De Blues doorheen de geschiedenis: The Thirsty Thirties - The Great Depression

Na de eerste wereldoorlog ging het economisch wat beter in de Verenigde Staten: de Roaring Twenties brachten weelde en vertier. Maar je zal begrijpen dat aan de extravagantie een prijskaartje hing, en in de jaren dertig zou alles veranderen: de maatschappij werd door de Wall Street Crash weer met beide voeten op de grond gezet. En er volgde een crisis die een decennium lang zou duren. Muziek in het algemeen en de Blues in het bijzonder had er sterk onder te lijden, en toch ontbrak het niet aan artiesten, noch aan steengoeie muziek. En bovendien zal aan het eind van de jaren dertig een nieuwe muziekrage opstaan die het begin van de Rock ‘n Roll zal aankondigen.



Wat vooraf ging

    De Blues… de muziekstijl ontstond op de plantages in het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Het was een vorm van expressie voor de Afro-Amerikanen die leefden onder het juk van de slavernij en een uitlaatklep voor de zwarte boeren die tot in het extreme werden onderdrukt in het systeem van sharecropping.

    Maar na de eerste wereldoorlog leek er wat meer optimisme te zijn - en ik wik mijn woorden, want je zal als Afro-Amerikaan maar leven onder de racistische wetten van de segregatie. Maar economisch ging het wat beter in het land, er was werk voorhanden in de industrie en heel wat mensen trokken met hun gezin, met have en goed naar het noorden om er een nieuw leven te beginnen. En al waren de levensomstandigheden in de zwarte wijken van de steden nog steeds erbarmelijk, toch was er ook ruimte voor ontspanning en vertier. En dat toonde zich op de podia van de grote danszalen: bigbands, grote orkesten met veel bombarie, schelle blazers en luid kelende zangers die zetten het publiek aan tot dansen. In de grote danszalen zoals de Savoy werden zelfs wedstrijden georganiseerd: op het ogenblik dat de ene band het laatste akkoord had gespeeld, viel aan de overkant van de zaal een andere band in om de gunst van het publiek te winnen. Aan het eind van de avond zou dan beslist worden welke bigband het meest succes oogstte. Er bestonden nog geen applausmeters, maar de reactie van het publiek, de mate waarop de dansers wild uit de bol gingen, die sfeer vertelde alles.

    Het waren trouwens niet alleen mannen, maar zelfs in hoofdzaak vrouwen die de blues op topsnelheid brachten. De vrouwen braken uit hun schelp, de haren werden geknipt en de rokjes werden korter. De flapper girls werden ze genoemd, en ze klakten hun schoentjes op het ritme van de muziek terwijl ze nipten aan hun verboden cocktail. En van op de podia werden ze uitgedaagd in hun seksualiteit door vrouwen als Ma Rainey en Bessie Smith. De Roaring Twenties… Het waren zwoele jaren en ik hou er een heel romantisch beeld aan over.

    Maar je zal begrijpen dat aan die weelde en aan die extravagantie een prijskaartje hing. En in de jaren dertig zou alles veranderen. Maar niet getreurd, want hoewel de maatschappij weer met beide voeten op de grond werd gezet, ontbrak het niet aan artiesten, noch aan steengoeie muziek. En bovendien zal aan het eind van de jaren dertig een nieuwe muziekrage opstaan die het begin van de Rock ‘n Roll zal aankondigen.
    We duiken een nieuw decennium in: dat van de jaren dertig, de periode van de economische depressie.


    Nobody Knows You When You're Down And Out

    Laten we even terugkeren naar het jaar 1929, het jaar waarin Bessie Smith, de "Keizerin van de Blues", onder impuls van W.C. Handy een filmopname maakte van de “Saint Louis Blues”. De setting: een speakeasy, een taverne waar de illegale alcohol rijkelijk vloeit. En Bessie Smith die schitterde, niet alleen door haar bontmantel en haar talrijke juwelen, maar vooral door haar zang en haar acteertalent, en door de emotie die ze bij haar achterban losweekt.



    En in mei van datzelfde jaar 1929 brengt Bessie Smith één van haar meest gekende nummers uit: “Nobody Knows You When You’re Down And Out”.

    Once I lived the life of a millionaire
    Spending my money, I didn't care
    I carried my friends out for a good time
    Buying bootleg liquor, champagne, and wine

    Then I began to fall so low
    I didn't have a friend and no place to go
    So if I ever get my hand on a dollar again
    I'm gonna hold on to it 'til them eagles grin

    Nobody knows you
    When you're down and out
    In my pocket, not one penny
    And my friends, I haven't any

    But if I ever get on my feet again
    Then I'll meet my long lost friend
    It's mighty strange without a doubt
    Nobody knows you when you're down and out
    I mean, when you're down and out

