De Blues doorheen de geschiedenis - The Fifties - Rock 'n Roll


De jaren '50 brachten een periode van rijkdom, samen met de "babyboom" en de verstedelijking, de opkomst van de automobiel en de televisie. Rassensegregatie werd bij wet afgebouwd, maar in de praktijk bleef de ongelijkheid tussen zwarten en blanken echter nog een hele poos bestaan. Toch kwamen er, dankzij de economische heropleving, meer werkgelegenheid en meer burgerrechten voor de zwarten. Dankzij de aanleg van snelwegen konden muziekbands "toeren" in het hele land.


Al aan het eind van de jaren '40 besteedden meerdere radiostations aandacht aan de muziek van de zwarten, waarna ook de verkoopcijfers van zwarte muziekplaten de hoogte in gingen. In december 1948 nam bandleader en saxofonist Paul Williams het nummer “The Hucklebuck” op. De "Rock 'n Roll" loerde om het hoekje!

Verreikende radiostations speelden bluesmuziek voor een ruimer publiek en zorgden voor een toename in de populariteit. Radio was immers kleurenblind en werd in grotere mate beluisterd door een blank publiek. DJ´s speelden aldus een grote maatschappelijke rol bij het overbrengen van die zwarte muziek naar het grote publiek. Alan Freed uit New York is meest gekende onder hen: hij ambieerde enkel het spelen van originele versies van muzieknummers en noemde de rootsmuziek die hij draaide “Rock and Roll”.
The Blues had a baby... they named it Rock 'n Roll!

Het establishment keek echter neer op de nieuwe rage; Rock 'n Roll werd in de pers fors aangevallen omwille van de zogenaamde "immoraliteit". Later volgde evenwel commercialisatie en verzachting, met ook minder invloed van de zwarte R&B.

Big Joe Turner (1911 - 1985)

Big Joe Turner
Big Joe Turner boorde met zijn krachtige stem een nieuw subgenre in de blues aan: "Blues Shouter". Men vertelt dat Big Joe Turner tot tien woonblokken verder hoorbaar was zonder gebruik van een microfoon – wat zeer nuttig was, gezien microfoons niet wijd beschikbaar waren. Met Big Joe's nummer “Shake, Rattle and Roll” werd de overstap van blues naar Rock and Roll gezet.

Chuck Berry

Chuck Berry werd geboren in 1926. Halverwege de jaren '50 bracht hij bluesplaten uit die hij speelde aan een sneller tempo dan doorgaans. Hij speelde 12-matenblues, maar bleef in de tiende maat "hangen" op de vijfde trap in plaats van de vierde trap te spelen:

A A A A
D D A A
E E E E

Hierdoor verdwijnt de 'bluesy' (ietwat zeurderige) stemming en krijgt de muziek een opgewekter karakter: Rock 'n Roll. Een andere vondst is "zijn" gitaarintro. De karakteristieke intro van veel van zijn rockers is een typisch pianistisch opmaatje. Bekende nummers van Chuck Berry zijn "Maybelline", "Roll Over Beethoven" (gekend in de versie van The Beatles' en vooral het tijdloze "Johnny B. Goode".


Doorheen de jaren werd Chuck Berry beschuldigd van onder meer vrouwenmishandeling, seksueel contact met minderjarigen en uitbuiting van zijn muzikanten. Een aantal van die zaken gaf hij ook toe, voor andere trof hij minnelijke schikkingen en andere zaken ontkende hij.

Screamin' Jay Hawkins

De extravagante Screamin' Jay Hawkins was een shockrocker avant-la-lettre. "I Put A Spell On You" uit 1959 was zijn grootste hit.

Jalacy Hawkins werd geboren in 1929 in Ohio waar hij als wees opgroeide bij Blackfoot Indianen. Hij overwoog eerst om operazanger te worden, maar toen hij vaststelde dat die richting voor zwarten al gauw op een dood spoor liep, startte hij een loopbaan als blueszanger en pianist. Op dertienjarige leeftijd trok hij met het Amerikaanse leger naar de tweede wereldoorlog. Hij werkte in het leger als entertainer en maakte ook naam als bokser. Na de oorlog startte hij een carrière als solo-artiest.

