witten bleef op zijn minst gezegd heel erg paternalistisch. Men vond de Afrikaanse cultuur primitief en barbaars, men wou de zwarten leren lezen en schrijven, maar men verlangde vooral dat ze zouden leren lezen en schrijven als ware christenen.

Muziek na de burgeroorlog

De belangrijkste aanwinst voor de Afro-Amerikanen was de nieuwe bewegingsvrijheid die hen blootstelde aan een veel bredere sociale context. De "Praise Houses" werden vervangen door kerken voor zwarten die ook als paddenstoelen uit de grond rezen. Er kwamen meer en meer predikanten onder de zwarten, en de "ring dance" ging meer en meer op een "line dance" lijken. De kerken voor de zwarten vormden trouwens de basis van de latere politieke acties en de burgerrechtenbeweging.

De periode na burgeroorlog, de zogenaamde "reconstruction period", was economisch een heel moeilijke tijd. De plantage-orkesten verdwenen en in ruil kwamen er rondreizende troebadoers. Hun muziek was meer melodisch en bevatte ook elementen van Schotse en Ierse ballades, Christelijke hymnes, Spaanse dansritmes en marsmuziekjes zoals "Granny Will Your Dog Bite", gekenmerkt door trommels en repetitieve deuntjes met vraag en antwoordpatroon.
In hun liedjes zongen songsters en musicaners vaak over slechteriken zoals "Stag Lee" Shelton, een man die op kerstavond van het jaar 1895 zijn politieke rivaal Billy Lions vermoordde. Stagger Lee was een pooier, een revolverheld en een gokker. De oorsprong van zijn bijnaam is niet helemaal duidelijk: volgens sommigen werd hij zo genoemd omdat hij geen vrienden had: "he went stag". Volgens de field-recorders John en Alan Lomax werd de man genoemd naar de rivierboot "Stack Lee" die hij veel bezocht omwille van de meisjes van lichte zeden aan boord. 

Alleszins, bij een ruzie over politiek had Billy Lyons de Stetson-hoed van Stagger Lee's hoofd getrokken en verfrommeld. En dat kon Stagger Lee niet verkroppen, dus schoot hij zijn tegenstander neer en nam hij koelbloedig zijn hoed terug. Of hij daarna de keet verliet? Neen hoor, hij verzette eerst nog een nummertje met de plaatselijke prostitué en vermoordde op de koop toe haar partner. Stagger Lee had dus een hoog Rock 'n Roll-gehalte en net om die reden werd hij tijdens de periode van de burgerrechtenbeweging, ondanks zijn gruwelijke misdaden, ook een beetje als rebelse verzetsheld gevierd.

De murder ballad "Stack O'Lee Blues" werd in 1923 voor het eerst uitgebracht door Waring's Pensylvanians. De versie van Lloyd Price uit 1958 staat genoteerd op plaats 459 van Rolling Stone's "Greatest Songs of All Time" terwijl de bewerking van Mississippi John Hurt uit 1928 beschouwd wordt als de finale versie. In latere versies werd de naam ook verbasterd tot 'Staggerlee" of "Stack-a-lee".

Rassensegregatie

De afschaffing van de slavernij vormde een grote bedreiging voor woekerwinst van de plantagehouders. Als antwoord werd in de deelstaten in 1876 het principe van rassensegregatie ingevoerd. Door deze wetgeving werd de zwarte bevolking opnieuw gescheiden van de blanken in alle openbare gelegenheden, inclusief transport, school en toilet. De wetten werden genoemd naar "Jim Crow", een blackface karikatuur van de acteur Thomas Rice.

Onder het ambivalente motto “Seperate but equal” ontstonden inferieure accommodaties voor zwarten. De burgerrechten werden ingeperkt voor de Afro-Amerikanen, er werden “poll taxes” en “grandfather claimes” ingevoerd waarbij men enkel mocht stemmen indien ook de grootvader gestemd had. Maar aangezien de grootouders van de Afro-Amerikanen in de periode vóór de burgeroorlog geen stemrecht hadden, werd voor de meeste onder hen het stemrecht alsnog ontzegd. Bovendien moest met taksen betalen om te mogen stemmen. De rassenscheiding bestond zelfs op de kerkhoven.

