De Blues doorheen de geschiedenis - The Roaring Twenties

Wereldoorlog I

We bevinden ons in de lente van 1917; het Europese continent kreunt onder de aanhoudende oorlog. De Verenigde Staten hadden zich tot nu toe afzijdig gehouden in het conflict, maar ook op het Amerikaanse continent nam in 1917 de spanning toe. De Amerikanen waren al flink misnoegd, want in 1915 was de Lusitiana, een passagiersschip vanuit New York op weg naar Liverpool, door een Duitse onderzeeër tot zinken gebracht. En ondanks het feit dat de Duitsers vooraf hadden gewaarschuwd voor het gevaar, bevonden zich aan boord onder de 1900 passagiers ook 139 Amerikanen, waarvan 128 de ramp niet overleefden. Het zal niet verwonderen dat het torpederen van de Lusitiana de anti-Duitse gevoelens in Amerika flink deed oplaaien.

Bovendien waren de V.S. woedend over het zogenaamde Zimmermann-telegram, een telegram waarin Mexico en Japan door Duitsland werden aangemoedigd om de Verenigde Staten aan te vallen. Om die reden verklaarden de Verenigde Staten op 6 april 1917 de oorlog aan Duitsland.

De Amerikaanse deelname zou het keerpunt in de oorlog worden: het moreel van de geallieerden ging hierdoor flink omhoog, terwijl de Duitse soldaten steeds minder vertrouwen kregen in de overwinning. En de Duitse reserves raakten op. In augustus 1918 werd voor de Duitse legerleiding duidelijk dat een overwinning niet meer haalbaar was, en een verzoek tot wapenstilstand werd bij de Amerikanen ingediend. Op 11 november werd deze in een treinwagon in het bos van Compiègne gesloten. Het einde van één van de meest bloedige conflicten in onze geschiedenis was nabij.

De naoorlogse periode

Door de deelname van Amerika aan de eerste wereldoorlog was het land in de jaren '20 uitgegroeid tot een wereldmacht. In de periode na "De Grote Oorlog" leefde de economie op en vierde optimisme hoog tij. De automobiel verscheen uitdrukkelijker in het straatbeeld, in 1927 vloog luchtvaartpionier Charles Lindbergh over de Atlantische Oceaan en in datzelfde jaar speelde in de bioscoop de eerste geluidsfilm "The Jazz Singer". "The American Dream" was geboren.




Louise Brooks, flapper-girl
Tegelijkertijd werden aloude sociale conventies overboord gegooid. Al tijdens de oorlog kregen vrouwen meer toegang tot de arbeidsmarkt en verstevigden ze hun positie in de maatschappij. De seksuele revolutie was voer voor een sterk feminisme, een fenomeen dat ook in de showbusiness en in de mode-wereld tot uiting kwam. De Victoriaanse korsetten werden uitgetrokken, de rokjes gingen omhoog. "Flapper-girls" of vrouwen met korte haren en korte rok paradeerden door de straten: het beeld van de werkende femme-fatale als symbool van de jaren '20.

En die flapper-girls deden minachtend over het gedrag dat tot dan als sociaal acceptabel werd beschouwd: ze gedroegen zich even brutaal als hun mannelijke tegenpool, ze reden met de auto, luisterden naar jazz, verzetten flink wat alcohol en gingen gemakkelijk om met seks. De flapper-girls hadden zelfs een eigen taaltje: “Barney mugging” stond voor sexy en een een man die graag feestjes bezocht noemden ze een “snugglepup”.

Ook (een deel van) de zwarte bevolking profiteerde mee van deze economische en maatschappelijke opbloei. De grote migratie van zuid naar noord kwam op gang, met mensen op zoek naar beter werk en meteen ook naar ontspanning en vertier. Enkele cijfers: in de periode tussen 1910 en 1920 groeide de Afro-Amerikaanse populatie in New York met 66 percent, in Chicago  met 148 percent, in Philadelphia met 500 percent en in Detroit zelfs met 611 percent!

Harlem Renaissance

Desalniettemin bleef de onderdrukking en het racisme tegenover de zwarten hardnekkig geworteld. In de New Yorkse wijk Harlem woonden na de Eerste Wereldoorlog meer dan honderdduizend migranten. Een beweging van zwarte schrijvers en kunstenaars gooide onder de vlag van de "Harlem Renaissance" de negentiende-eeuwse stereotiepen en de daarmee gepaard gaande onderdanigheid tegenover de blanken overboord. Zij noemden zichzelf de "New Negroes".
Deze beweging had een grote impact op de cultuur en zelfs op politiek vlak: de Harlem Renaissance kan zelfs gezien worden als de start van de burgerrechtenbeweging.

Drooglegging

Tussen 1920 en 1933 werd in de Verenigde Staten de productie, het transport, de verkoop en het gebruik van alcoholische dranken verboden. Door deze drooglegging of "prohibition" verloor de staat echter een gigantisch bedrag aan taksen. Gangsterbendes - onder hen de meest beruchte Al Capone - namen de productie en verdeling van alcohol op zich en al gauw ontstond een circuit van illegale bars waar live muziek en dans gepromoot werden.

Blues in de jaren twintig

Deze revolutionaire maatschappelijke tendens weerspiegelde zich heel nadrukkelijk in de bluesmuziek. Om het met een symfonische term te stellen: muziek werd "fortissimo" gebracht: luider, sterker en met veel meer zelfbewustzijn. Betere opnametechnieken en de groei van het radiomedium zorgden voor een bredere verspreiding van blues (en van baseball). De muziek had op haar beurt een belangrijke invloed op de maatschappij. Net als bij de rock 'n roll in de jaren '50 zette blues en jazz in de jaren '20 de maatschappij op zijn kop. Blues- en jazzmuziek waren hip, stimulerend, motiverend en seksueel bevrijdend.