    Nobody Knows You When You're Down And Out - Bessie Smith

    En ik heb het al eerder vertteld: Bessie Smith had het ongeluk dat veel van haar teksten uiteindelijk ook werkelijkheid werden. Het leek wel alsof Bessie Smith over een profetische gave beschikte. En deze keer was dat niet anders… Want enerzijds kondigde het nummer “Nobody Knows You When You’re Down And Out” een beetje het einde aan van haar eigen zangcarriere, anderzijds stond ook de samenleving in Amerika en zelfs wereldwijd aan de grens van een grote ommekeer. In september 1929, twee weken voordat Bessie Smith dit nummer uitbracht, bereikte de beurs een ongekend hoogtepunt. En twee weken nà het uitbrengen van “Nobody Knows You When You're Down And Out” stortte de hele financiële markt helemaal in elkaar. De Wall Street Crash, de beurscrash van 1929, het was het begin van een economische recessie die heel veel mensen voor een lange periode in armoede zou duwen. En Bessie Smith zou het aan den lijve ondervinden: “Nobody Knows You When You’re Down And Out”!

    Bessie Smith
    Bessie Smith was nochtans niet de eerste die het nummer vertolkte. “Nobody Knows You When You're Down And Out” werd al in 1923 geschreven door Jimmie Cox, een acteur uit het vaudeville circuit. En Bessie Smith was ook niet de eerste artieste die de beroemde song op plaat zette, want die eer viel in 1927 te beurt aan Blind Bobby Baker and his GuitarMaar Blind Bobby Baker die legde een heel ander accent in het nummer. hij zong vooral over zijn armoede, en over het feit dat hij bij een kaartspel bedrogen was, waardoor hij nog dieper in de put zakte.

    En Bobby Baker werd wel degelijk bedrogen, want nog geen vier dagen nadat hij zijn nummer had uitgebracht, ging de boogie-woogiepianist Pinetop Smith er mee aan de haal: hij vormde “Nobody Knows You When You’re Down And Out” om tot een "talkin’ blues" en hij had daarbij nog het lef om zichzelf als auteur te claimen.

    En pas daarna kwam Bessie Smith, zij zette op 15 mei 1929 het verhaal naar haar eigen hand. Ze zong het nummer vanuit het standpunt van de rijke vrouw die echt wel beseft dat ze de mensen in haar omgeving te danken heeft aan het geld dat ze bezit. De rijke blazerssectie laat de luisteraar ook auditief proeven van de weelde van de jaren twintig.

    Overlijden Bessie Smith

    Op 26 september 1937 raakte Bessie Smith betrokken bij een auto-ongeval. Ze werd nog overgebracht naar een ziekenhuis maar overleed kort nadien in het operatiekwartier. “Nobody Knows You When You're Down And Out” bleef hangen in de blueswereld, het nummer werd een standard.

    Eric Clapton

    Toen Eric Clapton in de jaren zestig zich aangetrokken voelde tot de folkmuziek, leerde hij "Nobody Knows You When You're Down And Out" op gitaar spelen. Akoestisch en fingerpicking, want in de folkscene hoorde je onbezoedelde folkmuziek te spelen. Maar in 1970 ging hij voor een elektrische versie, live opgenomen samen met zijn band, Derek & the Dominos. En dat nummer verscheen op hun debuutalbum “Layla And Other Assorted Love Songs”. Op slide gitaar hoor je Duane Allman.

    “Nobody Knows You” bleef deel uitmaken van de live-set van Clapton & the Dominos en in 1992 speelde hij het nummer voor MTV unplugged, akoestisch deze keer, zoals hij dat deed in de beginjaren.

    Wall Street Crash

    Aan de weelde van de jaren twintig kwam abrupt een einde met de dramatische beurscrash van 1929: Bessie Smith's profetische woorden "Nobody Knows You When You're Down And Out" waren nog niet koud of Amerika belandde in een diepe economische recessie: de "Wall Street Crash".


    Tijdens en kort na de eerste Wereldoorlog hadden de Verenigde Staten heel wat voedselhulp verleend aan het noodlijdende Europa. Maar toen wij, Europeanen opnieuw ons eigen voedsel gingen verbouwen, toen ontstond in Amerika een belangrijk voedseloverschot. En daardoor daalden de voedselprijzen. De Amerikaanse boeren zagen dus hun inkomen dalen en tegelijk stegen de kosten van de landbouw door de machinisatie. En in de euforie van de rijke Roaring Twenties werden die machines vaak op krediet gekocht. De boeren hadden dus schulden én hun loon daalde. Dus gingen ze meer voedsel produceren om genoeg inkomen te hebben. Maar daardoor werd het voedseloverschot nog groter en daardoor daalden de prijzen nog meer. De schuldenberg was dan weer nefast voor de banken op het platteland, en die banken hadden op hun beurt nauwe banden met de grotere, nationale banken.