Op overtreden van de rassensegregatie stonden zware straffen: een zwarte man riskeerde gevangenisstraf voor het aanspreken van een blanke vrouw. Bovendien werden ontstond een systeem waarbij gevangenen verhuurd werden aan grote bedrijven om er arbeid te verrichten onder dwang. De "chain gang" was een nieuwe vorm van slavernij, en maar liefst 90% van deze gevangenen waren Afro-Amerikanen. Deze vorm van dwangarbeid is trouwens nog steeds opgenomen in het zogenaamde "Dertiende Amendement" en multinationals als IBM, Starbucks en Microsoft maken hier nog steeds gebruik/misbruik van.

Tegelijkertijd oefende de Ku Klux Klan terreur uit op de zwarte bevolking. Het aantal lynchpartijen nam toe, in de periode tussen 1890 en 1930 en de onderdrukking van de zwarten was maximaal. Sommigen stellen zelfs dat voor heel wat zwarten de levensomstandigheden minstens even slecht waren als in de periode van de slavernij. Uiteraard waren de Afro-Amerikanen niet meer van hun vrijheid beroofd, maar tijdens de periode van de slavernij beschouwden de plantage-eigenaars hun slaven nog als "eigen bezit", en dat eigen bezit gingen zo zo goed mogelijk beschermen tegen lynchpartijen van buitenaf. Na de periode van de slavernij waren zwarten hun eigen baas, er was niemand die voor hen ging zorgen en ze belandden vaak in heel erbarmelijke omstandigheden.
"Strange fruit" vertelt op griezelige en surrealistische wijze de terreur van de lynchpartijen aan het eind van de negentiende eeuw in de Verenigde Staten. Het nummer is gebaseerd op het gedicht "Bitter fruit" dat in 1937 geschreven werd door Abel Meeropol, een onderwijzer uit de Bronx, onder het pseudoniem Lewis Allan. Billie Holiday maakte het nummer beroemd, maar één van de meest beklijvende versies komt van Nina Simone.

Sharecroppers op de plantages


Al gauw bleek ook dat zwarten geen toegang hadden tot de reguliere arbeidsmarkt. En om het systeem van de slavernij te vervangen, werd het “
sharecropper system” ingevoerd: zwarten mochten een stuk land van de blanke eigenaar bewerken, maar in ruil moesten ze een deel van de opbrengst afstaan aan de landeigenaar. Bovendien kon de sharecropper enkel kopen en huren bij de eigen plantagemeester en uiteraard werden voor deze diensten en goederen woekerprijzen aangerekend. Op sommige plantages voerde men zelfs een eigen munteenheid in met het doel de zwarte arbeider volledig aan de plantage te binden: de ketenen van de slavernij werden vervangen door leningen bij de plantagemeester. De sharecropper werd opgezadeld met een ongecontroleerde schuldenlast, schulden die automatisch werden overgedragen op het nageslacht.

Minstrel shows


In het midden van de negentiende eeuw waren de "Minstrel Shows" een populaire vorm van vermaak in de Verenigde Staten. De voorstellingen combineerden dans, muziek en komische acts waarbij voornamelijk Afro-Amerikanen het voorwerp van de spot vormden. Aanvankelijk schminkten witte auteurs zich met houtskool om zwarte stereotiepe karakters uit te beelden. Deze zogenaamde "Black Face" werd voorgesteld als een domme, grappige, ongecultiveerde en bespottelijke slaaf. Hij had een kroezelkop, droeg een strohoed, versleten kledij en zong het liedje "Jump, Jim Crow" omdat hij blij was een "nigger" te zijn. Naast hem stond "Dandy Jim" uit de stad, traag sprekend, ondeugend en opzichtig gekleed. Beiden karikaturen waren dom, lui en dol op zowel watermeloen als kip.
Deze  racistische voorstellingen waren bedoeld om de zwarten als dom af te schilderen tegenover de geëmancipeerde witte man. En na de afschaffing van de slavernij won deze karikatuur nog aan populariteit, omdat de Afro-Amerikanen gezien werden als een bedreiging voor de witte orde.