Aan het begin van de twintigste eeuw werd de blues, nochtans van oorsprong Afro-Amerikaans, in de theaterzalen enkel vertolkt door witte vaudeville zangeressen en dansorkesten. En ook de eerste platenopnames stonden op naam van witte zangers en zangeressen, artiesten die vaak hun carrière hadden opgebouwd in de minstrel shows, als blackface-karikatuur. 
Eén van hen was Al Bernard, een witte vaudeville zanger die in 1919 voor Emerson Records een opname maakte van Handy’s "St. Louis Blues", en in 1919 maakte hij een opname van “Hesitation Blues”, een song waarvan heel wat artiesten claimden dat ze het gecomponeerd hadden, maar eigenlijk is het gewoon een traditional uit de jugband-cultuur. En de witte jazz- en blueszangeres Marion Harris kon zich zo goed inleven in  de blues, dat heel wat luisteraars van mening waren dat Marion Harris van Afro-Amerikaanse origine was.
De Afro-Amerikaanse blueszangeressen hadden alsnog geen toegang tot de witte muziekmarkt die vooral op de middenklasse gericht was, Afro-Amerikaanse artiesten werden veroordeeld tot het minstrel circuit waarin ze nummers brachten met een flinke dosis zelfspot, tot zogenaamde ronduit vernederende “coon songs”

De bluesvrouwen hadden een heel ander imago dan de bluesmannen. De mannen waren arm, eenzaam, zwervend en verloren. De vrouwen waren rijk, op het podium van een theater, sjiek gekleed, en omringd door een band. Maar ze vertelden de waarheid zoals ze was, recht uit het hart. De bluesdivas kregen koninklijke namen: Ma Rainey was de "Mother of the Blues", Mamie Smith de "Queen of the Blues", Bessie Smith de "Empress of the Blues", Ida Cox de "Uncrowned Queen of the Blues".
Maar het was niet allemaal rozegeur en maneschijn: de onderdrukking en het racisme tegenover de zwarten bleef hardnekkig geworteld in de Amerikaanse cultuur.

Classic Female Blues

Wie klaagt dat er in het bluesverhaal te weinig vrouwen aan bod komen, vindt nu zijn gading. Net na de eeuwwisseling domineerde immers vooral het vrouwelijke geslacht de bluesscene. Waar de dames tot 1910 zich profileerden in zogenaamde “Medicine Shows”, veroverden ze in de jaren 1910 en 1920 de podia met een geheel eigen vaudeville bluesgenre. Men spreekt vandaag van de “Classic Female Blues” een term waarvan de de inhoud de lading heel wat onrecht aandoet: het "Classic Blues" of "Vaudeville" bluesgenre combineert immers de improvisatietalenten van de jazzmuziek met rechttoe-rechtuit bluesteksten over de dagdagelijkse beslommeringen van de Afro-Amerikaanse bevolking.

W.C. Handy had in 1914 de weg al geplaveid: met zijn bewerking van "St. Louis Blues" legde hij de structuur van de blues, voorheen vrij geïnterpreteerd door solo-zangers op het platteland, vast in een schema van 12 maten. Handig, want een dergelijk schema was gemakkelijker in harmonie uit te voeren door de leden van een jazzband. Dit alles leidde tot meer gepolijste en gearrangeerde muziek die meteen ook een blank publiek kon bekoren.

Een belangrijke mijlpaal kwam er toen Okeh Records het roer omgooide. De platenbusiness floreerde en Okeh Records was op zoek naar een nieuwe afzetmarkt voor de muziek die ze uitbracht. Aanvankelijk hadden ze de witte zangeres Sophie Tucker in het vizier, maar die dame bleek onbereikbaar, dus werd Mamie Smith gecontacteerd, een actrice en zangeres die de blue note zong met een rauwe stem. Het uitbrengen van een Afro-Amerikaanse zangeres was echter een zeer gewaagde zet in het racistische Amerika, en onmiddellijk werd het platenlabel bedreigd met een boycot. 

Maar Okeh Records liet zich niet intimideren: op 10 augustus 1920 werd "Crazy Blues" van Mamie Smith op plaat gezet, een nummer dat swingt tussen triplets en shuffle, tussen blues en jazz, tussen zwart en wit. Een nummer dat veel dichter aanleunde bij de muziek waar de Afro-Amerikaanse gemeenschap mee vertrouwd was. 
En de zet bleek geslaagd: in minder dan zes maanden tijd werd van het plaatje meer dan een miljoen kopieën verkocht. Met haar opname zorgde Mamie Smith voor een forse stijging in de verkoop van de zogenaamde “race records”, een subgenre waaronder de platenindustrie de van oorsprong Afro-Amerikaanse, maar ook native-American music groepeerde. Mamie Smith had de sneltrein van de "Classic Female Blues" op gang gezet.

Mamie Smith

Ma Rainey (1886 - 1939)

Ma Rainey
De moeder van alle bluesvrouwen in de jaren 1910 was
Ma Rainey
Ma Rainey was een heel energetische zangeres die een diepe indruk naliet op haar nakomelingen.
Ze was getrouwd met
William "Pa" Rainey, maar haar openlijke seksuele voorkeur voor andere vrouwen liet alvast geen enkele ruimte voor verbeelding. Ma Rainey zong teksten over haar liefde voor vrouwen, terwijl ze obsceen danste voor een opgehitst publiek. En dat in een periode waarin het enkel mannen was toegestaan om op te scheppen over hun seksuele avonturen - bij vrouwen was een dergelijk alvast ongezien.

Ma Rainey is geboren in 1886 onder de naam Gertrude Pridgett en begon al vóór 1900 op te treden. De ouders van Gertrude maakten allebei deel uit van een minstrel show, dus was het niet verwonderlijk dat ook Gertrude al op haar veertiende als actrice rond trok met een tentshow.

In die tentshow maakte Gertrude kennis met William “Pa” Rainey, de man waarmee ze in 1904 huwde. Gertrude werd logischerwijze “Ma Rainey” en het koppel trok door het zuidoosten van de VS met tentshows, circussen en vaudeville theaters, onder meer met de bekende "Rabbit’s Foot Minstrel Show" waar het koppel werd voorgesteld werden als “Black Face Song and Dance Comedians, Jubilee Singers [and] Cake Walkers”. Vanaf 1914 trokken Ma en Pa Rainey door het land als Rainey and Rainey, the Assasinators of the Blues. Maar laat ik je niet op het verkeerde been zetten met die naam, het duo had geenszins de intentie om de blues uit te roeien, of dan toch niet als muziekgenre. Veeleer poogde het duo om met hun muziek het bluesgevoel te verdrijven, een gevoel dat  meerdere mensen kwelde en ook vandaag nog kwelt.

Rond die periode ontmoette Ma Rainey ook de jonge ontluikende zangeres Bessie Smith. Het gerucht deed de ronde dat Bessie Smith door Ma Rainey werd ontvoerd om aan te sluiten bij Ma en Pa Rainey - een gerucht dat later door Bessie's schoonzus ontkend werd.