    De boeren maakten dus grote verliezen en hun schulden stapelden op. En heel ironisch ging het zo ver dat mensen honger leden, terwijl er een groot overschot was aan voedsel. En de jaren twintig waren zo weelderig geweest, dat de mensen veronderstelden dat er nooit een einde zou komen aan de rijkdom. Men dacht dat de aandelenmarkt altijd wel zou blijven stijgen, en dus begonnen heel wat mensen te speculeren met geleend geld. Maar dat geld kwam uit banken die in crisis verkeerden. 24 oktober 1929 werd de beruchte "Zwarte Donderdag", de zeepbel barstte uit elkaar en de aandelenkoersen doken de dieperik in.

    De Wall Street Crash was de meest verwoestende beurscrash in de geschiedenis van de VS. Het was gedaan met de “Roaring Twenties”: de crash van de beurzen kondigde de start aan van een Grote economische Depressie, een diepe financiële crisis die het hele decennium van de jaren '30 in haar greep zou houden. Miljoenen mensen verloren hun baan, de middenklassers werden arm, en de lagere sociale klasse, waaronder heel veel Afro-Amerikanen, die kwam terecht in een levensstandaard die kon tippen aan de periode van de slavernij. En de ellende zal blijven duren tot in de jaren veertig, pas dan zal het land door de oorlogseconomie weer uit de economische ellende worden getrokken.

    De economische depressie duwde 12 miljoen Amerikanen in de armoede, terwijl de 36.000 rijkste mensen samen evenveel bezit hadden als die 12 miljoen armste. En de overheid onder leiding van President Hoover wou niet ingrijpen: naar liberale Amerikaanse normen moest het systeem maar zelf voor een oplossing zorgen. Maar het systeem kòn zichzelf niet in evenwicht brengen: slechts een klein aantal rijken werd nog rijker terwijl een gigantisch groot aantal mensen dieper in de armoede belandde. Overal kwamen er faiilissementen, de landbouw werd het grootste slachtoffer, samen met de Afro-Amerikaanse gemeenschap. Tegen de herfst van het jaar 1930 waren er in Amerika vier miljoen werklozen. En de naam van president Hoover bleef aan de groeiende armoede kleven: dekentjes om de armen toe te dekken werden “hoover blankets” genoemd, en sloppenwijk werden bestempeld als “Hooverville”.

    White House Blues

    John Cohen, Tom Paley en Mike Seeger, de halfbroer van protestzanger Pete Seeger, vormden de New Lost City Ramblers. Zij veroordeelden in 1959 in de “White House Blues” de lakse houding van President Hoover:

    Look here, Mr. Hoover it's see what you done
    You went off a-fishin', let the country go to ruin.
    Now he's gone, I'm glad he's gone

    Roosevelt's(4) in the White House, doin' his best
    While old Hoover is layin' 'round and takin' his rest.
    Now he's gone, I'm glad he's gone.

    White House Blues - The New Lost City Ramblers

    De White House Blues werd al gezongen aan het eind van de jaren twintig, maar dan met een andere tekst. De eerste opname van het nummer werd gemaakt door Charlie Poole and his Noth Carolina Ramblers.

    Dust Bowl

    En alsof de mensen nog niet genoeg te lijden hadden… naast de economische crisis werd Amerika aan het begin van de jaren dertig ook nog eens geteisterd door een extreme droogte. Meer nog: eigenlijk ging het om opeenvolgende periodes van droogte waarbij de getroffen staten gewoonweg niet de kans kregen om van de vorige periode te herstellen.

    De lage voedselprijzen en de overproductie lagen aan de basis van de economische crisis. Om de productie te verhogen, ging men ook land bewerken dat eigenlijk niet geschikt was voor de landbouw. Bovendien gunde men de grond niet meer de tijd om te herstellen van een gewas, het land werd heel slecht onderhouden. Het gevolg was dat de grond erodeerde, uitdroogde en heel stoffig werd.
    Deze indrukwekkende foto waarbij je een gigantische stofwolk aan de horizon ziet opdoemen, komt uit de Franklin D roosevelt Library.



    Toen in 1935 ook nog een storm opstak, beschreef een reporter het fenomeen als de “Dust Bowl”, een “stofkom”. Het zal je dan ook niet verbazen, de jaren dertig kregen de bijnaam “Thirsty Thirties”, de dorstige jaren dertig.

    Impact van de economische depressie op de Blues

    De crash van de beurzen in 1929 kondigde de start aan van de Grote Depressie die het hele decennium van de jaren '30 in haar greep zou houden. Middenklassers werden arm, de lagere sociale klasse van zwarte arbeiders bereikte opnieuw een levensstandaard die veel gelijkenissen vertoonde met de periode van de slavernij. Pas door toedoen van de oorlogseconomie in de jaren '40 zou het land uit de economische ellende getrokken worden. 

    Bij het grote publiek verdween meteen ook de interesse voor bluesmuziek. Artiesten als Bessie Smith verdwenen van de grote theaterpodia en keerden terug naar de kroegen. Jazz kreeg nu de bovenhand, zij het met een belangrijke inslag van de voorafgaande bluesrage.