Screamin' Jay Hawkins

Bij de eerste opname van de cultsong "I Put A Spell On You" in 1956 waren Hawkins en zijn band behoorlijk onder invloed. Ze hadden ook net een maaltijd van kip en ribbetjes achter de kiezen. Hawkins zong de ballad op zeer onconventionele wijze: gorgelend, grommend en schreeuwend doorheen het nummer. Ondanks een onmiddellijke boycot bij meerder radiostations omwille van de "kannibalistische stijl" en de "seksueel getinte teksten" werd de opname een immens succes. Helaas kon Hakins zich van de sessie niets meer herinneren waardoor hij het nummer aan de hand van de opname opnieuw moest instuderen.

Na een weddenschap met DJ Alan Freed stapte Screamin' Jay Hawkins aan het begin van zijn macabere optredens steevast uit een doodskist. Tijdens zijn performance maakte hij ook gebruik van levende slangen, van rook en dooshoofden, vuurwerk, bommetjes en voodoo-rituelen. Zijn metgezel "Henry" was een rokende schedel op een stokje. In 1976 liep één van zijn acts uit de hand en verbrandde Screamin' Jay Hawkins zich ernstig in het gelaat.
De controverse rond zijn optredens ging bovendien zo ver dat de organisatie van begrafenisondernemers verbood om hem nog doodskisten te lenen. Geen nood: Hawkins kocht gewoon zijn eigen versie samen met een volledige lijkwagen, en "I Put A Spell On You" groeide verder uit tot een cultsong en een bluesklassieker met talrijke covers.


Hawkins was zes keer getrouwd en verwekte maar liefst 57 kinderen - zelf schatte hij het aantal op meer dan 75. Toen hij in 2000 overleed, bleef er voor zijn nageslacht echter geen erfenis meer over...

Jerry Lee Lewis (°1935)

Jerry Lee Lewis
In de jaren '50 werd de boogie-woogie aan de kant gedrumd door de aanstormende Rock 'n Roll. Toch hield de boogie zich kranig: enkele artiesten wisten hun faam te bestendigen, terwijl ook de Rock 'n Roll het boogiepatroontje omarmde. Met name Jerry Lee Lewis "The Killer" hamerde het vuur uit zijn piano wanneer hij in zijn onnavolgbare stijl de bluesmuziek, country en Rock 'n Roll vermengde met een flinke portie boogiewoogie. Jerry Lee Lewis leefde een onstuimig en controversieel leven, maar achter het pianoklavier was hij onklopbaar.





Elvis Presley (1953 - 1977)

Elvis Presley
In 1953 besloot Elvis voor vier dollar een plaatje op te nemen in de intussen legendarische Sun Studio – waarschijnlijk voor de verjaardag van zijn mama. Hij charmeerde er de secretaresse met de ballad “My Happiness”, waarop ze prompt de baas Sam Phillips uitnodigde. Over de eigenlijke opname was Sam Phillips maar matig enthousiast. Tijdens de pauze improviseerde Elvis een up-tempo versie van het bluesnummer “All Right Mama” van Arthur Crudup. Sam Phillips, die al lang op zoek was naar een blanke met een zwarte soulstem, had zijn goudhaantje gevonden.

De eerste radio-uitzending van het nummer was onmiddellijk een groot succes; de "Elvisgekte" was begonnen. Elvis had vanuit zijn streng katholieke opvoeding ook een grote gospel achtergrond, onder meer beïnvloed door Sister Rosetta Tharpe. Zijn muziek was evenwel heel controversieel omdat hij, naast het beruchte heupwiegen, als blanke de "muziek van de zwarten" bracht.

Bb Bm B

Wat volgt


Reacties

Populaire posts van deze blog

Swing Low Sweet Chariot

Worksongs

De Blues doorheen de geschiedenis - The Golden Sixties