William "Pa" Rainey en Gertrude "Ma" Rainey

Ma en Pa Rainey waren een sterk duo. Ze konden alles aan: komische acts, dans, zang en, muziek. Ze bouwden samen een hele tentshow op. Maar van een relatie, en vooral van een seksuele relatie, was er weinig of geen sprake. Ma Rainey uitte zich openlijk  lesbisch, of op zijn minst biseksueel. En nadat in 1916 haar huwelijk eindigde, ging Ma Rainey haar eigen weg op.
Ma Rainey had een krachtige zang en ze verwierf ook in haar eentje al gauw naam en faam in het zuiden van de VS. En tijdens die zwerftochten kwam Ma Rainey in aanraking met de blues. Later zou ze aan folklorist John W. Work vertellen dat ze de blues al leerde kennen in 1902, dankzij een meisje dat in Missouri tijdens een tentshow een aangrijpend lied zong over een man die haar had verlaten. Ik citeer de woorden die John Work neerschreef in het tijdschrift “American Negro Songs”:

"A girl from town... came to the tent one morning and began to sing about the man who had left her. The song was so strange and poignant that it attracted much attention. Ma Rainey became so interested that she learned the song from the visitor and used it soon afterwards in her act as an encore. The song elicited such a response from the audience that it won a special place in her act. Many times she was asked what kind of song it was, and one day she replied, in a moment of inspiration, "It's the blues...". She added that the blues were not so named then, and that she frequently heard similar songs in her travels"

1902, dat is een jaar eerder dan de ontdekking van de blues door W.C. Handy, wiens ziel in 1903 getroffen werd door de song “Going where the southern cross the dog”. Je kan je gaan afvragen wie als eerste de blues heeft ontdekt… maar goed, we spreken over een periode dat er nog geen opnames bestonden, hou dat in het achterhoofd, dus lijkt het logisch dat zowat iedereen vroeg of laat op toevallige wijze in aanraking kwam met de blues op het platteland.

Ma Rainey en een onbekende man

De tentshows

De tentshows van Ma Rainey waren ongetwijfeld indrukwekkend. De dichter Sterling Brown, een meester in de Afro-Amerikaanse volksliteratuur, beschreef in zijn gedicht "Ma Rainey" hoe het er aan toe ging, als Ma Rainey langs kwam.

Ma Rainey was niet groot van gestalte, maar ze maakte een heel zelfzekere indruk. Haar haar lag in een wilde coupe, ze is zwaar geschminkt, getooid met veren, gehuld in een duur ogende jurk met franjes en beladen met blinkende  juwelen. Aan elke vinger zat een ring, en terwijl ze met de ene hand zwaaide met een struisvogelpluim, omklemde ze met de andere hand een revolver. Rond haar hals, tot diep in haar decolleté, blonk een ketting met gouden muntstukken, duur ogende schijfjes van verschillende maten en gewichten.
Wanneer Ma Rainey haar mond opende om te zingen, schitterden haar verblindend gouden tanden. E ze zong met een krachtige, kreunende stem, terwijl ze vulgaire bewegingen maakte met haar indrukwekkende lichaam.

Het publiek veerde tijdens haar shows recht van de banken. De toeschouwers voelden zich betrokken, geraakt, en ze schreeuwden hun antwoord op Ma Rainey"s bluesteksten. Ma Rainey had het publiek op haar hand. Meer nog, ze was meester over haar publiek! De luisteraars deelden haar pijn en kreunden mee met haar teksten, ze werden uitzinnig bij het intense gevoel van de blues. En dan hebben we het over zwart én wit, zij aan zij. Voor de zwarten was de mix van Afrikaanse traditie en blues een vorm van herkenning, voor de witten was het een inkijk in het onbekende exotische leven van de Afro-Amerikanen. Ma Rainey toverde pijn en emotie om in kracht en speelse vreugde. Ze hield van haar publiek, en het publiek hield van haar. “Ma” betekende trouwens veel meer dan het affectieve "mama", of "moeder". Het stond ook voor “Madame”, voor een vrouw waar men respect voor had. De leidster. De chef. De topchef.

Eerste opnames

Pas in 1923 werd de energetische, kreunende stem van Ma Rainey voor het eerste op plaat gezet, en in de vijf jaren die volgden bracht ze meer dan honderd nummers op de markt waaronder "Bo Weavil Blues", "Booze and Blues" en "See See Rider Blues".

Tijdens de wintermaanden verbleef Ma Rainey wel eens in New Orleans, en daar maakte ze kennis met grote sterren als King Joe Oliver en Louis Armstrong. In 1924 begeleidde een jonge Louis Armstrong Ma Rainey trouwens als sessiemuzikant. En Ma maakte op hem een grote indruk, in die mate dat hij zelfs enkele haar manier van grimassen en haar zangstijl kopieerde in zijn eigen podiumact.

Het nummer "See See Rider" vraagt om wat meer uitleg: rondreizende predikanten trokken te paard van dorp tot dorp om het geloof te verkondigen. Het gebied waarvoor ze verantwoordelijk waren, was het “Preaching Circuit” en de predikant kreeg de naam “Country Circuit Preacher”. "CC" dus, van Country Circuit. De CC Rider stond symbool voor zowel een entertrainer als een vrijbuiter. En omdat de predikant te paard rondreisde, kreeg hij ook wel eens de naam “Saddlebag Preacher” opgespeld.

"'See See Rider" is eigenlijk een vervolg op de vaudeville song “I Wonder Where My Easy Rider’s Gone”. "See See Rider Blues" werd aldus een 12-matenblues over een ontrouwe man of "easy rider". De versie werd in 1924 door Gertrude "Ma" Rainey ingezongen voor Paramount Records. Het is een jazzy versie met de Georgia Jazz Band als begeleiding. En die Georgia Jazz Band, dat waren grote namen: Louis Armstrong speelde kornet, Fletcher Henderson hoor je op de piano. En dan hebben we nog Charlie Green op de trombone, Buster Bailey op klarinet en Charlie Dixon op de banjo.

Ma Rainey en de Georgia Jazz Band

Ma Rainey zong "See See Rider" ten aanzien van een prostitué, met "Now Your Man Done Come" als reactie op het ongepaste seksueel gedrag van de dame van lichte zeden.
Diezelfde "See See Rider" zal later later grote sier maken in de Rock 'n Roll, in een vloot van opgepepte versies van onder meer Big Bill Broonzy, Elvis Presley, Eric Burden and The Animals en Janis Joplin.

Hokum Blues

In 1928 speelde Ma Rainey samen met de rauwe Tub Jug Washboard Band, een band die de muziek van het platteland combineerde met flink gewaagde teksten, een genre dat het label “hokum blues” of "dirty blues" krijgt opgekleefd: bluesteksten met een dubbelzinnige bodem en seksuele insinuaties.
Zo horen we in "Hear Me Talking To You" de volgende niet mis te verstane tekst:

Ramblin' man makes no change in me,
I'm gonna ramble back to my used-to-be, ah
Hear me talkin' to you—I don't bite my tongue,
You want to be my man
you got to fetch it with you when you come.
Eve and Adam,
in the Garden takin' a chance,
Adam didn't take time to get his pants, ah
Our old cat swallowed a ball of yarn,
When the kittens was born, they had sweaters on
Hello, Central, give me 609,
What it takes to get it in these hips of mine
Grandpa got, grandma told,
He says her jelly roll was 'most too old

Hear Me Talking To You - Ma Rainey

In “Prove It On Me Blues” uit Ma Rainey openlijk haar seksuele voorkeur voor vrouwen: 

They said I do it, ain't nobody caught me.
Sure got to prove it on me.
Went out last night with a crowd of my friends.
They must've been women, 'cause I don't like no men.
It’s true I wear a collar and tie.
Makes the wind blow all the while.