    In 1933 werd de "Volstead act" die de consumptie van alcohol verbood, ingetrokken. Na 1933 kwam er ook een lichtpunt met de bloeiende markt van de jukebox. Nieuwe platenfirma´s - Bluebird, American Record Company (ARC) en Decca - werden boven de doopvont gehouden. Bluesmuziek verhuisde van de straathoek - waar country blues gespeeld werd - naar tavernes en clubs waar de piano aanleiding gaf tot swingende boogiewoogie ritmes. De stedelijke invloed voegde percussie en ensembles toe aan de muziek en aan het eind van de jaren '30 waren bigbands het van het. Blues was opnieuw bereikbaar voor een groter publiek.

    Boogie Woogie

    Aan het eind van de jaren '30 werd het dansen van de boogie-woogie een nationale rage. Bij de boogie-woogie speelt de linkerhand op de piano een strak begeleidingsritme, terwijl de rechterhand allerlei bluesloopjes uitvoert. Boogie werd oorspronkelijk gespeeld in juke joints of tijdens zogenaamde "rent parties", feestjes waarbij door de zwarte huurders een muzikant werd ingehuurd, de opbrengst van het het vertier werd gebruikt om de huishuur te betalen. En omdat er op die feestjes heel wat rumoer was, kreeg de luidere piano de voorkeur om de dans te begeleiden.
    Boogie-woogiepianisten waren dus zeer geliefd. Ze trokken niet alleen de dans op gang, ze zongen ook populaire volksliedjes, vertelden verhalen en gaven de laatste nieuwtjes door.

    Maar er zat al een tijdje beweging in de boogie, lang voor de piano-virtuozen in 1938 het publiek opzweepten in de Carnegie Hall. Blind Lemon Jefferson bracht in 1926 de "Booger Rooger Blues" en in "Hot Dogs" vertelt hij over een dansfeestje waar hij niet op tijd kon ontsnappen aan een inval van de politie:

    Now listen to me. My feet never failed on me but once
    That was last Saturday night, down at that booger rooger
    On June the Fourth
    That law come in
    I was... I was fairly choked
    He broke up that party
    Everybody got away but me
    My old feets failed on me then
    But you oughta see 'em now

    Hot Dogs - Blind Lemon Jefferson

    Ook Ed Bell vernoemde in "She's Got A Nice Line" al de "Booger Rooger":

    Now, do it. Last time, boy
    I want you to do it good this time.
    You know how you were doin’ it last Saturday night down at that booger rooger?

    She's Got A Nice Line - Ed Bell

    De "Booger Rooger" refereert hier duidelijk naar de juke joints waar stevig gedanst werd, en vermoedelijk is er ook een link met het woord "boogie", een "slang" woord waarmee aan het begin van de jaren 1900 de seksueel overdraagbare ziekten bedoeld werden. "Boogie" verwijst dus zowel naar dansen als naar seks. In de "Booger Rooger Blues" pocht Lemon Jefferson dan ook flink met zijn aantrekkingskracht bij de dames.
    Nog een stap dichter bij de roots komen we terecht bij de Cherokee indianen. De Cherokees waren doorgaans zeer gematigd en hadden heel wat zedelijke regeltjes in hun cultuur. Maar de nogal bizarre "Cherokee Dance" werd prompt doorbroken door een groep gemaskerde mannen - de "boogers" - die, getooid met phallus-symbolen, heel uitdagend dansten terwijl ze de jonge meisjes en de vrouwen op het feest viseerden. In hun obscene verkleedpartij deden ze zich voor als mannen uit een andere cultuur of een ander ras, vaak als blanken, hen uitbeeldend als seksverslaafde karikaturen. Aangezien Blind Lemon Jefferson veel reisde, is de kans groot dat hij met deze Cherokee-gewoontes in contact is gekomen.

      Clarence "Pintetop" Smith (1904 - 1929)

      Clarence "Pinetop" Smith

      Clarence "Pinetop" Smith
       verwierf zijn bijnaam omdat hij als jongen graag in de bomen klom. Hij werkte in de jaren '20 als zanger en pianist in het Vaudeville circuit en begeleidde onder meer Ma Rainey. Pinetop Smith maakte in zijn bluesritme gebruik van korte stops, een techniek die hij had ontleend aan de ragtime.
      Net voor de jaarwisseling 1928 - 1929 maakte hij een opname van de "Pinetop Boogie Woogie": het nummer werd dé referentie voor de boogie-woogie en concurreert mee naar de titel van één van de eerste rock 'n roll-songs aller tijden. De "Pintetop Boogie Woogie" groeide uit tot een blues-standard.

      Toch was het niet Pinetop Smith die als eerste olie op het vuur van de boogie-machine had gegoten. Smith had zich voor zijn hit gebaseerd op de "Honky Tonk Train Blues" van Meade "Lux" Lewis,  een piano-boogie die een jaar eerder was uitgebracht. De gelijkenis tussen beide nummers is ook geheel niet toevallig: Lewis en Perkins verbleven rond die periode in hetzelfde pension.