Na de "Emancipatie" aan het eind van de Amerikaanse burgeroorlog kregen ook zwarte artiesten toegang tot het podium, mits ze zich ook verkleedden en zich bespottelijk gedroegen zoals het stereotiepe beeld. Ondanks het denigrerende aspect waren de minstrel shows voor zwarte artiesten vaak de enige weg naar een podium om hun artistieke talenten aan de man te brengen. Sommigen slaagden er zelfs in om de Afro-Amerikaanse cultuur in een beter daglicht te stellen.

Pas aan het begin van de twintigste eeuw werd het voor zwarte acteurs en vooral blueszangeressen mogelijk om zonder bespottelijk masker deel te nemen aan de shows. Onder meer de immens populaire zangeressen Ma Rainey en Bessie Smith maakten hun debuut in de Minstrel Shows. De populariteit van de Minstrel Show nam af, maar de Blackface-karikatuur bleef nog een tijdje opduiken, onder meer in de film "The Jazz Singer" uit 1927. En het zal tot de jaren '60 duren eer de traditie van de Minstrel Shows verdwijnt, onder invloed van de "Civil Rights Movement". En onze streken blijft de wat onbeholpen, guitige "Zwarte Piet" nog elk jaar de witte sint bijstaan.

My Old Kentucky Home

Eén van de songs die gezongen werden in de minstrel shows was "My Old Kentucky Home". Het lied werd geschreven door Stephen Foster in 1854. In het nummer klaagt een zwarte slaaf over het feit dat hij verkocht werd aan een nieuwe meester diep in het zuiden. Hij zegt daarbij vaarwel aan "My Old Kentucky Home", wetende dat in het licht van het harde werk op de suikerplantage, zijn dagen geteld zijn. 

Omdat de katoenindustrie bloeide, had men in het zuiden nood aan veel goedkope arbeidskrachten. Kentucky was een staat waar slaven "gekweekt" werden om hen nadien te verkopen aan de zuidelijke staten. De slaven moesten daarvoor heel grote afstanden afleggen, te voet en aan elkaar geketend. Men spiegelde hen voor dat hun lot zou verbeteren  eens ze waren aangekomen in het diepe zuiden.

The head must bow and the back will bent
wherever the darky may go
a few more days and the trouble will end
in the field, where the sugar cane grow 

Deze tekst werd in de latere versies gewoon weggelaten. In de oorspronkelijke tekst werden de woorden "darky" en "darkies" gebruikt. Later zou men deze woorden vervangen door "people", het nummer kreeg ironisch genoeg de perceptie van nostalgische ode aan het goede leven in het zuiden.

De legendarische Stephen Foster is ook gekend van de liedjes "Oh Suzanna" en "The Old Folks At Home". De oorspronkelijke titel van "My Old Kentucky Home" luidde "Poor Uncle Tom, Goodnight". Dit toont duidelijk aan dat Stephen Foster bij het schrijven van zijn lied, geïnspireerd werd door het boek "Uncle Tom's Cabin" dat uitkwam in 1852. "De negerhut van oom Tom" werd geschreven door Harriet Beecher Stowe.
Stephen Foster werkte in zijn teksten wel vaker met personages die uit huis werden gezet. De familie van Stephen Foster werd, toen hij drie jaar jong was, gedwongen om het ouderlijke huis te verlaten omwille van financiële problemen. En het waren de soldaten van de Amerikaanse burgeroorlog die het lied zongen en zo van dorp tot dorp verspreidden.

Eind 1800 werd muziek opgenomen door het geluid te graveren op de buitenzijde van holle cilinders. De muziek werd nadien met een grammofoon afgespeeld. Het was Thomas Edison die in december 1877 deze opnametechniek ontwikkelde. Maar de opnames hadden een heel slechte klank en de techniek werd niet bijzonder populair. In het Gentse Universiteitsmuseum kan je nog steeds zo'n opnametoestel bewonderen. Edison zou zich later toeleggen op de ontwikkeling van de gloeilamp en het verfijnen van de geluidsopnames liet hij aan andere uitvinders over.
Van "My Old Kentucky Home" bleven verschillende opnames op cilinder bewaard. Er werd echter niet geregistreerd wanneer deze opname gemaakt zijn.
In de jaren '60 maakte Randy Newman een adaptatie van het nummer "My Old Kentucky Home", dat hij in 1970 uitbracht op zijn album "12 Songs".