Prove It On Me Blues - Ma Rainey

"Prove It On Me Blues" werd uitgebracht in 1928, en drie jaar eerder was Ma Rainey door de politie betrapt in haar eigen huis, terwijl ze deelnam aan een wilde orgie. De buren hadden geklaagd over nachtlawaai, de politie arriveerde en de verhitte dames vluchtten weg langs de achterdeur. Maar Ma Rainey zocht een uitweg langs de trap en ze werd tegengehouden en alweer gearresteerd. Het was één van haar getrouwe volgelingen, Bessie Smith, die Ma Rainey vrijkocht op borg.

Paramount Records voerde trouwens een heel opmerkelijke promotiecampagne voor het nummer: Ma Rainey staat op de affiche afgebeeld op het hoekje van de straat als een stevige dame, gehuld in een maatpak met vest en das, het soort pak dat eerder door mannen gedragen wordt. Ook het hoedje van Ma Rainey oogt mannelijk, terwijl de bluesdiva geflankeerd wordt door twee slanke dames. En achter het hoekje loert een politieman.

Onder de afbeelding staat de tekst:
What's all this? Scandal? Maybe so, but you wouldn't have thought it of "Ma" Rainey. But look at that cop watching her! What does it all mean? But "Ma" just sings "Prove It on Me.

Alleszins: met “Prove it to me blues” was Ma Rainey de pionier van de LGBTQ-beweging, en ze baande de weg voor de lesbische beweging die in de jaren zeventig uit de kast kwam. Je moet het maar doen, als zwarte vrouw in het gesegregeerde Amerika van de jaren twintig! Ma Rainey verwierf dan ook terecht de de titel van “Mother of the Blues”, terwijl Paramount haar ook promootte als de Songbird of the South", de "Gold-Neck Woman of the Blues" en de "Paramount Wildcat”.

Black Bottom

"Black bottom" was de titel van één van haar bekendste nummers, genoemd naar een dansrage uit New Orleans aan het begin van de twintigste eeuw. De "black bottom" suggereert het achterwerk van Ma Rainey, maar eigenlijk was het de naam van een  zwarte wijk in de stad Detroit. De Black Bottom-dans kon solo of met een partner gedanst worden en was behoorlijk wild: men beschreef hem plastisch als “de bewegingen die een koe maakt wanneer ze komt vast te zitten in de modder".


”.
Toen de "Black Bottom Dance" in 1919 heel populair was geworden, brachten de componisten Gus Horsley en Perry Bradford een “officiële” tune uit bij de dans: “The Original Black Bottom Dance"

Dalende populariteit en overlijden

Topster van Paramount, dat ben je maar zo lang er geld in het laadje rolt. In de jaren dertig ging het in Amerika op economisch vlak de verkeerde kant uit. Voor zwarte blues was er geen geld meer en Paramount zette de Mother Of The Blues opzij. In 1933 verloor Gertrude Rainey haar mama en haar zus, en Ma Rainey trok zich terug uit de showbizz. In tegenstelling tot de andere bluesqueens uit die periode, had Ma Rainey wel flink gespaard en ze kon zich veroorloven om verder in luxe te leven. Ze bleef ook actief als zakenvrouw: ze werd manager van  meerdere theaters en met een groot hart gaf ze veel geld uit sociale projecten, zoals de broodnodige hulp voor de slachtoffers van de grote overstromingen.

Maar in 1939 op 53-jarige leeftijd, doofde het vuur in haar hart en ziel: Ma Rainey overleed op 22 december aan een hartaanval. In haar grafsteen staat  haar titel gebeiteld: “Mother of the Blues”. Als eerbetoon aan de pionier, de madame, de eerste bluesdiva en de moeder van de classic female blues, maakte Memphis Minnie in 1940 het nummer “Ma Rainey”.

Georgia Thomas Dorsey (1899 - 1993)

Georgia Tom en Tampa Red waren begeleidende muzikanten van Ma Rainey: Georgia Tom Dorsey op piano en Tampa Red op de slide gitaar.

Georgia Thomas Dorsey

Georgia Thomas Dorsey ontwikkelde zijn piano-skills als ragtime artiest op rent parties en in de barrelhouses en bordelen van Atlanta. In 1919 trok hij naar Chicago waar hij zich ontpopte tot bluescomponist en frontman van de Wild Cats Jazz Band - en het was die band die het genoegen had om gedurende twee jaar Ma Rainey te begeleiden. En Georgia Tom was niet alleen een bluesperformer, maar ook een songwriter en een studio-muzikant voor Paramount. Uiteindelijk schreef hij, hou je vast, 3000 nummers!

Maar Georgia Tom had het mentaal moeilijk. Hij kwam uit een diep gelovig gezin, en hij voelde zich niet zo lekker bij het leven als bluesartiest. En op een dag zag hij het licht. Of om het met zijn eigen woorden te zeggen: tijdens een misviering kwam een dominee voor hem staan, en plots trok de man een levende slang uit de keel van Georgia Tom. Sinds die dag was hij genezen. Hij richtte zich tot de kerk waar hij zijn blues zou gebruiken om een godsdienstige boodschap te verspreiden. Hij veranderde zijn naam in Tom Dorsey en wijzigde hij de stijl en de inhoud van zijn bluesliedjes.

Georgia Thomas Dorsey

Maar helaas… Georgia Tom had de neiging om tijdens zijn performance naar goede Afro-Amerikaanse gewoonte in de handen te klappen, met de voeten te stampen en te improviseren op de tekst. En die muzikale vrijheid, die werd door de kerkelijke gemeenschap nog niet geapprecieerd. Bovendien waren zijn gospelsongs te bluesy - en ook daar had de kerk bezwaren tegen.
Georgia Tom liet zich opnieuw gaan in blues, en samen met gitarist Tampa Red bracht het duo een kaskraker op de markt: “It’s Tight Like That”.
It”s tight like that, of “het zit heel strak”, de betekenis van die zin zal voor mensen met een schunnige geest meteen duidelijk zijn.
Georgia Tom en Tampa Red werden The Famous Hokum Boys en samen gooiden ze nog een zestigtal gelijkaardige songs op de markt.