      The Mississippi Sheiks (1928 - 1935)

      The Mississippi Sheiks
      De stamvader van de Chatmon-clan, Henderson Chatmon, was een voormalige slaaf uit de Mississippi Delta. Papa Chatmon leerde zijn kinderen Lonnie, Sam en Bo viool spelen, zoon Harry was een pianist en de echtgenote van Henderson was een prima zangeres en gitariste. Samen trad de familie op als The Chatmon Brothers String Band. Ook Charley Patton speelde vaak ten huize van de Chatmon-familie.
      In een variërende bezetting en onder verschillende namen trokken de Chatmon's op toer vanuit de Mississippi Delta tot in Chicago met populaire dansmuziek, square-dance, wals, folk en de opkomende bluesmuziek. 

      Armenter Chatmon ging ook op stap als solo-artiest, onder de naam Bo Carter. Zijn repertoire bevatte heel wat nummers met een onderliggende seksuele boodschap, maar ook "Corinne Corina" is van zijn hand, een nummer uit 1928 dat intussen gewaardeerd wordt als standard in verschillende muziekstijlen.

      In 1928 maakten Walter Vinson en Lonnie Chatmon hun eerste opnames als The Mississipppi Sheiks, hun naam ontleend aan "The Sheik", een film uit 1921 waarin een Engelse vrouw verliefd wordt op de oliesjeik die haar heeft ontvoerd. De Mississippi Sheiks maakten furore van Mississippi tot Texas, later maakten ook de andere kinderen gebruik van de naam. Hun grootste hit "Sitting On Top Of The World" groeide uit tot een bluesstandard en werd eindeloos gecoverd. Onder meer de Chicago blueshelden Howlin' Wolf en Muddy Waters waren grote fans.

      In 1935 gingen de oprichters Vinson en Chatmon elk hun eigen weg op. Walter Vinson probeerde in de jaren '60 The Mississippi Sheiks te reanimeren, maar zonder succes.

      De Chatmon-clan zou trouwens nog meer beroemdheden op de wereld zetten: in 1915 werd Pete Chatmon geboren - hij zou later faam maken onder de artiestennaam Memphis Slim.

      Big Bill Broonzy (1893 - 1958)

      Big Bill Broonzy
      Ook de ouders van Big Bill Broonzy werden als slaaf geboren. Als tienjarige knaap maakte hij voor zichzelf een viool uit een sigarenbox. Hij trouwde toen hij zeventien was, werkte als sharecropper en werd priester. Het verhaal doet de ronde dat hij het aanbod kreeg om vier dagen lang muziek te spelen op een plaatselijke bijeenkomst tegen een vergoeding van 50 dollar en een nieuwe viool. Nog voor hij kon antwoorden, had zijn vrouw echter het geld al aangenomen èn uitgegeven.

      In 1917 werd Broonzy opgeroepen voor de oorlog in Europa. Bij zijn terugkeer verliet hij zijn geboortestreek om uiteindelijk naar Chicago te migreren waar hij in de kijker liep als sessiemuzikant van Papa Charlie Jackson. In 1927 werd "Big Bill Blues" zijn eerste opname voor Paramount Records, onder de naam van Big Bill Broomsley.

      In de jaren '20 speelde Big Bill Broonzy voornamelijk country blues voor een zwart publiek. In de jaren '30 creëerde hij met succes een stedelijke sound die ook bij het blanke publiek aansloeg. Hij vormde een muzikaal team met wasbord-percussionist Washboard Sam. In 1938 was hij één van de succesartiesten op het "From Spirituals to Swing"-concert.
      In de jaren '50 keerde Big Bill Broonzy terug naar de country blues. Hij was een leidende figuur tijdens de folkrevival van de jaren '60.

      Sonny Boy Williamson I (1914 - 1948)

      Sonny Boy Williamson I
      John Lee Curtis
      alias Sonny Boy Williamson I (niet te verwarren met Aleck Rice Milller of Sonny Boy Williamson II) maakte furore toen hij als mondharmonicaspeler in de jaren '30 een meer stedelijke, ritmische sound aannam. Waar voorheen het geluid van de mondharmonica verdween in de klank van de ensembles, was Sonny Boy als "vader van de moderne bluesharp" de eerste die de mondharmonica gebruikte als solo-instrument door recht in de micro te blazen, levendige akkoorden te spelen en zijn lichte zang snel te laten volgen op de toon van het instrument.

      Sonny Boy Williamson liet een diepe indruk na op de volgende generaties mondharmonica-spelers.

      Het blijft een bizar verhaal, maar rond 1941 werd de naam van de goedhartige en rustige Sonny Boy Williamson gestolen door zijn eerder felle tot kwaadaardige tijdgenoot Aleck Rice Miller. Rice Miller, nochtans een virtuoos op zich, misbruikte de naam om het publiek te misleiden en aldus zijn carrière als muzikant een boost te geven.