Vaudeville Shows

Uit de Minstrel Shows groeide rond 1890 de "Vaudeville Shows", voorstellingen van maar liefst 12 uur lang, waarbij ongeveer alle lagen van de bevolking werden aangesproken. Later werden deze show "opgekuist" en dus minder vulgair, waardoor ze aantrekkelijker werden voor een breder publiek. Het is in deze Vaudeville Shows dat Charles Spencer Chaplin, jawel, "Charlie Chaplin", zijn eerste komische stapjes zette.

Medicine Shows

De "Medicine Shows" waren een variant van de "minstrel shows" waarbij de zang en dans gebruikt werden als lokmiddel om allerhande kwakzalverijtjes aan de man te brengen. Deze medicine shows waren kleiner en hadden een heel ander doel: waar de minstrel shows voor het vermaak van het publiek instonden, stond bij de medicine show het commerciële aspect op de voorgrond, en de dans en muziek waren een vehikel om een product aan de man te brengen. De zangers en zangeressen die in de medicine shows gepresenteerd werden, waren om die reden dan ook minder populair.

Medicine Show

Country Blues

Met de nieuw verworven vrijheden van de "Emancipation" ontstond op het platteland in het zuiden van de Verenigde Staten een nieuwe indringende muziekvorm: de blues. Afro-Amerikanen kwamen in contact met ragtime-bands, string and jugbands, vaudeville-orkesten, minstrel shows en andere vormen van muziek. Alan Lomax doopte deze muziekstijl de" Country Blues", in tegenstelling tot de "Urban Blues", de blues uit de steden.

De gitaar als populaire instrument

Son House
Na de slavernij verkoos de Afro-Amerikaan de gitaar als muziekinstrument. De banjo was immers het instrument van de medicine shows waar de bluesmuzikant zich van afkeerde. Men nam van de banjo wel de "open tuning" over, een stemming waarbij alle snaren samen één akkoord vormen. In deze stemming is het vormen van akkoorden een stuk gemakkelijker en de stemming laat ook toe om met een "bottleneck" meerdere snaren tegelijk aan te spelen. De gitaar werd ook beter beschikbaar dankzij een systeem van levering van de post via de spoorweg. Bedrijven stelden een catalogus beschikbaar, men schreef eenvoudigweg op een briefje welk instrument men wou kopen en het pakje werd toegezonden. In het postkantoor had men de kans om het pakje eerst te inspecteren alvorens het te betalen. Gitaren waren in dit systeem enorm populair.
De instrumenten werden vooral gekocht door witte mensen, de Afro-Amerikanen kochten hun instrumenten meestal tweedehands.

Een eenvoudige muziekvorm

De blues op het platteland had een eenvoudige vorm en werd gebracht door één enkele artiest. Sharecroppers werkten alleen, en een band was te complex om mee rond te reizen. De muziek werd gespeeld met eenvoudige, vaak zelfgemaakte instrumenten; eensnarige violen, fluit, gitaar of drum. En om ritme toe te voegen stampte men met de voeten op de grond, of men klopte op het hout van de gitaar.

Rond 1916 werden de eerste wegen aangelegd en het beperkt aantal draagbare instrumenten liet de bluesartiest toe om rond te trekken van plantage naar plantage, op zoek naar een nieuw publiek. De muziek verspreidde zich gemakkelijk over het zuiden van de Verenigde Staten. Het waren voornamelijk mannen die zich de vrijheid konden permitteren om rond te trekken als bluesrambler. Ze reisden alleen en zongen over de ellende van de Afro-Amerikaan, over het harde leven als landbouwer, over alcohol en relatieproblemen en over de trein als metafoor voor een nieuw leven, voor de toekomst, voor de vrijheid.
Met deze muziek vonden bluesmuzikanten een uitweg uit de ellende van het harde werk. De muziek was een uiting van frustratie en hoop. The Blues is a feeling!