Georgia Tom stond met één been in de rauwe blues, maar met het andere been bleef hij steunen op de kerkgemeenschap. Zijn nummer “If You See My Saviour” bleef scoren, en wanneer hij wat tijd vond tussen de optredens met Tampa Red, stichtte hij een gospelkoor, en dat koor liet hij zingen en dansen, stampen en klappen, gillen en schreeuwen. Daar in Chicago, ergens in 1932, hield Georgia Tom de gospel boven het doopvont, de gospel zoals we die vandaag kennen. Maar datzelfde jaar sloeg ook het noodlot toe: zijn vrouw stierf op het kraambed, en een etmaal later stierf ook zijn pasgeboren zoon. De pijn en het verdriet zette hem aan het schrijven, en Georgia Tom schreef zijn meest bekende gospelsong: "Precious Lord Take My Hand".

De nieuwe kerkmuziek van Georgia Tom werd in de conservatieve kerkgemenschap niet altijd even hartelijk onthaald, maar dat was buiten de nieuwe populatie gerekend. Door de migratiestroom uit het zuiden arriveerden in de stad immers veel Afro-Amerikanen van het platteland, mensen die zich wel comfortabel voelden bij de meer bluesy muziek in de kerk. De gospel had zich voorgoed gevestigd, en Georgia Tom werd de vader van de gospelmuziek, de "Father of the Gospel".

Mamie Smith (1891 - 1946)

Zangeres, danseres en actrice Mamie Smith had in februari 1920 al twee nummers opgenomen bij Okeh Records: "That Thing Called Love" en "You Can't Keep A Good Man down". Mamie Smith zong de blue note met een heel rauwe stem en bekoorde met haar nummers heel wat fans in het zwarte zuiden. Als "Queen of the Blues" droeg ze bij tot de fors stijgende populariteit van "race records". "Crazy Blues", een nummer dat swingt tussen shuffle en triplets, klonk nog steeds als blanke muziek maar leunde veel dichter aan bij de muziek van de zwarten. Opmerkelijk ook is dat de song een tempoversnelling of "accelerando" ondergaat van 110 naar 114bpm.
In 1929 was Mamie Smith ook te bewonderen in de film "Jailhouse Blues".


Mamie Smith werd een pionier in de verkoop; na haar volgde een lange rij van populaire bluesvrouwen waaronder Bessie Smith, Ida Cox, Memphis Minnie en Ma Rainey. Naar hen wordt verwezen met de term “Classic Female Blues”, een term waarvan de inhoud de lading echter onrecht aandoet. Het "Classic Blues" of "Vaudeville" bluesgenre combineert immers de improvisatietalenten van de jazzmuziek met rechttoe-rechtuit bluesteksten over de dagdagelijkse beslommeringen van de Afro-Amerikaanse bevolking.

Lucille Hegamin (1894 - 1970)

Lucille Hegamin
In november 1920, enkele maanden na de eerste opname van Mamie Smith, kreeg Lucille Hegamin als tweede vrouwelijke vaudeville-artieste de eer om met het lichter en vrolijker klinkende "Jazz me blues" een opname te maken. Het nummer verkocht goed, maar het was "Arkansas Blues" uit 1921 dat haar omtoverde tot een wereldster.
Hegamin had op dat ogenblik al heel wat podiumervaring: op haar vijftiende toerde ze al met de Laurel Harper Minstrel Stock Company door het zuiden van de Verenigde Staten. Halverwege de jaren '30 verliet ze de showbusiness om zich in te wijden in het beroep van verpleegkundige. In de jaren '60 maakte ze een comeback. Ze overleed in 1970.

Bessie Smith (1894 - 1937)

Bessie Smith, "The Empress of the blues" was de meest populaire en best verkopende bluesvertolkster uit de periode van de "Roaring Twenties". Bessie Smith werd geboren in 1894 en danste als tiener in een minstrel show. In 1912 belandde ze onder de vleugels van Ma Rainey met wie ze in dezelfde show zong, acht jaar later had Bessie Smith al een eigen show en was ze een gevestigde waarde in het zuiden van de Verenigde Staten. Ze tekende in 1923 een contract bij Columbia Records en werd op slag beroemd met haar versie van Albert Hunter's "Downhearted Blues".

Bessie Smith bezong bluesthema's als liefde en pijn en de harde realiteit van de Afro-Amerikaanse vrouw in de maatschappij, maar zelfs haar meest klagende nummers bracht ze met een overtuigende kracht alsof ze vastberaden was om haar ellende te overwinnen.
In 1925 nam Bessie Smith enkele platen op met Louis Armstrong waarna ze de titel “Keizerin van  de blues” kreeg toegewezen. Dankzij haar geëmancipeerde maatschappijbeeld - “It Ain't Nobody's Business If I Do” - werd ze een voorbeeld voor veel zwarte Amerikanen.

De aandacht die Bessie Smith's verwierf was een hemelsgeschenk voor de blues. Niet alleen zorgde Bessie voor een wereldwijde populariteit, ze veranderde voorgoed het bluesgenre met haar nieuwe stijl van zingen . "Nobody Knows You When You're Down And Out" werd in 1923 geschreven door Jimmy Cox. Het nummer, dat in de periode van de "Roaring Twenties" waarschuwt voor de vergankelijkheid van materiële zaken, werd in september 1929 populair in de versie van Bessie Smith. De hitsingle was helaas profetisch voor de Amerikaanse economie; twee voor het uitbrengen ervan bereikten de beurzen een ongekend hoogtepunt, twee weken na de release stortten de Amerikaanse beurzen in elkaar wat aanleiding gaf tot de Wall Street Crash en het begin van "The Great Depression".

Eind jaren '20 raakte de carrière van Bessie Smith in het slop. Wel speelde ze dat jaar nog mee in de film St. Louis Blues. In 1933 nam ze haar laatste songs op: de periode van "The Great Depression" was intussen aangebroken.
Op 26 september 1937 raakte Bessie Smith betrokken bij een auto-ongeval met haar minnaar Richard Morgan aan het stuur. Bessie Smith werd geholpen door een blanke arts die haar overlaadde in zijn voertuig, maar ook zijn auto werd echter heel tragisch betrokken in een nieuw ongeval. De ziekenwagen die bij dat ongeval te hulp kwam, bracht Bessie Smith naar een een afgelegen ziekenhuis voor niet-blanken. Bessie's rechter arm werd geamputeerd maar ze overleed ten gevolge van de ernstige bloeding.