      In 1948 werd Sonny Boy, op weg naar huis van een goktent, slachtoffer van een roofoverval waarbij hij het leven liet. Hij sprak als laatste woorden "Lord have mercy".

      De uptempo-blues "Good Morning Little School Girl" werd opgenomen in 1937. De melodie is herkenbaar uit "Back and Side Blues" van Son Bonds en groeide uit tot een bluesklassieker. In de jaren '60 werd de song uitgebreid gecoverd door grote namen waaronder John Lee Hooker, Lightnin' Hopkins, Mississippi Fred McDowell, Muddy Waters, Buddy Guy & Junior Wells, Johnny Winter en The Gratful Dead. De rockversie van Don & Bob inspireerde Eric Clapton & The Yardbirds tot hun hit uit 1964.

      Pete Johnson (1904 - 1967)

      Pete Johnson
      Pete Johnson
       begon zijn muzikale loopbaan als drummer, maar vanaf 1926 tot 1938 trad hij op als boogiewoogie-pianist, vaak als begeleider van blues shouter Big Joe Turner

      In 1952 verloor Pete Johnson een vinger bij het wisselen van een autoband, maar toch bleef hij optreden. Johnson overleed in 1958 aan een hersenbloeding. "Oh, Lady Be Good!" is een compositie uit 1924 van George Gershwin en werd in 1947 een hit voor Ella Fitzgerald.   
      Ook de song "Roll 'Em Pete" met Johnson op piano en Joe Turner krijgt een ereplaats in de wedstrijd "eerste rock 'n roll-opname", al beweren sommigen dat het nummer werd gestolen van pianovirtuoos en jazzcomponist Jelly Roll Morton.







      Albert Ammons (1907 - 1949)

      Albert Ammons
      De energieke pianist Albert Ammons werd geboren in Chicago in 1907. Hij leerde piano spelen op twaalfjarige leeftijd.
       
      Op 17-jarige leeftijd ontmoette hij zijn compagnon Meade "Lux"Lewis met wie hij tot in de late uurtjes samen speelde, vaak met vier handen op één piano. In 1936 maakte hij samen met zijn The Rythm Kings voor Decca een opname van "Boogie Woogie Stomp" en "Swanee River Boogie", de succesvolle boogie-woogie signatuur. Ammons groeide uit tot ster van de boogie-woogie waarbij hij het ritmische thema met zijn hamerende linker hand niet enkel op blues maar ook op popsongs toepaste. Ammons maakte aldus duidelijk dat de boogie-woogie kon gebruikt worden voor elke muziekstijl.

      Als duo entertainden Ammons en Lewis heel wat clubfeestjes, tot de heren samen met Pete Johnson in 1938 op uitnodiging van John Hammond schitterden tijdens het concert "From Spirituals to Swing" in de Carnegie Hall in New York. Die dag in 1938 veranderde de boogie-woogie-passie nationaal in een knotsgekke boogie-woogie-rage die meer dan een decade zou duren, tot de Rock 'n Roll de hype overnam.

      Ammons was de vader van tenor-saxofonist Gene Ammons. Hij overleed op 42-jarige leeftijd.


      In 1944 schitteren Pete Johnson en Albert Ammons samen met zangeres Lena Home in de kortfilm "Boogie-Woogie Sweat Dream", een film over een bluesjam in de after-hours van een nachtclub.

      Sister Rosetta Tharpe (1915 - 1973)

      De blues is des duivels. Toch waagde Sister Rosetta Tharpe het reeds in de jaren '30 en '40 om gospelmuziek te dopen in een bad van premature Rock 'n Roll, gebruik makend van venijnig wat oversturing op haar gitaar. Sister Rosetta Tharpe is een ondergewaardeerde legende!

      Onder impuls van haar mama leerde ze op vierjarige leeftijd zingen en gitaar spelen. Als dochter van een zingende evangelist ging ze mee op pad door het zuiden van de Verenigde Staten om het woord van God te verspreiden. Ze was lid van de Church of God in Christ, een kerkgemeenschap die vrouwen aanmoedigde om het geloof zingend en te dansend te vieren. Rosetta Tharpe was een ster en werd als jong meisje bovenop de piano geplaatst om haar ding te doen. Zo verwierf ze al gauw de bijnaam "Little Rosetta Nubin, the singing and guitar playing miracle".