Er waren ook weinig of geen muzikale regels: er werd wel eens een hele of halve maat ingeslikt - dit paste bij de Afrikaanse polyritmiek - en pas wanneer muzikanten gingen samen spelen, ontstonden er standaarden. Zo zal Muddy Waters in de jaren veertig zijn bandleden de gordijnen in drijven door af te wijken van het akkoordenschema. Ots Spann, de vaste toetsenist, trainde de nieuwe bandleden hoe ze de non-verbale communicatie van Muddy konden herkennen. Muddy Waters speelde louter op instinct.

De structuur van de muziek was dus heel eenvoudig. Meest typisch zong men twee maten waarna de zang beantwoord werd met een korte melodie - een "riff" - op de gitaar. De tekst was heel belangrijk: de zwarte man was immers niet bang meer om zijn emoties te uiten. En om de tekst kracht bij te zetten werd de zanglijn herhaald, om in een derde lijn een pakkend besluit te formuleren. Technisch kan je spreken van een AAB-shema: twee lijnen tekst herhalen zichzelf, waarna in een derde lijn B het besluit wordt geformuleerd.

Verschillende stijlen in de blues

Deze blues verspreidde zich heel snel over het zuiden, maar uiteraard waren er ten gevolge van lokale invloeden, nog sterke regionale verschillen. Zo werd aan de oostkust gespeeld met een "fingerpicking-techniek", een meer melodische techniek waarbij de bassnaren met de duim worden bespeeld terwijl de andere vingers de treble-snaren aanslaan. Deze "Eastcoast-blues" of "Piedmontblues" wordt vaak vergeleken met de ragtime pianostijl waarbij de linkerhand op de piano de baslijn speelt, en de rechter hand de melodie. De blues die gespeeld werd in de Delta van de Mississippi was minder complex. Een dreunend ritme stond op de voorgrond, terwijl de melodie glijdend op één enkele snaar werd gespeeld, vaak met een bottleneck. De zanglijn was eenvoudig maar speelde in op diepe emoties. Bij de blues uit de Texas-regio stond de gitaarlijn op de voorgrond, vaak met een jazzy-feeling, terwijl de blues uit de Hill Country gekenmerkt werd door dreunende, Afrikaans getinte ritmes.

Eerste opnames

Fiddlin' John Carson
Eén van de oudste veldopnames werd rond de eeuwwisseling gemaakt in Atlanta; de minstrel-song "The Little Old Log Cabin In The Lane" van Fiddlin' John Carson.

De sentimentele song uit 1871 werd gezongen door de Blackface-karikatuur in de Minstrel Show en vertelt het verhaal van een voormalige slaaf die zijn oude dag slijt in een vervallen hut.

Een andere pionier uit de country blues was Sylvester Weaver (1897 - 1960). hij maakte in 1923 een opname van zijn instrumentale nummers "Guitar Rag" en "Guitar Blues". Van hem is de eerste opname op slide-gitaar afkomstig.

Papa Charlie Jackson

Sylvester Weaver speelde samen met Sara Martin (1915 - 1955) in de vaudeville-traditie. Sarah Martin ontpopte zich tot een populaire blueszangeres, en van haar is de eerste opname van de bluesstandard "It Ain't Nobody's Business If I Do", een nummer dat heel vaak met Bessie Smith wordt geassocieerd.

De eerste opnames van een mannelijke bluesvertolker  komen van Papa Charlie Jackson (1887 - 1938) Hij acteerde in de medicine shows, speelde ukelele en banjo en zijn muziek klonk heel Hawaiaans. In een reclameslogan werd hij voorgesteld als de "enige man die de blues beter speelt dan een vrouw". In 1924 zong hij voor Paramount de nummers ".

Bb Bm B

Reacties

Populaire posts van deze blog

Swing Low Sweet Chariot

Worksongs

De Blues doorheen de geschiedenis - The Golden Sixties