Memphis Minnie (1897 - 1973)

Lizzie Douglas leerde al vroeg banjo en gitaar spelen. In 1910 liep ze weg van huis om op Beale Street in Memphis muziek te spelen onder de naam "Kid Douglas". Af en toe, wanneer de beurs leeg was, keerde ze terug naar haar familie. In één van de jug-bands ontmoette ze haar tweede echtgenoot "Kansas" Joe McCoy. Samen maakten ze de eerste opnames van hun composities. In 1935 ging het koppel uit elkaar.
Memphis Minnie presenteerde zich op het podium als een gepolijste dame, gehuld in dure kleedjes en getooid met juwelen. In werkelijkheid kauwde ze tabak, droeg ze een revolver en liet ze geen enkele vechtpartij aan zich voorbij gaan. Van de jaren '20 tot de jaren '50 stond Memphis Minnie flink haar mannetje in het door testosteron gedomineerde blueswereldje. Memphis Minnie deelde tot halverwege de jaren '50 haar dromen, fantasieën en verlangens in ruim 200 autobiografische nummers.

Victoria Spivey (1906 - 1976)

Victoria Spivey
In de slipstream van Mamie Smith bloeide ook de carrière van blueskoningin Victoria Spivey. Spivey speelde al vroeg op feesten, in goktenten en prostitutiehuizen, onder meer samen met Blind Lemon Jefferson. Spivey zong graag over bloeddorstige, seksuele of weerzinwekkende onderwerpen en haar zelfgeschreven nummers waren ook haar sterkste. In 1926 maakte ze haar eerste opname van "Black Snake Blues", waarna ze met hits als "TB Blues", "Dope Head Blues" en het suggestieve "Organ Grinder Blues" haast evenveel succes oogstte als Bessie Smith en Ma Rainey. Spivey liet zich onder meer begeleiden door Louis Armstrong en speelde mee in een aantal films. Dankzij haar talent als businessvrouw, entertainer en zangeres wist ze ook in de jaren '30 en '40 de podia te beheersen.

In 1959 trok Victoria Spivey zich terug in een kerkkoor maar tijdens de bluesrevival van de jaren '60 maakte ze een comeback. Ze nam een album op met Lonnie Johnson en stichtte haar eigen platenlabel "Spivey Records". Victoria Spivey was een graag geziene gast tijdens de folk-revival waar haar krachtige, feministische boodschap uit de jaren '20 in het kader van de seksuele revolutie opnieuw aansloeg. Spivey speelde in dei periode ook vaak samen met oude en jongere sterren - waaronder zelfs een jonge Bob Dylan. Ze bleef opnames maken tot aan haar overlijden in 1976.


Gladys Bentley (1907 - 1960)

Gladys Bentley
Blueszangeres, pianiste en entertainer Gladys Bentley was een fenomeen. In de jaren '20 verscheen ze als zwarte, lesbische actrice, uitgedost met een mannelijke tuxedo en een hoge hoed en bijgestaan door drag-queens. Ze bracht haar bluesteksten met een diepe, grollende stem terwijl ze flirtte met de vrouwen in het publiek. Gladys Bentley was ontegensprekelijk een icoon voor de seksuele revolutie van de jaren '20!

Gladys Bentley groeide op in een arm gezin. Teleurgesteld omdat ze een meisje was, werd ze door haar mama verstoten. Ze haatte haar broers en werd verliefd op een lerares. Bentley was overtuigd dat het gebrek aan affectie op babyleeftijd de basis legde voor haar seksuele geaardheid op latere leeftijd. Ondanks het feit dat ze vaak negatieve commentaren kreeg over haar kledij, bleef Gladys Bentley gedurende haar vroege carrière heel open over haar lesbische geaardheid. Eind jaren '40, tijdens de periode van politieke repressie door senator McCarthy, verklaarde ze zich echter "genezen".

Sara Martin (1884 - 1955)

Sara Martin
Sara Martin "The Famous Moaning Mama" zong met een diepe, volle stem en acteerde met veel dramatiek, toch miste ze een beetje de emotionele diepgang van Bessie Smith en Ma Rainey. Ze was desalniettemin één van de topzangeressen uit  de jaren '20 en stond in haar hoogtijdagen gekend als "The Blues Sensation of the West".
In "Death Sting Me Blues" krijgt Sara Martin sublieme begeleiding van King Oliver op trompet.
In de jaren '30 trok Sara Marin zich terug uit de bluesbusiness om zich toe te leggen op gospelmuziek. Ze verhuisde naar Kentucky waar ze een verpleegtehuis runde tot aan haar dood in 1955.

Blues op het platteland

Naast de nieuwe bluesrage in de steden, bleef de meer "volks" bluesmuziek op het platteland nadrukkelijk aanwezig, vaak gecentreerd rond grote plantages. Charley Patton, die in "High Water Everywhere" nog de ellende van Louisiana-overstromingen van 1927 bezong, had intussen een stevige reputatie opgebouwd de plantage van Will Dockery en aan de oostkust van de Verenigde Staten verzamelde zich een groep artiesten rond Blind Blake, Blind Wilie McTell en Reverend Gary Davis. Maar ook op het platteland werd naar de radio geluisterd. Radio zorgde dan ook voor een belangrijke kruisbestuiving: waar de "Classic Blues Woman" hun aloude, rauwe blueslyrics in een gepolijste versie uitbrachten, vaak ondersteund met virtuoze piano of zelfs ware big-bands om de kwaliteit van de muziek te onderstrepen, lieten ook de "folk-blues artiesten" zich leiden op het pad van meer dansbare popmuziek.

Deford Bailey (1899 - 1982)

Deford Bailey
Deford Bailey
, geboren in Tennessee als kleinzoon van slaven, werd op driejarige leeftijd verlamd door polio. Hij was gedurende een jaar bedlegerig en liep groeiachterstand op. Het stimuleerde zijn vastberadenheid en in die periode begon hij de geluidjes die hij rondom zich hoorde - de trein, de huilende jachthonden en de dieren van de boerderij - te imiteren op de mondharmonica.
In 1925 maakte Deford Bailey zijn radiodebuut en twee jaar later bracht hij zijn indrukwekkende trein-imitatie "Pan-American Blues" uit.
De WSM-radiopresentator kondigde Deford Bailey aan met de woorden "For the past hour, we have been listening to music largely from Grand Opera, but from now on, we will present ‘The Grand Ole Opry'”. Bailey droeg op die manier bij aan het langst bestaande radioprogramma Grand Ole Opry waar hij regelmatig zijn opwachting maakte.
Bailey speelde ook gitaar, banjo en "the bones", een paar ribben dat als percussie-instrument fungeerde. Hij was echter meest gekend om zijn mondharmonica-tunes. In 1941 werd hij bij WSM de laan uitgestuurd omwille van een dispuut over auteursrechten. Zijn carrière werd gefnuikt en Bailey was gedoemd om schoenen te poetsen voor de kost. Hij overleed in 1982.

Leroy Carr (1905 - 1935)

Leroy Carr
Zanger en pianist Leroy Carr zong als "crooner" de teksten van de vooroorlogse blues in een verfijnd en meer populair arrangement, waarbij hij zichzelf met lichte pianomuziek begeleidde.