      Sister Rosetta Tharpe
      Rosetta Tharpe werd door haar mama uitgehuwelijkt aan priester Thomas Thorpe, de man die tevens haar manager werd. Tijdens het toeren ontdekte Rosetta echter ook de nachtclubs achter de kerk, tot grote schrik van de kerkgangers onder haar fans, want de Blues en jazz die daar gespeeld werden behoorden tot de muziek van de duivel. Sister Rosetta Tharpe was echter niet te houden en al gauw vloekte ze in de kerk met nummers als het onbeschaamd uitnodigende "Rock Me" (1938) en het expliciete "I Want A Tall Skinny Papa". Aanvankelijk waren de leden van de kerkgemeenschap heel erg geschokt, de charismatische en populaire zuster wist echter snel haar band met de geloofsgemeenschap te herstellen. Later verklaarde ze dat ze contractueel verplicht was om alle nummers die men haar aanbood zonder meer uit te voeren.
      Wat er ook van zij, de controversiële Rosetta Tharpe wist heel wat fans te bekoren. Ze had een eigen toerbus en trok rond met de blanke band The Dixie Hummingbirds, een zeer vreemde combinatie in het gesegregeerde Amerika. Ondanks haar sterrenstatus bleef haar huidskleur parten spelen. Wanneer de leden van The Dixie Hummingbirds bediend werden in een restaurant, werd het Rosetta Tharpe enkel bij uitzondering eens toegestaan om stiekem aan de achterdeur een maaltijd op te pikken.

      Nadat 'The Godmother of Rock 'n Roll" over heel de Verenigde Staten faam had verworven, toerde ze in 1964 door Manchester met de "Blues and Gospel Train". Plots werd de Engelse jeugd geconfronteerd met de verschijning van de swingende non op een perron in Noord Engeland. Ze overdonderde haar publiek met een rauwe, krachtige stem en een ronkende Gibson-gitaar die ze "als een man" bespeelde. Sister Rosetta Tharpe werd aanbeden door latere bluesmuzikanten Chuck BerryElvis PresleyBob Dylan en Johnny Cash.

      In de liefde had Sister Rosetta Tharpe minder succes. Ze had relaties met zowel mannelijke als vrouwelijke partners, maar weinig hield stand. In 1951 werd munt geslagen uit haar turbulente relationele leven: ze huwde voor de camera's in het honkbalstadium van Washington en gaf haar ja-woord voor het oog van maar liefst 25.000 betalende bezoekers, een initiatief van haar platenlabel waar ze mee had ingestemd. De hele ceremonie werd opgenomen op een langspeelplaat. De man die voor die gelegenheid enkele weken voordien werd uitgekozen, benoemde zich meteen ook tot haar manager. Tot overmaat van ramp, want hij liet haar carrière doodlopen. Rosetta Tharpe overleed in 1973 aan een beroerte.

      Ethel Waters (1896 - 1977)

      Ethel Waters werd vermoedelijk geboren in 1986, nadat haar Afro-Amerikaanse mama als tiener verkracht werd. Ethel groeide op in diepe armoede en zonder familiale affectie. Ze trouwde op haar dertiende, maar stapte al gauw uit het huwelijk omdat ze mishandeld werd. Toen ze zeventien was liet ze zich overhalen om twee liedjes te zingen op een verkleed bal. Haar publiek was dermate onder de indruk dat ze een contract kreeg om te werken in het Lincoln Theatre in Baltimore waar ze als eerste de "St. Louis Blues" van W.C. Handy op het podium vertolkte. 
      Ethel Waters

      Ethel Waters toerde onder de naam "Sweet Mama Stringbean" in het vaudeville-circuit en werkte naar eigen zeggen "from nine until unconscious". Ze verwierf al gauw veel faam en aanzien en werkte ook in dezelfde club als Bessie Smith. Bessie eiste echter dat Ethel Waters geen blues zou zingen om competitie te vermijden. Waters was flexibel en bracht zonder enige moeite ballads en pop-songs. Ethel Waters maakte in die periode ook deel uit van de "Harlem Renaissance".

      In de jaren '20 was Ethel Waters beroemd omwille van haar groot stembereik en de trage vibrato in haar zang. Haar stijl was ook zachter en subtieler dan die van haar tijdgenoten Bessie Smith en Ma Rainey. Ze werkte ook samen met enkel grote namen uit de jazz-wereld, zoals Duke Ellington en Benny Goodman. Ethel Waters maakte opnames voor het "Black Swan"-label en wist met haar nummer "Down Home Blues" de platenfirma tijdelijk van het faillissement te redden: de song verkocht in 100.000 exemplaren en bekroonde Ethel Waters met de titel van best betaalde zwarte artieste. Black Swan werd later overgenomen door Paramount. In 1933 zong Ethel Waters het nummer "Stormy Weather", naar eigen zeggen "from the depths of the private hell in which I was being crushed and suffocated". Ethel Waters speelde ook een rol in verschillende films en was in 1939 de eerste zwarte artieste met een eigen televisie-show, "The Ethel Waters Show".