Leroy Carr werd geboren in 1905 in de stad Nashville, Tennessee. Zijn ouders gingen uit elkaar, waarna hij met zijn moeder verhuisde naar Indianapolis, het centrum van de auto-industrie. Hunkerend om de wereld in te trekken, leerde Leroy Carr zichzelf op jonge leeftijd piano spelen waarna hij zich om de kost aansloot bij een circus, een tijdje in het leger werkte en tenslotte nog een poos zwart geld verdiende als dranksmokkelaar. Halverwege de jaren '20 was hij als professioneel entertainer een graag geziene gast rond Indiana Avenue. Leroy Carr ontmoette rond die periode ook Francis "Scrapper" Blackwell, de muziekpartner waarmee hij zijn verdere leven succesvol zou samenwerken. Als gitarist voegde Scrapper Blackwell een melodisch jazzy tintje toe aan Carr's muziek.

Het melancholische "How Long, How Long Blues" werd voor het eerst opgenomen in 1928. Het is een gesofisticeerde 8-matenblues met een vlotte melodie passend in de stijl van The Roaring Twenties, en een tekst die aanspraak maakte op de plattelandsblues van weleer. Later volgde nog een belangrijk aantal hits die vandaag als blues-standards beschouwd worden.
Scrapper Blackwell was helaas niet alleen Leroy Carr's muzikale partner maar ook zijn onafscheidelijke drinkebroer. In 1935 overleed Leroy Carr vroegtijdig aan een overdosis alcohol. Zijn partner wist te ontwennen, maar keerde nooit terug naar de muziekbusiness. Robert Johnson was een grote fan van Leroy Carr. In zijn nummer "Love in Vain" hoor je Leroy Carr's "When The Sun Goes Down" weergalmen.


Lonnie Johnson (1899 - 1970)

Lonnie Johnson
Alonzo "Lonnie" Johnson groeide op in New Orleans, in een familie waar muziek onontbeerlijk aanwezig was. Als kind leerde hij spelen op de viool en de piano. Op tienjarige leeftijd speelde hij al in diverse muziekgroepjes, in 1917 leerde hij ook de gitaar bespelen en kreeg hij de kans om door Europa te toeren. Toen hij thuiskwam bleek echter zijn hele familie, met uitzondering van zijn broer James "Steady Roll" Johnson, overleden bij de Spaanse Griep-pandemie van 1918. Lonnie nestelde zich in Saint Louis waar hij een muzikaal duo vormde met zijn broer James.

In 1925 trouwde Lonnie met blueszangeres Mary Johnson. In datzelfde jaar won hij bij een blueswedstrijd een contract bij Okeh Records. Sedertdien werd Lonnie Johnson, een beetje tegen de eigen zin, sterk geassocieerd met bluesmuziek. Tussen 1925 en 1930 maakte hij 130 lucratieve opnames voor het platenlabel en werkte hij samen met Victoria Spivey, Alger "Texas" Alexander en Bessie Smith. In 1927 speelde hij als gast bij Louis Armstrong and His Hot Five, waarna hij vaker uitgenodigd werd om te musiceren met andere jazzmuzikanten, waaronder Duke Ellington.

Op het nummer "6/88 Glide" speelde hij voor het eerst een gitaarsolo noot voor noot en gebruik makend van bending en vibrato, een techniek die later overgenomen werd in de rock, country en jazzmuziek. Met zijn solo's op de 12-snarige gitaar schonk hij het instrument een nieuwe invulling in jazzmuziek en had hij een grote invloed op Django Reinhardt en Charlie Christian. Niettegenstaande zijn instrumentale innovaties, was Johnson in zijn tijd beroemd om zijn wat hoge en dunne stem en zijn stedelijke, vaak emotieloze manier waarmee hij zijn ingrijpende teksten bracht. Hij was tevens de eerste artiest die de viool elektrisch versterkte.

Door de economische depressie in de jaren '30 werd Lonnie Johnson verplicht om naast de muziekbusiness als arbeider aan de slag te gaan in een bandenfabriek en een walserij. Na de tweede wereldoorlog maakte hij een overstap naar rythm and blues en bespeelde hij frequenter de elektrische gitaar. Zijn immens populaire bluesballad "Tomorrow Night" werd ook één van de eerste hitsingles van Elvis Presley.

In maart 1969 raakte Lonnie Johnson zwaargewond bij een auto-ongeval. In de nasleep werd hij halfzijdig verlamd door een beroerte en kon hij geen gitaar meer spelen. Bij zijn laatste live-optreden in februari 1970 werd Johnsons zang derhalve begeleid door Buddy Guy.
Niettegenstaande Lonnie Johnson minder vernoemd wordt in de geschiedenis van de blues, had hij een invloed die kan gemeten worden aan groten als Robert Johnson, Charley Patton en Blind Lemon Jefferson.

Jimmie Rodgers (1897 - 1933)

Toen Jimmie Rodgers in de late jaren '20 de laatste twee maten van zijn twaalfmaten-blues invulde met een falsetto-jodel, was de moderne country geboren.

Jimmie Rodgers

Jimmie Rodgers groeide als blanke jongen op in de Mississippi regio, en 13 jarige leeftijd won hij een muziekwedstrijd. Hij wou verder musiceren, maar dat was niet naar de zin van zijn papa, dus liep Jimmy Rodgers weg van huis om zich aan te sluiten bij een "medicine show". Maar zijn papa wist hem te vinden, nam hem terug mee naar huis en verplichtte de jongen om bij de spoorwegen als “waterjongen” te gaan werken.

Maar ook bij de spoorwegen weerklonk muziek. Jimmie Rodgers kwam er in contact met de zogenaamde "Gandy Dancers", arbeiders die instonden voor het uitlijnen van de sporen, een taak die al zingend en met ritmische bewegingen uitgevoerd werd. Hij maakte promotie en werd achtereenvolgens aangesteld als vlaggenzwaaier, als bagagejongen en uiteindelijk als “remmer”: om de trein tot stilstand te brengen moest hij van wagon tot wagon springen om met de hand de mechanische rem in werking te stellen. Een gevaarlijke, maar goed betaalde job. Maar helaas; in in 1924 moest Jimmie Rodgers op zoek naar ander werk, nadat hij geveld was door tuberculose. 
Hij bleef echter niet bij de pakken zitten, want dit was voor hem de uitgelezen kans om opnieuw in de showbusiness aan de slag te gaan. Hij andermaal een tentshow en kreeg de kans om met zijn samengestelde band een auditie te doen bij The Victor Talking Company van Ralph Peer - overigens op hetzelfde moment als The Carter Family.  Maar driewerf helaas: door geruzie haakten zijn bandleden af en moest Jimmy Rodgers de auditie alleen doen. Maar de muziek sloeg aan en het album dat werd opgenomen, was het begin van zijn grote succes. Jimmie Rodgers kreeg de kans om verder te musiceren. Toch was de ellende nog niet voorbij: zijn tent werd ook nog verwoest door een cycloon en Jimmy rodgers moest alweer van nul starten. Als rondtrekkende muzikant kwam hij in contact met de Afro-Amerikaanse gemeenschap, wat heel uitzonderlijk was in tijden van Jim Crow wetten.

Jimmie Rodgers had een krachtig en uniek stemgeluid, bovendien waren zijn jodelkunsten complex en ongeëvenaard. Naar eigen zeggen had hij het jodelen geleerd bij een demonstratie van een groep Zwitserse missionarissen.

Rodgers bracht twaalf songs uit met de titel "Blue Yodel", genummerd van 1 tot 12. Blue Yodel 1 is daarbij het meest gekend, met de tekst "T for Texas, T for Tennessee". In 1930 speelde Rodgers zijn nummer "Blue Yodel No. 9" samen met de jonge jazzmuzikant Louis Armstrong.
Door de tuberculose werd Jimmie Rodgers slechts 35 jaar oud maar hij ging de geschiedenis in als "The Singing Brakeman" of "The Blue Yodeler".


Ida Cox (1888 ? - 1967)

Het is onduidelijk of Ida M. Prather geboren is in 1888 of 1896. Ze zag het levenslicht in Georgia nabij de Riverside plantation, eigendom van de rijke familie Prather van wie ze haar naam erfde.

Ida Cox
In 1910 liep ze weg van huis en vervoegde ze het African Methodist Choir waar ze in de ban raakte van gospelmuziek. Op veertienjarige leeftijd speelde ze haar eigen "blackface" karakterrol in een minstrel show. Ze verwierf veel acteerervaring bij de Rabbit Foot Mintstrels waar ook haar idolen Ma Rainey en Bessie Smith deel van uitmaakten. Het leven bij dit gezelschap was weinig comfortabel: "The Foots" reisden met twee auto's en een tent die opgericht werd door enkele medewerkers terwijl een brassband in het dorp de show aankondigde. Het podium werd verlicht door gaslantaarns, de zangers hadden geen microfoon maar zongen luidkeels, soms versterkt door een megafoon.

Rond 1908 trouwde Ida met trompetspeler Adler Cox van wie ze haar artiestennaam erfde. Haar echtgenoot overleed echter in de eerste wereldoorlog. Tegen 1915 zong Ida Cox enkel nog bluesnummers, in 1920 stond ze al gekend als één van de meest indrukwekkende solo-artiesten. Tussen 1923 en 1929 nam ze 78 platen op voor Paramount Records, het label dat haar aankondigde als "The Uncrowned Queen of the Blues".

Samen met haar derde echtgenoot Jesse "Tiny" Crump toerde ze in 1929 door de Verenigde Staten met een eigen tentshow "Raisin' Cain", naar het Bijbelse verhaal van Caïn en Abel. De tentshow was ontzettend populair en werd de kers op de carrière van Ida Cox. De economische crisis van de jaren '30 zette een domper op hun succes, toch hield Ida Cox stand en in 1939 werd ze uitgenodigd om mee te spelen tijdens de "From Spirituals To Swing"-concerten in Carnegie Hall. Cox verdween een tijdje uit de muziekwereld tot John Hammond haar in 1959 opnieuw naar het podium leidde. Ze overleed aan kanker in 1967.

Ida Cox had sloot met haar minder krachtige stem en haar meer verfijnde présence eerder aan bij het vaudeville circuit dan haar tijdgenoten Bessie Smith en Ma Rainey. Toch maakte ze op het podium een diepe indruk, onder meer door haar stijlvolle kledij. Ze was een onafhankelijke vrouw die haar eigen nummers schreef en haar eigen zaken regelde, symbool voor de jaren '20. Haar nummer "Wild Woman Don't Have the Blues" staat in het geheugen gegrift als één van de eerste feministische songs.

've got a disposition and a way of my own,
When my man starts to kicking I let him find a new home,
I get full of good liquor, walk the street all night
Go home and put my man out if he don't act right
Wild women don't worry,
Wild women don't have the blues

Wild Woman Don't Have the Blues - Ida Cox


Bertha "Chippie" Hill (1905 - 1950)

Bertha Hill
Bertha Hill werd geboren in Charleston in een gezin met zestien kinderen. Ook Bertha Hill maakte deel uit van de Rabbit Foot Minstrells en werkte als danseres met Ethel Waters.  Haar bijnaam "Chippie" kreeg ze in één van de nachtclubs omdat ze zo jong was.

In november 1925 maakte ze voor Okeh Records haar eerste opnames waaronder "Trouble In Mind" met Louis Armstrong als backing muzikant op kornet.
In de jaren '30 trok ze zich weg uit de schijnwerpers om haar zeven kinderen op te voeden. Ze maakte een comeback in 1946 en in 1950.

Eva Taylor (1895 - 1977)

Eva Taylor

Eva Taylor, geboren in St. Louis, was een getalenteerde artieste en één van de eerste zwarte zangeressen die voor de radio zong. Ze stond al op driejarige leeftijd op de planken en toerde door Australië, Nieuw-Zeeland en Europa. In 1922 nam ze haar eerste plaat op voor Black Swan Records die haar labelde als ""The Dixie Nightingale". Tot in de jaren '30 nam ze samen met haar echtgenoot Clarence Williams platen op met de Blue Five waarin grootheden als Louis Armstrong, Bessie Smith en Sippie Wallace actief waren.




Louis Armstrong (1901 - 1971)

Louis Armstrong
Op 28 juni 1928 maakte Louis Armstrong samen met The Hot Five de opname "West End Blues", een landmerk in de muziekgeschiedenis waar Armstrong, geïnspireerd door het geluid van de klarinet, als trompettist de solo-improvisatie populair maakt.
Jazz had zich ontwikkeld uit het ritme van blues en ragtime en uit de harmonie van Europese muziek. In de havenstad New Orleans kon de nieuwe muziekstijl zich snel ontwikkelen, dankzij de smeltkroes van verschillende culturen. Sinds de jaren '20 werd jazz, naast blues, erkend als een belangrijke vorm van persoonlijke expressie.
"West end" refereert naar het westelijke punt van Lake Pontchartrain in Louisiana, een strandplaats die in de zomer tot leven kwam met bars, zeevruchten en vooral live muziek.

Bb Bm B

Wat volgt

Spotify afspeellijst



Reacties

Populaire posts van deze blog

Swing Low Sweet Chariot

Worksongs

De Blues doorheen de geschiedenis - The Golden Sixties