      In tegenstelling tot haar tijdgenoten uit de "Roaring Twenties", wist Ethel Waters zich ook te handhaven tijdens de economische depressie van de jaren '30. In 1955 zat Ethel Waters echter diep in de rats. Ze werd opgejaagd door de IRS ("Internal Revenue Service") omwille van auteursrechten, ze verloor een gigantische som bij een roofoverval en ze ondervond problemen met haar gezondheid. Ze wist zich rechtop te houden dankzij haar geloof. Ethel Waters overleed in 1977 aan de gevolgen van baarmoederkanker.

      In 1933 bracht "Ethel Waters" ook het aangrijpende nummer "Suppertime" waarin ze haar kinderen moet vertellen dat hun papa nooit meer naar huis zal komen... vermoedelijk omdat hij gelyncht is.


      Memphis Minnie (1897 - 1973)

      Lizzie Douglas werd geboren in Louisiana in 1897 en groeide op in Mississippi waar ze door haar ouders met de bijnaam "Kid" werd aangesproken. Toen ze acht jaar was kreeg ze een gitaar als kerstcadeau. Ze leerde banjo en gitaar spelen, toen ze dertien was liep ze weg van huis naar Memphis waar ze op Beale Street ging optreden onder de naam Kid Douglas - haar schamele inkomen vulde ze aan als prostitué.

      Memphis Minnie
      In 1929 huwde ze haar tweede echtgenoot "Kansas" Joe McCoy, beide artiesten trokken door de straten waar ze ontdekt werden door een talentscout van Columbia Records die hen uitnodigde naar New York. Voor Columbia brachten ze platen uit onder de naam Kansas Joe and Memphis Minnie. "Bumble Bee" werd eerst opgenomen bij Columbia, maar niet op de markt gebracht. In 1930 zong Memphis Minnie het nummer opnieuw voor Vocalion, "Bumble Bee" werd één van haar grootste hits.
      In 1935 verbrak Memphis Minnie haar relatie met Kansas Joe. Na haar echtscheiding experimenteerde Memphis Minnie met bredere muziekstijlen, onder meer bijgestaan door haar derde echtgenoot Casey Bill Weldon. In 1939 huwde ze Little Son Joe aka Ernest Lawlars, een gitarist die Minnie's gitaar meer ritmische ondersteunde. Memphis Minnie had een krachtige stem, een breed en verhalend repertoire en bezat voldoende gitaarskills om als vrouw te handhaven in een mannenwereld en in een periode van economische depressie. Toen Memphis Minnie in 1941 "Me and my chauffeur blues" uitbracht, speelde ze op een elektrische gitaar.

      Toen de jaren '50 aanbraken, sukkelde Memphis Minnie met gezondheidsproblemen en trok ze zich terug uit de muziekbusiness. In 1960 belandde Memphis Minnie in een rolstoel na een herseninfarct. Toen haar echtgenoot een jaar later overleed, had ze niet voldoende middelen om te overleven. Dankzij een oproep in een muziektijdschrift kreeg ze geld toegestuurd van haar fans. Ze overleed in 1973.

      Sonny Terry & Brownie McGhee

      Met de verstedelijking en de industriele revolutie werd ook de trein een zeer aantrekkelijk transportmiddel. De trein was het symbool van de vrijheid, van reizen naar verre onbekende streken en steden. "Lonesome Trains" is een prachtig nummer van Sonny Terry & Brownie McGhee. "Train rhythms" gespeeld op mondharmonica zijn nog steeds heel populair in de bluesmuziek.

      From Spirituals To Swing

      In december 1938 organiseerde platenproducer John Hammond, ter nagedachtenis aan Bessie Smith, een concert in de Carnegie Hall in New York met de titel: “From spirituals to swing, an evening of american negro music”. Op dit concert was de blues stevig vertegenwoordigd met grote namen als Sonny Terry, Big Bill Broonzy, Ida Cox en enkele belangrijke boogie-woogiesterren van het ogenblik. Albert Ammons begeleidde er Sister Rosetta Tharpe en Big Bill BroonzyHammond had de intentie om ook Robert Johnson te programmeren, de legendarische blueszanger bleek echter overleden kort voor de aanvang van het concert.

      Het populaire concert telde meer dan 3000 aanwezigen en kreeg zeer lovende kritieken in de algemene pers. Twee weken later richtte Alfred Lion, één van de aanwezigen, het platenlabel "Blue Note Records" op met solo-opnames van Albert Ammons. Er volgde een tweede gelijkaardig concert een jaar later. 

      In New York speelden Albert Ammons en Meade "Lux" Lewis vaak samen met Pete Johnson en blues shouter Big Joe Turner. Het viertal werd de grote sensatie van de avond en zou de komende jaren in nog vaak in wisselende bezetting samenwerken.

      Boogie Woogie

      Boogie Woogie is een pianostijl waarbij de pianist met de linker hand een strakke baslijn in 6/8 speelt, terwijl de rechter hand daarover een decoratieve melodielijn plaatst. De eerste boogie-woogie opname kwam van Pinetop Perkins, de "Pinetop Boogie Woogie" uit 1928. 

      Roll 'Em Pete - Big Joe Turner